Over liefde en de dood

,,Eén ding staat voor mij wel als een paal boven water: wij hadden bij elkaar moeten blijven, J.C. Bloem en ik. (...) dat gedraaf van de een naar de ander in de hoop de volmaaktheid te vinden op dat niet te bepalen terrein dat we liefde plegen te noemen, is blindheid. Er is geen volmaaktheid. (...) Wie met een ander mens samen door het leven wil gaan, doet beter zijn partner te kiezen zoals hij zich een vriend zou kiezen. De fout die ik – of Jacques en ik – gemaakt hebben, is dat wij ons dat veel te laat gerealiseerd hebben'', schrijft Clara Eggink in haar herinneringen Leven met J.C. Bloem.

Henk (82) en Marja (76) kwamen er weliswaar laat maar niet té laat achter, ze zijn er na veel geëxperimenteer met het `vrije, open huwelijk' in de jaren '70 achter wat de waarde van hun relatie is: ,,Wat je belangrijk vindt bij de ander, of dat genoeg is en of je daarmee vooruit kunt'', zegt Marja in het artikel `Waarom wij niet scheiden' in HP/De Tijd. Voor Henk is het verliefd worden op andere vrouwen `niet langer een mysterieus verlangen': ,,Ik droom nu ook wel eens dat het niet meer hoeft.''

Anders dan in de jaren '70, toen het motto luidde: `Niemand is van iemand', blijkt, aldus HP/De Tijd ,,in de hedendaagse relatie vertrouwen de belangrijkste pijler''. Het is niet onaannemelijk dat dit basisprincipe ook in de jaren '70 voor heel veel mensen opging – zij werden echter overschreeuwd door spraakmakers volgens wie `alles moest kunnen'. Ja, ja.

Het `alles moet kunnen'-principe trof Schelto Patijn ook aan toen hij in 1994 aantrad als burgemeester van Amsterdam. Gelukkig bleek hij over een derde oor te beschikken: dat oor legde hij, schier onzichtbaar, te luister bij diegenen in Amsterdam die al jaren bijkans gék werden van de gevolgen dat alles moest kunnen – en niet alleen op 29 en 30 april. Zelf laat hij het niet zover komen, gek worden, maar niet zelden viel in het recente verleden tijdens raadsvergaderingen het ongeduld van zijn gezicht af te lezen. En nog steeds gaat de aandacht in de raad voor details hem veel te ver, zegt hij in een interview in Vrij Nederland: de bestrating van het Singel, de inrichting van het Centraal Station en het rooien van wel drie bomen op de Overtoom. ,,Van Den Haag krijgen we het verwijt: waarom horen we jullie zo weinig bij debatten over grote kwesties? Waar is de stem van Amsterdam?''

Grote kwesties – VN spreekt liever van `brandende kwesties' en besteedt in die gelijknamige rubriek volop aandacht aan de opvatting van de Amerikaanse historicus Norman Finkelstein die stelt dat de holocaust wordt uitgebuit om geld binnen te halen. Max van Weezel stelt dat uit Finkelsteins betoog niet mag worden afgeleid dat ook de Nederlandse joden uit ,,zeurkousen, ordinaire belangenbehartigers en geldwolven bestaan''. M. Dode van Troostwijk, verbonden aan de universiteit van Oxford, valt Finkelstein bij waar het gaat om de manier waarop in Zwitserland ,,de holocaust-industrie erin is geslaagd miljarden dollars aan de Europese regeringen en banken te ontfutselen''. Als het niet zo treurig was zou je erom lachen: Elie Wiesel volgens wie ,,zelfs niet normaal over de holocaust gesproken kan worden'', vraagt volgens Finkelstein 25.000 dollar voor een spreekbeurt: ,,Zijn stilte is niet erg goedkoop'', citeert Van Troostwijk Finkelstein.

Het lachen zal allochtonen die geïnteresseerd zijn in een baan in het leger enigszins vergaan, na berichten over vermeend racisme bij de Luchtmobiele Brigade. Volgens Elsevier kan Defensie blíjven zoeken naar allochtonen, ,,maar echt veranderen zal het pas op defensie als er ook allochtone generaals zijn''.

In 1997 pleegde een aantal Ethiopische soldaten die dienst deden in het Israelische leger zelfmoord omdat zij niet langer bestand waren tegen het racisme dat hen ten deel viel. Nooit ergens gelezen dat het tijd wordt voor Ethiopische generaals in het Israelische leger. Raar eigenlijk.

    • Anna Visser