Poldermodel verdient navolging in Europa

De werkloosheidscijfers in Europa zijn onaanvaardbaar hoog. Met uitzondering van Nederland waar ideologie wordt vertaald in wat haalbaar is en waar het verzorgingsmodel weliswaar niet wordt afgeschaft, maar soms wel wordt omzeild. Misschien is het allemaal niet ideaal, maar voor Europa wel het enig werkzame alternatief, menen Melvyn Krauss en Lee R. Thomas.

De Nederlanders zijn beroemd om hun innovatieve sociale beleid. Maar tijdens een recent bezoek aan Nederland en Duitsland constateerden we dat Europa heden ten dage juist voor zijn economisch beleid bij Nederland te rade gaat. Terwijl de werkloosheid in Duitsland, Frankrijk en Italië rond de 10 procent zweeft, kijkt continentaal Europa jaloers naar Nederland, waar minder dan 4 procent zonder werk zit.

Nederland is een van de schaarse voorbeelden van een verzorgingsstaat in een economische hausse (drie toplieden bij centrale banken spraken in Frankfurt zelfs van dreigende `oververhitting'). Sommigen zoeken de oorzaak daarvan in het sociaal-coöperatieve `poldermodel'. Maar de sociale samenwerking alleen heeft de Nederlanders niet behoed voor de fouten van de jaren '60 en '70.

Wat echt aan de hand is, is dat het consensusbeleid van de jaren '80 en '90 een juist beleid was en de verzorgingsstaat liet krimpen – nadat de beleidsmakers zich in de jaren '60 en '70 hadden vergist en zich door Noordzee-olie en -gas lieten verleiden beslissingen die een zware overbelasting van de verzorgingsstaat tot gevolg hadden.

Het is twijfelachtig of de bescheiden looneisen die de Nederlandse vakbeweging de afgelopen jaren heeft gesteld tot dezelfde drastische groei van de werkgelegenheid zou hebben geleid als niet tegelijk een structurele hervorming van de arbeidsmarkt had plaatsgehad. Er bestaat een `ijzeren wet' van de werkgelegenheid die luidt: als werkgevers werknemers niet kunnen ontslaan, nemen ze ze ook niet aan. De grap is dat de werkgelegenheid in Nederland nu juist zo sterk is toegenomen doordat een groeiend percentage van de beroepsbevolking – bestaande uit deeltijdwerkers en tijdelijke arbeidskrachten – zo nodig kan worden ontslagen.

Precies hetzelfde argument hanteert ook topman Alan Greenspan van de Federal Reserve: ,,Doordat [in de VS] de kosten van ontslag lager zijn [dan in Europa],'' aldus Greenspan, ,,zijn ook de potentiële kosten bij het aannemen van personeel en de risico's van personeelsuitbreiding kleiner. Het gevolg van de beduidend ruimere ontslagmogelijkheden is, anders dan men zou denken, een drastische daling van de Amerikaanse werkloosheidscijfers in de afgelopen jaren geweest.''

Van de elf eurolanden heeft Nederland als enige dit principe niet alleen begrepen, maar ook toegepast. De volledige consequenties heeft Nederland echter nog niet aanvaard. Werknemers in vaste dienst zijn in Nederland praktisch niet te ontslaan. Dat verklaart het ongewoon hoge percentage van de Nederlandse beroepsbevolking – 12 procent – dat officieel te boek staat als `ziek' of `arbeidsongeschikt'. Vrijwel de enige manier waarop Nederlandse werkgevers van overtollig vast personeel af kan komen is door mensen aan een WAO-uitkering te helpen.

Dus al is de werkloosheid ook dan nog uiterst laag voor continentaal Europa, toch geeft het officiële Nederlandse werkloosheidscijfer een geflatteerd beeld van de feitelijke situatie, omdat het de verkapte werkloosheid bestaande uit `zieken' en `arbeidsongeschikten' verhult. (Als de Nederlandse wetgever het ontslaan van vaste werknemers zou toestaan – en daar is weinig kans op in deze tijden van welvaart – dan zou het percentage van de beroepsbevolking dat officieel als ziek of anderszins arbeidsongeschikt te boek staat drastisch dalen, evenals het aantal deeltijdwerkers en tijdelijke arbeidskrachten.)

De mogelijkheid om werknemers te ontslaan zorgt niet alleen voor minder werkloosheid maar ook voor flexibeler arbeidsmarkten. De doorstroom van arbeidskrachten, van laag-productieve naar hoog-productieve arbeidsplaatsen – hetzij van werkgever naar werkgever, hetzij van sector naar sector of van regio naar regio – stagneert als werkgevers niet in staat zijn mensen te ontslaan. Dat is geen kwestie van klassenstrijd maar van economische groei.

Greenspan stelt de vraag ,,waarom ondernemingen en werknemers in de VS meer lijken te hebben geprofiteerd van de recente vooruitgang in de informatietechnologie dan hun soortgenoten in Europa en Japan.'' Zijn antwoord luidt: ,,Dit lijkt voor een significant deel verklaarbaar uit de relatief starre en daardoor kostbaarder arbeidsmarkten in die economieën. [...] Europa is wel meegegaan in de golf van vindingen en innovaties, maar lijkt er minder snel van te hebben geprofiteerd.'' Wat Greenspan suggereert is dat de flexibiliteitskloof tussen de arbeidsmarkten in de VS en Europa weleens een belangrijker factor in de relatieve economische ontwikkeling zou kunnen zijn dan de veronderstelde technologische kloof.

Kan die flexibiliteit worden overgeplant? Zo te zien kan men de dingen goed, verkeerd, of op zijn Nederlands aanpakken. De Verenigde Staten voeren het juiste arbeidsmarktbeleid. Continentaal Europa, behalve Nederland, voert een verkeerd beleid. En de Nederlanders, tussen goed en verkeerd in, temperen ideologie met haalbaarheid en smeden compromissen die op een consensus steunen.

In Nederland werkt zoiets. Maar kan het ook elders in Europa werken? Dat zou wel moeten. Nergens in Europa is de politiek in staat – of eigenlijk bereid – het Amerikaanse model over te nemen. Tegelijkertijd klinkt de roep om betere economische resultaten in Europa steeds luider. De werkloosheidscijfers in Europa zijn onaanvaardbaar hoog, en de economische groei in de VS zet Europese politici onder druk om met betere resultaten te komen.

De Nederlanders hebben de oplossing gekozen die het best aansluit bij de actuele politieke realiteit in Europa: het verzorgingsmodel wordt instandgehouden, maar het is te omzeilen. De Nederlanders houden vast aan de banenvretende wet die het ontslag van vaste werknemers met voltijdbanen onmogelijk maakt. Maar werkgevers kunnen wel deeltijdwerkers en tijdelijk personeel ontslaan.

Trouwens, de Nederlandse oplossing kán niet alleen elders in Europa worden toegepast, dat gebéurt ook al. Bijvoorbeeld, toen Frankrijk onlangs de arbeidswet wijzigde en een verplichte 35-urige werkweek instelde, werden tegelijk de strenge beperkingen aan de inzet van deeltijdwerkers en tijdelijk personeel opgeheven. Dit verklaart de recente golf van nieuwe werkgelegenheid in Frankrijk. Op het eerste gezicht lijkt het of Frankrijk de verzorgingsstaat verder heeft uitgebreid, maar in werkelijkheid is de flexibiliteit van de Franse arbeidsmarkt alleen maar toegenomen. Kortom, de Nederlandse oplossing mag niet de allerbeste zijn – maar voor Europa is het het enig werkzame alternatief.

Melvin Krauss is senior fellow aan the Hoover institution van Stanford University; Lee R. Thomas is senior international portfolio manager bij PIMCO Newport (Californië).

©Project Syndicate

    • Melvyn Krauss
    • Lee R. Thomas