Zwaaien met de letter L: hup Lemmer

Op de Friese wateren vindt dezer weken het traditionele skûtsjesilen plaats, een sport die is ontstaan bij gebrek aan vracht.

. Er klinken drie schoten. Eerst twee om te waarschuwen dat de wedstrijd skûtsjesilen bijna begint. De toeschouwers op de kant houden hun mond. De bemanningsleden op de skûtsjes nemen hun plaatsen in. Dan klinkt het startschot. ,,Dit is een magnifiek moment, zegt Tini Ebing uit Leeuwarden en wijst naar de veertien schepen die statig naast elkaar door het water glijden.

De schepen zullen in de komende twee uur op het water bij Eernewoude zo snel mogelijk een bepaald parcours varen. Twee dagen is er nu gezeild – bij Grou en De Veenhoop – en de skûtsjes hebben in de komende anderhalve week nog acht wedstrijden te gaan voordat één skûtsje en daarmee een dorp of stad zich winnaar kan noemen. De schipper van het winnende skûtsje maakt zich onsterfelijk in de plaats waar hij vandaan komt, zo wordt gezegd.

Het is druk in Eernewoude. Overal in het water liggen plezierbootjes aangemeerd. Voor bezoekers die zelf geen boot hebben is er de raderboot Frisian Queen. Iedereen die geen plaats op een boot heeft weten te bemachtigen staat langs de kant. Sommigen hebben er een picknick van gemaakt met een kleed, hapjes en een drankje.

Een jongetje van een jaar of tien heeft een stok met daarop een papier met de letter L. Als het groene Lemster skûtsje voorbij komt zeilen zwaait hij er heftig mee. Anne de Jong is een echte fan van het skûtsjesilen. Hoe dat komt? Hij wijst naar zijn vader. Die wijst weer naar zijn vader. Die zegt: ,,Wij wonen bij Lemmer aan het water. Dan wordt het er als het ware ingespoeld. Wij gaan elk jaar naar het skûtsjesilen, dat is onze vakantie.

Het skûtsjesilen kent een lange traditie volgens Henk Doevendans van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (SKS), de overkoepelende vereniging van de plaatselijke commissies die de wedstrijden organiseren. ,,Oorspronkelijk werden de platbodems gebruikt voor de binnenvaart. Ze vervoerden turf, mest en terpaarde. Wie het eerste bij de boer kwam, kreeg de lading. Daarom moesten ze zo snel mogelijk varen. Als er dan weinig te doen was gingen ze wedstrijdjes houden.

Het skûtsjesilen is typisch Fries en dat moet zo blijven, vindt de SKS. Daarom heeft de organisatie regels gesteld. De schipper moet Fries praten en uit een schippersgeslacht komen. Net als de meeste andere schippers, werkt schipper Douwe Visser van het schip de Sneker Pan in de binnenvaart. Er wordt allang niet meer met skûtsjes gewerkt maar zijn grootvader deed dat nog wel. Visser: ,,Als er dan weinig te doen was ging hij wedstrijdzeilen want daar kon hij dan weer een beetje geld mee verdienen. Dan werd het huisraad op de dijk gezet met een doekje erover heen als het een beetje kloteweer was. Moeder en de kinderen stonden ernaast te kijken of vader met een paar centen terug zou komen.

Sneek is als derde binnengekomen. Visser: ,,We zijn achteruit gezakt want we waren als tweede begonnen. Nu staan we vierde in het klassement. Grou staat eerste.'' Het was een moeilijke strijd volgens Visser: ,,Het is hier geen ruim water zoals bij het Sneekermeer waar we morgen heengaan. Je bent hier erg afhankelijk van de sufjes wind die er af en toe door de bomen heenkomen. Als jij die net niet hebt en je concurrent wel dan kan je hoog of laag of buitenboord springen maar je doet er niets aan.''

De boten zijn gefinisht bij het eilandje tegenover restaurant Princenhof. Daar is het terras in de loop van de middag volgestroomd. Een mannenkoor zingt zeeliederen. Als ze It Woanskip van de Friese zangeres Anneke Douma aanheffen zingt iedereen mee, een glas bier in de hand.