Is dit nog wel tv?

In tegenstelling tot circa 99 procent van de Nederlandse bevolking heb ik gisteravond het NPS-programma Pitch gezien. Dat is een vreemd geval. Ik weet niet eens of het eigenlijk wel een programma is. Een minidocumentaire over een jazzfestival uit de jaren zestig, daarna een dansachtig filmpje en tenslotte een uitvoering van het zesde Brandenburgs Concert – is dat nog een programma te noemen? Een programmatisch idee heb ik er in elk geval niet in kunnen ontdekken.

Pitch is het afgelopen seizoen opgericht om diverse losse onderdelen van het NPS-aanbod op een herkenbare manier te bundelen. Wat voordien op tamelijk willekeurige momenten werd uitgezonden, moest een duidelijk onderdak krijgen. Verder hebben de drie vaste ingrediënten geen enkele onderlinge samenhang. ,,Volgende week in Pitch: meer jazz, meer dans, meer Bach'', zei een stem aan het slot, alsof hier een logisch geheel is geschapen. In werkelijkheid zullen er maar weinig liefhebbers van jazz én dans én klassieke muziek bestaan. Het is een combinatie van genres die voortkomt uit drie toevallige elementen in het NPS-assortiment. Dit is, kortom, geen programma, maar de oplossing van een programmeringsprobleem.

Terwijl er op zichzelf weinig valt af te dingen op de kwaliteit van die losse onderdelen. In de minidocumentaire over het legendarische jazzfestival dat in de jaren zestig jaarlijks werd gehouden in de openlucht in het Belgische dorp Comblain-la-Tour, legde Jan Kelder een bezienswaardig stukje geschiedenis vast. Mooi archiefmateriaal en aanstekelijke verhalen van vier ooggetuigen. Een aanleiding was er niet, maar dat hoeft ook niet altijd – als het onderwerp maar aardig genoeg is. En dat was het.

Een kleine twintig minuten later begon er een dansfilmpje van Engelse makelij, dat bleek te bestaan uit het dansante gedrag van een voetbalgrensrechter, op de kwieke tonen van Rossini. Een oud idee (al in 1973 danste Johan Cruijff als een vertraagde balletsolist over het veld in de film Nummer 14), maar als pauzefilmpje van negen minuten kon het er wel mee door.

En ten slotte speelde het Freiburger Barockorchester een Brandenburgs Concert van ruim een kwartier. Over de uitvoering kan ik niet oordelen, maar wel over het geestdriftige inleidinkje door Carel Alphenaar. Als ik omroepbaas was, gaf ik hem onmiddellijk een eigen programma over muziek. Hij straalt enthousiasme uit, kan goed vertellen en draagt een schilderachtig vlinderdasje.

Om dit allegaartje toch nog de schijn van eenheid te geven, is Pitch voorzien van verbindende beelden die zwaar aan vormgeving lijden. Het beeld is verdeeld in allerlei ruitpatronen, die een overvloed aan informatie geven waaruit het lastig kiezen is. Er verschijnt een tekst in beeld en gelijktijdig is er een andere tekst te horen – probeer dat maar eens uit elkaar te houden. En de arme Alphenaar vulde slechts een kwart van het scherm terwijl er bovendien ruitjes over zijn gezicht werden geprojecteerd.

Geen wonder dat Pitch tot dusver zo'n verborgen bestaan leidt. Zonde van alle moeite.

Heel wat goedkoper, maar ook veel effectiever is een ander NPS-initiatief: het idee om deze zomer wekelijks op de woensdagavond een tweeluik te maken. Eerst een documentaire over een cineast of een filmacteur, en een uur later – na het nieuws-, sport- en Nova-blok – een bijpassende film. Het kan ze de kop niet kosten, want het is lang niet allemaal topkwaliteit, maar toch is het extra aardig om naar zo'n film te kijken met in het achterhoofd de nog verse achtergrondverhalen over de regisseur of de hoofdrolspeler.

Het is bovendien een verademing te zien dat er nog ergens op Nederland 3 is nagedacht over een aantrekkelijke manier om de zomer door te komen. Afgezien van Zomergasten en Het zwarte schaap (ongelijksoortig, maar alletwee speciaal voor dit seizoen gemaakt) wordt er immers voornamelijk herhaald. Zelfs de meeste buitenlandse series zijn al eerder uitgezonden. Op de andere netten is het niet veel beter, maar ik geloof dat Nederland 3 de kroon spant.

    • Henk van Gelder