Meer dan toeval

Hoe groot is de kans dat twee papieren, die in 1751 eigendom waren van een Hongaar, na een gescheiden levensloop van enkele eeuwen, in het jaar 2000 weer bij elkaar komen bij eenzelfde nieuwe eigenaar, in een land heel ver weg? Nihil, zou men zeggen.

Elf jaar geleden kocht ik voor een autografencollectie in Wenen een brief van de grote Hongaarse Renaissancekoning Mathias Corvinus, die regeerde van 1458 tot 1490. In de brief, geschreven in 1464, beslechtte de koning een financieel conflict tussen de gouverneur van het zojuist op de Turken veroverde Bosnië en een andere Hongaarse edelman.

Rechts onder de tekst heeft een van de vele latere eigenaars van de brief zijn naam geschreven: Ex Thesauris Samuelis Szekely de Doba, 1727. Dit `merken' van een document door de eigenaar gebeurt gelukkig zelden, maar aan de andere kant was het wel aardig te weten wie deze brief eerder in zijn bezit had gehad, 263 jaar nadat Mathias hem had geschreven en 262 jaar voordat hij in mijn bezit kwam.

Voor een geheel andere collectie trok vorige week op mijn verzoek een vriendin in Boedapest naar een antiquaar om er wat ex-libris te kopen. Ze keerde terug met zo'n twintig van die boekmerken annex grafische kunstwerkjes, de meeste uit de tijd van de vorige eeuwwisseling. Eén ex-libris had ze gekocht als curiositeit: ,,omdat hij zo oud is.'' Het ging om een heraldisch ex-libris dat een wapen toont met een gevleugelde leeuw met een vogelkop en een zwaard in de poot.

Maar wat me pas echt kippenvel bezorgde was de naam van de eigenaar, in een brede band boven het wapen: Samuel Székely de Doba. In wat makkelijk hetzelfde handschrift kan zijn dat de brief van Mathias siert is op het ex-libris ,,Buda 1751'' geschreven.

Samuel Székely de Doba, een Hongaarse edelman, naar de achternamen te oordelen afkomstig uit Transsylvanië (Székely betekent Szekler, een volk in Oost-Transsylvanië, Doba is een plaatsnaam), bezat bijna 250 jaar geleden dus zowel `mijn' brief van Mathias als dit ex-libris.

Wie Samuel Székely de Doba was kan in Boedapest worden opgehelderd. Misschien was hij een nazaat van de János Székely die in 1464 (!) voor Mathias in Bosnië (!) vocht en getrouwd was met een tante van de koning. Misschien was hij wel de Székely de Doba (voornaam onbekend) die in 1763 als eerste op basis van de taal van de Roma (zigeuners) vaststelde dat zij oorspronkelijk uit het huidige India kwamen.

Toeval te over: oude ex-libris zijn maar zelden van een datum voorzien – dat van Székely wel. Autografen worden maar zelden door eigenaars `gemerkt' – dat van Székely wel. Dat beide documenten de tand des tijds hebben doorstaan is al een groot toeval, want weinig is zo kwetsbaar als papier. Maar het meest bizar is dat deze twee ongelijksoortige papieren vanaf hetzelfde startpunt los van elkaar een kwart millennium later en een half continent verderop bij een en dezelfde nieuwe eigenaar zijn samengekomen.

Een collega met gevoel voor het Hogere bezweert nu dat die vreemde hereniging maar één ding kan betekenen: dat ik in een vorig leven Samuel Székely de Doba ben geweest. Misschien moeten we toch de archieven van Boedapest eens in.