Öcalan trekt geen lering uit eigen doodstraf

De doodstraf tegen Koerdenleider Öcalan verhindert hem niet tegen dissidenten in zijn achterban dezelfde straf te eisen.

Heeft de leider van de Koerdische Arbeiderspartij, Abdullah Öcalan, eigenlijk wel iets van zijn eigen lot geleerd? Dat is de vraag die vooral in Duitsland tot een felle discussie heeft geleid. Terwijl velen in Europa Öcalan van de strop proberen te redden, toont de PKK-leider zelf, zo stellen critici, geen enkele genade voor dissidenten binnen de eigen kring. In de PKK-publicatie Serxwebun eiste Öcalan, die vanuit zijn privé-gevangenis op het eiland Imrali geregeld zijn licht laat schijnen over wat er in de rest van de wereld gebeurt, onlangs immers de `strengst mogelijke sancties' voor een groep `verraders' die zich van de PKK hebben afgescheiden en in grotten in Noord-Irak door Öcalan-getrouwen zouden worden vastgehouden. En strengst mogelijke sancties, aldus de critici, is niets anders dan de doodstraf.

De PKK zit behoorlijk in haar maag met de affaire. Natuurlijk is het niet de eerste keer dat de beweging van misstanden en wreedheden wordt beschuldigd. Maar meestal kwamen zulke berichten uit Turkse koker en kon de beweging ze dus afdoen als propaganda van de vijand. Maar dit keer kan dat niet, omdat de uitspraken van Öcalan gepubliceerd zijn in een orgaan van de PKK zelf. Daarnaast komt de kritiek vooral van mensen en organisaties, die een grote sympathie voor de Koerdische zaak aan de dag legden en bijvoorbeeld in het vluchtelingenwerk actief zijn. En ten slotte zijn de aantijgingen, die mede in een open brief aan de leiding van de PKK werden geformuleerd, precies en helder. Zo circuleert er inmiddels een lijst namen van de PKK-dissidenten die in Noord-Irak zouden vastzitten.

De PKK, die geregeld onderstreept dat voorzitter Apo echt vrede wil, kon daarom de beschuldigingen niet over haar kant laten gaan. En dus kwam zij met een communiqué waarin zij de affaire duidde als onderdeel van een internationaal complot om de beweging en Öcalan in diskrediet te brengen. Indirect geeft de PKK toe dat een groep van twintig personen zich heeft afgescheiden, maar die zijn inmiddels, aldus de verklaring, overgelopen naar de Patriottische Unie van Koerdistan, een groep in Noord-Irak waarmee de PKK op gespannen voet staat. De ophef over de vermeende doodstraf was dus niets meer dan een storm in een glas water, aldus de PKK.

Toch bevatte de verklaring een aantal formuleringen die op zijn minst onheilspellend klonken. Zo stelde de beweging dat ,,zij die momenteel hun aanvallen op de PKK voortzetten, er binnenkort achter zullen komen met wie ze werkelijk van doen hebben''. Critici waren niet onder de indruk van dit tegenoffensief. Zo liet Ulla Jelpke, lid van de Bondsdag en een van de ondertekenaars van de open brief aan de PKK, weten geen deel uit te maken van een internationaal complot.

,,(Het antwoord) van de PKK is onacceptabel omdat wij ons niet laten belasteren'', vond ze. Ze voegde daar nog aan toe dat de PKK in haar verklaring geen opheldering gaf over de eis van Öcalan om de hardst mogelijke sancties tegen de dissidenten in te zetten. Volgens Jelpke bewees die terminologie wel degelijk dat de PKK de dissidenten gevangen hield. Niemand kan de critici vertellen dat de PKK serieus over zulke straffen praat ,,als die mensen niet in hun midden zijn'', zo zei ze.

En zo zag de PKK zich gedwongen om een ongekende stap te nemen: alle critici mogen zelf naar `Zuid-Koerdistan' (Noord-Irak) komen om met eigen ogen te zien wat er aan de hand is. ,,Zij kunnen zich dan zelf van de waarheid overtuigen''.

Het is nog onduidelijk of de critici op de uitnodiging van de PKK zullen ingaan. Wel is evident dat het debat in Duitsland zich begint te verbreden en dat de PKK als organisatie ter discussie staat. ,,Hoe kan de PKK democratisering van Turkije eisen als zij die zelf binnen haar eigen gelederen niet doorvoert?'', zo klinkt het steeds vaker. Turkse critici van de beweging wezen er al langer op dat de PKK een strakke hiërarchie heeft met bovenaan, wreed en onaantastbaar, als een moderne Stalin, voorzitter Apo.

In Europa echter zagen veel actievoerders de PKK als een bevrijdingsorganisatie die, gezien het repressieve karakter van de Turkse staat, alle recht had om de wapens op te nemen. Een groeiend aantal sympathisanten van de Koerdische zaak in Europa wijst dat beeld nu als naïef van de hand. De strijd in de bergen voor de PKK is voorbij, aldus die critici, maar die voor de democratie in de eigen partij is nog maar net begonnen.

    • Bernard Bouwman