Steeds weer naar de rechter

Het ministerie van Volkshuisvesting telt bijna 370.000 gezinnen die het weekeinde of de vakantie doorbrengen in hun `recreatiewoning': een huisje, caravan of boot. Deel 3 van een serie.

De 48 houten huisjes middenin de duinen bij Renesse waren in 1953 een geschenk van de Oostenrijkse vakbeweging voor Zeeuwse gezinnen die dakloos waren geraakt bij de watersnoodramp. En toen ze na een paar jaar niet meer nodig waren als noodwoning, werden ze verhuurd als recreatiewoningen. De ouders van Han Kemper (47) huurden elk jaar de Zonnestraal op de Duinweg 17, al sinds 1958. ,,Mijn oudere broer had astma, de zeelucht zou hem goed doen.''

Jan Kemper (52) was 23 toen hij in een van de andere huisjes logeerde met een studievriend uit Rotterdam. En tijdens een avond uit in Renesse ontmoette hij Han, zij was toen 18. Dat was in de tijd dat Renesse nog streng gereformeerd was, er alleen een bakker, een slager en een postkantoor in het dorp waren, en elke zondag een rustdag was. ,,Je mocht niet in een korte broek door de duinen naar zee lopen. En al helemaal niet in een zwempak.''

Nu huren Han en Jan zelf al jaren hetzelfde huisje als haar ouders. Samen met hun twee kinderen, Pim (20) en Suzanne (18), de rottweiler Nazca en de golden retriever Biggle. Het houten huisje is hetzelfde gebleven, met dezelfde kleine slaapkamertjes waar net een bed van 1.80 lang in past. Alleen de beerput is vervangen, door een riolering en voor de kolenkachel is centrale verwarming in de plaats gekomen. De originele houten lambrizering in de huiskamer mocht bij de grote renovatie tien jaar geleden ,,met toestemming van de burgemeester'' blijven zitten. De tuin is nog steeds een en al duin, waar tussen de dennebomen die Hans vader plantte het geruis van de zee te horen is.

Renesse is wel veranderd. De winkels in het dorpje zijn nu zeven dagen in de week open, de campings trekken elke zomer zo'n tien- tot vijftienduizend bezoekers. En het bestuur van Stichting Renesse dat al sinds de jaren vijftig de houten huisjes beheert en verhuurt, is ook veranderd, zegt Jan Kemper. ,,Die hebben nu ineens dollartekens in hun pupillen.''

Stichting Renesse verhuurde ook huisjes in Haamstede, een plaatsje verderop. De huurders kregen elk jaar een contractje thuis gestuurd, voor ongeveer achtduizend gulden konden ze `hun' huisje dan weer voor een jaar huren. Maar, vond het stichtingsbestuur, de huisjes leverden te weinig rendement op, het onderhoud ervan was te arbeidsintensief.

En dus werden de huizen in Haamstede te koop aangeboden. Voor rond de 50.000 gulden, de getaxeerde waarde van de huisjes, deed de stichting ze van de hand. Een maand later bleken de nieuwe eigenaars de huisjes door te verkopen. Voor het dubbele bedrag.

Dát besloot de stichting anders aan te pakken in Renesse. Voorzitter C. Veerhoek, ook wethouder te Renesse, zegde eind 1994 alle huurders de huur op. De huurders mochten het huis ook kopen, voor een bedrag zo rond de twee ton. Dat is exclusief de grond, daarover heft de gemeente erfpacht.

En sindsdien staan de Zeeuwen tegenover de huurders. Wij huren de huisjes al veertig jaar, zeiden de huurders, ons kun je er zo maar niet uitzetten. Dat kan wel, zei de stichting, want het zijn recreatiewoningen. Vooral de oudere huurders, zegt Jan Kemper, die al vanaf het begin hier komen, werden onzeker. Meer dan dertig huurders trokken weg, hun woningen zijn verkocht. ,,Aan buitenstaanders. Ook Duitsers.''

Het huis tegenover Han en Jan Kemper is nu permanent bewoond. Een deel van het authentieke houten huisje is opgenomen in de bakstenen bungalow met veranda en pergola. Het huisje even verderop is gesloopt, nu staat er een villa met een extra verdieping er bovenop.

De Zeeuwen hebben zich op ons verkeken, zegt Jan Kemper. De huurders zijn jurist, lid van de Raad van State, econoom, journalist. Luctimur et emergimus heet hun vereniging, de meervoudsvorm van de Zeeuwse wapenspreuk. De zaak is inmiddels bij de kantonrechter geweest, bij de rechtbank in Middelburg, en begin dit jaar heeft de Hoge Raad de veertien overgebleven huurders die na vijf jaar strijd zijn overgebleven, definitief gelijk gegeven. Ze hebben huurbescherming.

Niet dat het gesteggel sindsdien voorbij is. Nu is er weer discussie over de huurprijs. De stichting moet het bedrag verantwoorden dat de huurders nu al jaren betalen, de huurders weigeren de jaarlijkse huurverhoging, de stichting weigert de asbest daken te vervangen. Binnenkort staan ze waarschijnlijk weer samen bij de rechter. ,,Je wordt er beroerd van'', zegt Han Kemper. Maar het is wel de moeite waard: ,,Onze kinderen willen graag dat we het huisje toch kopen. Maar inmiddels worden ze voor 280.000 gulden doorverkocht. Dat is zelfs voor rijke Duitsers te duur.'' Onze kinderen, zegt Jan Kemper, willen hier ook heen met hun vrienden, en straks misschien met hun kinderen. Net als wij indertijd.''

    • Rinskje Koelewijn