Een vuile lobby

DE TABAKSINDUSTRIE heeft jarenlang een actieve lobby gevoerd om de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) in diskrediet te brengen. De grote tabaksfabrikanten probeerden op die manier het beleid van de WHO om roken te bestrijden, te ondermijnen. In een rapport dat de WHO gisteren in Genève heeft uitgebracht, wordt de campagne ,,omvangrijk, goed gefinancierd, uitgekiend en gewoonlijk onzichtbaar'' genoemd. Artsen, wetenschappers, lobbyisten en journalisten werden betaald om de inspanningen van de WHO op het gebied van terugdringing van roken te bestrijden. Vanaf midden jaren tachtig lobbyde de industrie om financiële steun voor de WHO te beperken, wetenschappelijke conclusies over de gevaren van roken in diskrediet te brengen en overheden te bewegen om de antirookprogramma's van de WHO te stoppen. Philip Morris en British American Tobacco gebruikten ,,wereldwijde strategieën om (de WHO) in diskrediet te brengen en te dwarsbomen'', aldus het rapport van 248 pagina's dat werd opgesteld onder leiding van de Zwitserse directeur-generaal voor de volksgezondheid, Zeltner.

DE BESCHULDIGINGEN zijn niet nieuw, maar ze zijn voor het eerst zo alomvattend en gedocumenteerd. De WHO heeft op grond van de Amerikaanse wetgeving over openbaarheid de beschikking gekregen over tientallen miljoenen interne documenten van de industrie. In een reactie probeert Philip Morris de zaak te bagatelliseren. ,,Een handjevol bedrijfsdocumenten die... reeds decennia oud zijn, zijn niet maatgevend voor de manier waarop we heden ten dage de WHO zouden benaderen'', verklaarde Philip Morris gisteren schijnheilig. Het bedrijf beloofde beterschap en zegde een `positieve rol' toe in de discussies over ontmoediging van roken onder de jeugd, waarschuwingen over gezondheidsrisico's, reclamebeperkingen en aanpak van smokkel.

Maar zo makkelijk komt big tobacco er niet van af. De tabakslobby is buitengewoon invloedrijk en heeft decennia ongestoord zijn gang kunnen gaan. In de Verenigde Staten is het een machtige politieke lobby met een beroep op de belangen van de tabaksproducerende deelstaten. In Brussel worden zowel de Zuid-Europese tabaksverbouwers als de banen in de tabakverwerkende industrie gebruikt om de argumenten kracht bij te zetten. In Nederland wordt het behoud van de werkgelegenheid in de sigarettenindustrie (Nederland verbouwt geen tabak maar is wel een grote sigarettenexporteur) aangevoerd. De tabakslobby gebruikt alle mogelijke middelen om invloed uit te oefenen bij het kabinet en het parlement, maar hanteert daarbij naar eigen zeggen legale methodieken.

DE LAATSTE JAREN is de industrie in de VS steeds verder in het defensief gedrongen. Rechterlijke uitspraken in processen van rokers die voor hun verslaving en daarop volgende gezondheidsproblemen de tabaksindustrie verantwoordelijk stelden, hebben geleid tot toewijzingen van honderden miljarden aan schadeclaims. De EU werkt aan aanscherping van het beleid, in Nederland heeft een werknemer een eerste proces gewonnen over een rookvrije werkruimte en probeert minister Borst (Volksgezondheid) de grenzen van het antirookbeleid te verleggen. Bij de WHO zet directeur-generaal Brundtland, oud-premier van Noorwegen, zich in voor een wereldwijde antirookcampage. De WHO werkt aan een internationaal verdrag ter beperking van tabaksgebruik dat later dit jaar moet worden aangenomen.

De tabaksindustrie is niet de enige bedrijfstak die opkomt voor zijn belangen en daarbij schaamteloos te werk is gegaan. En de Wereldgezondheidsorganisatie is zelf niet smetteloos als het om belangenbehartiging van de gezondheid van de wereldbevolking gaat. Maar het is belangrijk genoeg dat de WHO de methodes van de tabakslobby uit het verleden openbaar heeft gemaakt. Wat moet volgen zijn gerichte campagnes om de tabaksverslaving te bestrijden.