Geen vervolging Villalonga

De Spaanse beursautoriteiten gaan Juan Villalonga niet vervolgen voor handel in voorkennis. Dat heeft de toezichthouder gisteravond bekendgemaakt, een week nadat Villalonga mede door deze kwestie aftrad als topman van het Spaanse telecombedrijf Telefónica.

De beurswaakhond CNMV (Comisión Nacional del Mercado de Valores) heeft ,,onvoldoende aanwijzingen'' gevonden voor de verdenking dat Villalonga in 1998 voor 198 miljoen peseta's (2,6 miljoen gulden) aan opties heeft verzilverd terwijl hij in het geheim fusiebesprekingen hield met het Amerikaanse MCI WorldCom.

Destijds werd een onderzoek naar deze kwestie stopgezet. Sindsdien zijn de verhoudingen tussen Villalonga en de Spaanse autoriteiten ernstig verslechterd. Premier Aznar, ooit een goede vriend van Villalonga, maakte er geen geheim van dat hij de eigenzinnige en omstreden topman liever snel zag verdwijnen.

Eerder dit jaar besloot de toezichthouder de zaak te heropenen, nadat het bestaan van onderzoek uit 1998 was onthuld in de Spaanse pers. Door de schandalen rondom zijn persoon en de kwakkelende koers van Telefónica besloot Villalonga vorige week op te stappen.

De linkse oppositie in Spanje vindt dat Villalonga wel moet worden vervolgd. Volgens een woordvoerder van de socialistische PSOE mag het duidelijk zijn dat de regering en de beurstoezichthouder ,,een pact'' hebben gesloten om Villalonga een uitweg te bieden.

De topman zou een deal hebben gesloten: zijn vertrek in ruil voor stopzetting van het onderzoek. Een woordvoerder van het CNMW noemt het PSOE-commentaar ,,absoluut niet waar''.