Krijgsmacht moet af van massa wegroestend materieel

De krijgsmacht is gehalveerd. Een deel van het overtollige materieel raakt Nederland maar moeilijk kwijt. Strategische spullen staan weg te roesten tussen de korenbloemen.

Herdershonden laten op bordjes aan de hekken van de opslagplaats nog hun scherpe tanden zien. `Verboden toegang. Dit complex wordt door honden bewaakt.' Maar in het echt zie je ze nauwelijks nog. In de meeste gevallen gebeurt de bewaking met elektronische middelen. De honden en hun verzorgers zijn te duur.

Het aantal mobilisatiecomplexen is na de val van de Muur in tien jaar tijd teruggebracht van tweeënvijftig naar tweeëntwintig. De reactietijd om de opgeroepen mannen en vrouwen van de krijgsmacht uit te rusten is verlengd van 60 dagen in de tijden van spanning tot 180 dagen nu. De gasmaskers en de geweren, de dolken en verrekijkers, de waterzuiveringspillen en pleisters liggen niet meer in lange rijen in de depots voor ieder individueel. Nee, alles ligt nu per soort opgeslagen en neemt minder ruimte in. Wordt het menens, dan zal de rondtocht door de mobilisatiecomplexen van de opgeroepen militairen ook langer duren, maar, zeggen de toezichthouders ,,we kunnen het lijen.''.

Het meeste materieel ligt opgeslagen in grote loodsen, zoals in het complex Ede Driesprong, waar de vochtigheidsgraad door grote luchtpompen met bijna de helft wordt teruggebracht. Op die manier is er veel minder onderhoud nodig, soms van eens het in het jaar tot eens in de vijf jaar.

Af te stoten materieel (80.000 ontvangsten per jaar) wordt in veel gevallen naar Soesterberg gereden naar de Verzamelplaats en Werkplaats van de Koninklijke Landmacht. Daar staan eindeloze rijen DAF viertonners (plusminus 500) naast elkaar tussen hoge distels en korenbloemen, even verderop bijna duizend Laro's en Jeeps, affuiten en geschut, ambulances en tankvoertuigen en kraanwagens.

De beheerder, majoor Klaas Houtman, noemt het beeld van gedumpte wagens ,,funest voor onze reputatie''. Slechts in kleine partijen mag hij het materieel overdragen aan de buurman, de Dienst domeinen in Soesterberg. Enkele jaren geleden zijn Nederlandse legertrucks opgedoken bij de Kroaten. Dat kan niet de bedoeling zijn, meent Defensie en daarom is er een restrictief beleid. Maar tegelijkertijd holt de economische waarde achteruit en wordt het steeds moeilijker om het materieel dat zolang op de open vlakte staat geparkeerd, nog voor een goede prijs te verkopen. Houtman: ,,Misschien moet je een deel dan maar gewoon weggeven voor een goed doel: missie, zending, ontwikkelingswerk.''

In Soesterberg komt er per jaar voor driehonderd miljoen gulden aan spullen binnen, dertig procent gaat in de verkoop, de rest vaak retour naar andere eenheden. Wapens worden vernietigd, stuk gezaagd, de lopen doormidden en in kisten onder marechausseebegeleiding naar de gigantische smeltpotten van de Hoogovens gebracht.

,,Met wapens mag je geen risico nemen. Daar ben ik het mee eens. Zelfs de oude houten geweerkolven van de Garand-geweren hakken we nog in tweeën. Ook de pistoolhouders van canvas of leer, de pompstokken om de lopen schoon te houden, alles moeten we vernietigen en dat gebeurt met grote precisie met zo'n 180.000 wapens per jaar,'' aldus Houtman.

Nederland wil veel materieel verkopen, maar voert ook een vrij strikt wapenexportbeleid: 114 tanks naar Oostenrijk, 200 naar Chili en 200 naar Griekenland, maar er mag niets naar Botswana. Voor 599 pantservoertuigen kwam een vergunning voor verkoop aan Egypte, ook voor 100 artilleriestukken naar de Verenigde Arabische Emiraten en Bahrein, drie fregatten naar Griekenland en twee naar de Verenigde Arabische Emiraten. Zo werd Nederland in 1998 de zesde wapenleverancier van de wereld, terwijl er nauwelijks nog van een Nederlandse defensie-industrie sprake is. Het succesvolle Hollandse Signaal is in Franse handen.

De verkoop als uitvloeisel van de vorig jaar verschenen Defensienota moet in de komende jaren 640 miljoen gulden opbrengen. Het gaat daarbij om twee fregatten, drie mijnenbestrijdingsvaartuigen, drie PC3 Orion verkenningsvliegtuigen, achttien F-16 jachtvliegtuigen, twee Fokker F-27 maritiem, 27 Bölkow-helikopters, 150 Leopard-2 tanks, 125 pantservoertuigen en 430 vrachtauto's. In de Defensienota staat dat het steeds moeilijker wordt om het overtollige materieel te verkopen. ,,De regels van het wapenexportbeleid beperken de afzetmogelijkheden. Ook is toestemming nodig van de landen waar het materieel gekocht is'', aldus de nota.

Deze beperkingen en de concurrentie op de wereldmarkt voor gebruikt defensiematerieel vergen van het ministerie van Defensie meer inspanningen bij de verkoop. Er moet beter worden ingespeeld op de marktwensen van toekomstige kopers, zegt de directie Materieel. Zij vraagt zich af of Nederland niet het overtollige materieel kan aanbieden in de staat waarin de klant dat wenst. Ook zou Nederland vaker de opleidingen voor het gebruik ervan moeten verzorgen, zoals al gebeurde met de bemanningen voor de fregatten voor de Verenigde Arabische Emiraten.

Maar in Soesterberg worden oorlogsverlichting en de wapenklemmen uit de voertuigen evenals de houders voor communicatieapparatuur gesloopt tot ergernis van verzamelaars en opkopers. Defensie wil voorkomen dat Nederlandse voertuigen worden ingezet voor interstatelijke conflicten in Europa. In Bosnië zijn Nederlandse voertuigen in handen van de Serviërs gevallen. Dat wil Defensie nu op de vrije markt proberen te voorkomen en het neemt daarbij het wegroesten van de jaren lang geparkeerde voertuigen voor lief.