Kunsteconomie 1

In zijn column in NRC Handelsblad van 29 juli schrijft E.J. Bomhoff dat het voor nieuwkomers onmogelijk is een abonnementsserie van het Concertgebouworkest te bemachtigen, omdat de kaarten bijna allemaal zijn vergeven aan zittende abonnees.

Deze constatering kan ik helaas uit ervaring bevestigen. Al jaren probeer ik kaarten te krijgen voor een dergelijke serie, doch tevergeefs. Bovendien duurt het ruim 4 maanden voordat je bericht krijgt dat je weer niet in aanmerking komt: begin maart stuur ik de aanvraag op; in de tweede helft van juli krijg je eindelijk de (negatieve) uitslag.

Vorig jaar heb ik de directie van het Concertgebouworkest gevraagd of de toewijzingsprocedure niet vlugger kon. Zij zegde toe die `aan te passen'. Maar ook dit jaar duurde het weer 4,5 maanden voordat er bericht kwam over de toewijzing.

Abonnementhouders zijn ten eeuwigen dagen verzekerd van hun plaats. Terecht schrijft Bomhoff dat het principieel fout is dat het Concertgebouworkest per jaar 15 miljoen subsidie ontvangt van belastingbetalers die in overgrote meerderheid nooit de kans krijgen het orkest in de eigen zaal te horen. Misschien moet die subsidie dan maar afgeschaft worden en de abonnementsprijs marktconform gemaakt worden!

Nog beter is het systeem dat De Nederlandse Opera volgt. Abonnementhouders zijn niet elk jaar automatisch verzekerd van een volgend abonnement. Voor toekenning van een abonnement telt mee het aantal keren dat men sinds seizoen 1990/91 een bestelling voor een abonnement heeft geplaatst, al dan niet gehonoreerd (de bestelhistorie). Deze bestelhistorie wordt uitgedrukt in jaren (van 0 tot 10) en de bestellingen worden in een aflopende bestelhistorie van 10 naar 0 verwerkt. Zo kunnen ook nieuwkomers ooit aan de beurt komen.

Een eerlijkere en meer koninklijke toewijzing dan die van het Koninklijke Concertgebouworkest.

    • D. Jansz