Stroomnota hoger door bakstenen

Huishoudens gaan vanaf 2001 tien jaar lang maximaal 25 gulden per jaar meebetalen aan de aflossing van onrendabele energiecontracten uit het verleden. De staat verwerft op korte termijn een meerderheidsbelang in TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet.

Dit staat in een wetsvoorstel dat minister Jorritsma (Economische Zaken) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het voorstel is een uitwerking van een advies dat de commissie-Herkströter in november uitbracht over de `bakstenen', de onrendabele contracten die de energiesector in het verleden heeft gesloten. Deze contracten werden door de liberalisering van de stroommarkt, sinds 1998 aan de gang, onrendabel. Een bedrijf in de vrije markt zou zulke contracten niet meer afsluiten.

Jorritsma heeft het advies nagenoeg unaniem overgenomen. Herkströter adviseerde om slechts een klein deel van de bakstenen, zo'n 1,4 miljard gulden, voor rekening van de overheid te laten komen. Alleen die contracten die in het verleden actief door de overheid zijn gestimuleerd komen dan ook in aanmerking voor compensatie. Het betreft hier de stadsverwarmingsprojecten en Demkolec, een kolenvergasser. De stadsverwarmingscontracten en de daarbij horende niet-marktconforme kosten blijven overigens voor rekening van de productiebedrijven, de kolenvergasser zal worden geveild.

Om de overheidscompensatie te kunnen betalen, zal Jorritsma een verhoging van de elektriciteitsprijzen doorvoeren. Zij verwacht echter dat consumenten er per saldo nog steeds op vooruitgaan. De berekende daling van de elektriciteitsprijzen bij de liberalisering bedraagt namelijk 28 gulden per jaar. Wordt de toeslag afgetrokken, dan resteert een netto jaarlijkse prijsdaling van drie gulden.

De overige contracten, veelal onrendabele stroom-importcontracten met onder meer Frankrijk, Duitsland en Noorwegen, komen voor rekening van de vier energieproducenten. Op basis van een procentuele verdeling die de vier al hanteerden toen zij nog gezamenlijk in een samenwerkingsverband zaten.

Door op korte termijn ook nog eens een `minimaal meerderheidsbelang' in TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet, te verwerven en door de energieproducenten te verbieden meer dan 10 procent van de aandelen in TenneT in handen te hebben, kan de oude samenwerkingsovereenkomst tussen de vier concurrenten worden opgeheven, vindt Jorritsma. De onafhankelijkheid van het netwerk is dan volgens de minister voldoende gegarandeerd. Een groot deel van de Tweede Kamer, aangevoerd door het CDA, vindt echter dat Jorritsma het hele netwerk in handen moet krijgen om onafhankelijkheid te garanderen.

De vier energieproducenten (EPON, EZH, UNA en EPZ) hebben overigens sinds november vorig jaar, toen Herströter met zijn advies kwam, geprobeerd Jorritsma op andere gedachten te brengen ten aanzien van de bakstenen. De minister heeft daar naar eigen zeggen ,,welwillend tegenover gestaan'', maar had als deadline gesteld dat een eventuele alternatieve overeenkomst uiterlijk in juni 2000 rond moest zijn. ,,De vier zijn daar wederom niet in geslaagd'', aldus de minister, verwijzend naar de pogingen van de energieproducenten om gezamenlijk een oplossing te vinden voor de bakstenen.