Kapitalisme is nog geen garantie voor democratie

Overal ter wereld is de democratie in opmars. Totalitaire en autoritaire regimes zijn weggevaagd. Het ressentiment tegen het restant is groeiende. Maar het is nog te vroeg om de overwinning uit te roepen, vindt George Soros.

Het verband tussen kapitalisme en democratie is beslist niet vanzelfsprekend. Repressieve regimes doen niet zomaar afstand van hun macht en worden vaak gesteund door zowel het nationale als het internationale bedrijfsleven, vooral in landen waar natuurlijke rijkdommen zoals olie of diamant in het geding zijn. Wat de vrijheid thans wellicht nog het meest bedreigt, is het monsterverbond tussen overheid en bedrijfsleven, zoals in het Peru van Fujimori, Zimbabwe onder Mugabe, Maleisië onder Mahatir en het Rusland van de oligarchen, waar de schijn van het democratisch proces veelal wordt opgehouden maar de staatsmacht wordt weggesluisd ten gunste van particuliere belangen.

Het kapitalisme schept rijkdom, maar garandeert uit zichzelf geen vrijheid, democratie of rechtsstaat. Het bedrijfsleven is gericht op het maken van winst; het is er niet op ingericht om universele beginselen te handhaven. Zelfs de instandhouding van de markt vergt al méér dan zuiver eigenbelang: deelnemers in de markt concurreren om te winnen, en zullen waar mogelijk hun concurrenten uit de weg ruimen. Vrijheid, democratie en de rechtsstaat kunnen dus niet aan de zorg van de marktwerking worden overgelaten – er is behoefte aan institutionele waarborgen.

Traditioneel hoorde de bescherming van het algemeen belang tot de taak van de nationale staat. Maar de staatsmacht is geslonken naarmate de mondiale kapitaalmarkten uitdijden. Inmiddels kan het kapitaal staten mijden die belastingen heffen en regels stellen, en dus doen staten wat het kapitaal vraagt. In tal van opzichten is dat gunstig. Vrije concurrentie schept meer welvaart dan staatscontrole; de mondialisering verhindert dat staten hun macht misbruiken en creëert een mate van vrijheid die geen staat zou kunnen bieden.

Maar de mondialisering heeft ook haar keerzijde: financiële markten zijn instabiel; vrije concurrentie schept en versterkt ongelijkheid, zowel nationaal als internationaal; met collectieve belangen, of het nu gaat om vredehandhaving, mensenrechten of milieubescherming, worden korte metten gemaakt. Om te kunnen profiteren van de mondialisering moeten deze tekortkomingen dus op internationaal niveau worden aangepakt. Helaas zijn bestaande internationale instellingen, zoals de Verenigde Naties, slecht toegerust om universele belangen te waarborgen, omdat het verenigingen van staten zijn, en staten waken nauwlettend over hun eigen belangen. Bovendien gelden de bezwaren van nationale bureaucratieën des te sterker voor internationale bureaucratieën.

In de huidige wereld doen de meeste conflicten zich niet voor tussen staten maar binnen staten. Voor mensen die leven onder repressieve regimes vormt bescherming van buitenaf de enige redding. Democratische landen kunnen schending van mensenrechten op grote schaal niet tolereren en dreigen in lokale conflicten betrokken te raken. En al laten ze zich niet in conflicten betrekken, dan nog krijgen ze te maken met stromen vluchtelingen en andere indirecte gevolgen. En komt een conflict tot uitbarsting, zo toont de oorlog in Joegoslavië aan, dan leiden de meeste vormen van gewelddadig ingrijpen tot onbedoelde nadelige gevolgen.

Preventie van crises is verre te prefereren boven interventie; de beste manier om crises te voorkomen is het ontstaan van open samenlevingen te stimuleren. Een open samenleving laat mensen met diverse inzichten, achtergronden en belangen vreedzaam samenleven. Door de aard van de mens zijn conflicten niet te voorkomen, maar de kans dat crises tot ingrijpen van buitenaf nopen, wordt drastisch verkleind.

De gevestigde democratieën moeten zich inzetten voor de ontwikkeling van de democratie in minder ontwikkelde delen van de wereld. Dit zou moeten gebeuren in de vorm van technische bijstand en economische prikkels. Economie en politiek zijn niet van elkaar te scheiden. Nobelprijswinnaar Amartya Sen betoogt overtuigend (Opiniepagina, 27 juni) dat ontwikkeling moet worden gedefinieerd in termen van vrijheid en niet in termen van het bruto nationaal product.

Het mondiale kapitalistische systeem heeft een zeer oneffen speelveld gecreëerd. De kloof tussen arm en rijk wordt steeds breder. We moeten op middelen zinnen om dit tegen te gaan, want een systeem dat zijn achterblijvers geen hoop en kansen biedt, dreigt door wanhoopsdaden te worden ontwricht. Economische hulp daarentegen kan de democratische ontwikkeling in de hand werken en tevens als stok achter de deur worden gebruikt tegen regeringen die dwarsliggen. Helaas ondervindt deze gedachte slechts sporadisch bijval. Ontwikkelingshulp heeft gefaald in Afrika en de postcommunistische landen, en dreigt op de Balkan opnieuw te falen. Maar dat wil niet zeggen dat we het principe maar moeten laten varen. Integendeel, de oorzaken van het falen moeten worden onderzocht en we moeten ons bezinnen op betere methoden. Ontwikkelingshulp is maar al te vaak gericht op het bevredigen van de behoeften van het donorland en niet op de behoeften van het ontvangende land.

Recente veranderingen in de structuur van het mondiale financiële stelsel na de internationale financiële crises zijn er uitsluitend op gericht de markt tot meer discipline te dwingen. Het doel is de normvervaging uit te roeien die was ontstaan door toedoen van het IMF. Hierdoor zal het gevaar van excessieve kapitaalstromen in de richting van opkomende markten worden verminderd, maar de kans is groot dat de volgende crisis zal ontstaan door ontoereikende kapitaalstromen. Het huidige marktfundamentalisme heeft geen oog voor het feit dat financiële markten inherent instabiel zijn. Wanneer het marktdiscipline afdwingt, dwingt het daarmee tevens instabiliteit af. Mondiale financiële markten vereisen een mondiale centrale bank of een andere vorm van internationale financiële instellingen die in staat zijn eenheid te brengen in de financiële markten.

De door het Amerikaanse Congres ingestelde commissie-Meltzer heeft onlangs geadviseerd de Wereldbank te veranderen van een kredietinstelling in een Wereld Ontwikkelings Agentschap. Prachtig, maar de commissie-Meltzer wil de Wereldbank verkleinen en het ongebruikte kapitaal laten terugvloeien naar de aandeelhouders – een omvangrijke overdracht van middelen aan de rijken. Ik zou het ongebruikte kapitaal productief willen gebruiken door het vermogen van de Bank om schenkingen te doen uit te breiden. De Wereldbank zou ook niet langer moeten eisen dat ontvangende landen zich voor haar leningen garant stellen, hetgeen de regeringen zeggenschap geeft in het besluit aan welke ondernemingen, plaatselijke overheden of non-gouvernementele organisaties gelden worden toegewezen. Die zeggenschap schaadt de evolutie van open samenlevingen.

Ik stel voor dat de open samenlevingen in de wereld een alliantie aangaan met een tweeledig doel: het streven naar de ontwikkeling van open samenlevingen in individuele landen en het streven naar de evolutie van een mondiale open samenleving. Het eerste houdt in het verstrekken van materiële en immateriële ontwikkelingshulp; het tweede de versterking van internationale instellingen zoals een internationale centrale bank en een Wereld Ontwikkelings Agentschap.

Een dergelijke alliantie vereist niet alleen de samenwerking van regeringen, maar ook die van de burgermaatschappij. Regeringen vertegenwoordigen de belangen van de staat, maar democratische regeringen luisteren naar de wensen van de kiezer. Pas als een volk gelooft in een open samenleving die de landsgrenzen overschrijdt, kan zo'n samenleving inderdaad tot stand worden gebracht. Tot dusver is de burgermaatschappij gemobiliseerd voor de ontmanteling van internationale instellingen, zoals bij de recente protesten tegen de WTO (Wereld Handelorganisatie) en de Wereldbank in Seattle en Washington. Het is aan ons deze tendens te doen omkeren en een beweging te beginnen voor de vorming van een mondiale open samenleving.

George Soros is president van het Open Society Institute en van Soros Fund Management.

© Project Syndicate

    • George Soros