Onze eigen Saddam

Toeristen (of zakenmensen of journalisten) arresteren om ze als spionnen te ontmaskeren, is een beproefde truc van iedere dictatuur. Zo bizar kan de beschuldiging, en mogelijkerwijs ook de `bekentenis' niet zijn, of het regime zelf gelooft dat het ermee gediend is. Liegen op zichzelf, zei dr. Josef Göbbels ongeveer, is niet voldoende. Het gaat erom zo consequent en zo brutaal te liegen dat de leugen de waarheid verdringt. En wordt dat einddoel niet bereikt, dan blijft er in ieder geval iets van hangen. Ook van een nonsensicaal verhaal als zouden deze vier in Joegoslavië gearresteerden bij wijze van verrassing `president Clinton het hoofd van Miloševic willen aanbieden'.

De geschiedenis van het nazisme en het communisme is rijk aan voorbeelden van arrestaties en processen met onwaarschijnlijke bekentenissen. Wat deze vier is overkomen, bevestigt dat Miloševic na de oorlog om Kosovo gevaarlijker is geworden – veel gevaarlijker dan men zich over het algemeen in onze zachtaardige, allerverdraagzaamste en soms zo naïeve staat der Nederlanden kan voorstellen. Het is niet alleen een persoonlijk risico om met een camera en een verrekijker als toerist naar Joegoslavië te gaan. Zijn politiek is één doorlopend bewijs dat hij, hoe absurd dat ook opnieuw mag klinken, na zijn verloren oorlog van het vorige jaar, een bedreiging voor de vrede in het werelddeel blijft.

De strijd om Kosovo heeft hem de gelegenheid gegeven stelselmatig met de oppositie af te rekenen. Kritische kranten zijn via een politiek van intimidatie in het gareel gebracht of na buitensporige, onbetaalbare boetes, gesloten. De apparatuur van het onafhankelijke televisiestation B2-92 is kort en klein geslagen. Journalisten die niet volstrekt loyaal aan het regime zijn, worden als `knechten van de NAVO' en `landverrader' beschouwd. De vice-premier, Vojislav Šešelj, heeft onwilligen met `liquidatie' bedreigd. Geen loze woorden van de bewindsman: vorig jaar is de journalist Slavko Curuvija vermoord. Vorige week is de onafhankelijke journalist Miroslav Filipovic tot zeven jaar gevangenisstraf veroordeeld. Amnesty International, de secretaris-generaal van de NAVO, Solana, en nog een paar organisaties hebben naar behoren geprotesteerd. Onder zulke omstandigheden draagt in de rechtszaal het protest bij tot het bewijs.

Nog voor de Kosovo-oorlog was het duidelijk geworden dat het de oppositie mankeert aan leiderschap en aan organisatie. Dat was een jaar of vier geleden al het geval, toen de bevolking van Belgrado massaal de straat op ging om de leider tot aftreden te dwingen. De oorlog zelf heeft hem vaster in het zadel geholpen. Een jaar later is hij sterk genoeg om een grondwetswijziging door te drijven die het hem mogelijk maakt zijn presidentschap voort te zetten. Niemand, in Belgrado of in het buitenland, heeft er iets substantieels tegen kunnen ondernemen. Deze constitutionele coup (zoals Peter Michielsen het in deze krant heeft genoemd) moet het hem ook mogelijk maken Montenegro volledig in te lijven. Dat komt later. De voorbereidingen zijn getroffen.

Op 24 september zal Miloševic zich laten herverkiezen. Wat zal het worden: 99,8 procent, of een schrale 88,9? Zoals het er nu voorstaat, kan hij zich iedere uitslag veroorloven. Daarna zou de weg vrij zijn om zijn onderneming tegen Montenegro te beginnen.

Dikwijls doet de Joegoslavische dictator van dag tot dag denken aan zijn lang verdwenen collega's uit de Koude Oorlog: in zijn salamitactiek en het idioom van zijn propaganda, in het ondergeschikt maken van de politie en vooral in de dienstbaarheid van de rechterlijke macht aan zijn politiek. Wat dat aangaat is hij een aanschouwelijke les in de jongste geschiedenis: het is alsof in Belgrado de dagen van Ulbricht, Rákosi, Ceausescu zijn teruggekeerd.

Maar er is één verschil. Zij waren in hun land tenslotte stadhouders van Moskou, ze waren de ideologische en politieke vertegenwoordigers van een wereldrijk waar het Westen niets te vertellen had. Ze werden tenslotte beschermd door de wederzijdse afschrikking van de twee supermachten. Dat is een ander tijdvak, waarvan Miloševic een fossiel lijkt te zijn, in alle opzichten, op één na. Hij leeft op de vierkante kilometers die hem resten, en toch heeft hij, tot schade en verontwaardiging van een werelddeel, absolute macht. Hoe komt dat? Omdat hij de beperkingen van zijn tegenstanders zo goed kent.

In Bosnië wedde hij op de weerzin van het Westen tegen een landoorlog, vergiste zich gedeeltelijk, maar won weer door zich als mede-vredesmakelaar in Dayton te laten uitnodigen. Hij trof zijn voorbereidingen tot de Kosovo-oorlog toen de Amerikaanse buitenlandse politiek verlamd was door de affaire Clinton-Lewinsky. In Kosovo vergiste hij zich weer gedeeltelijk, door te veronderstellen dat het Westen hem daar zijn gang zou laten gaan, maar hij had het bij het goede eind door niet te rekenen op een landoorlog. In september laat hij zich tot president kiezen, terwijl de campagne voor het Amerikaanse presidentschap in volle gang is. Dan heeft hij nog anderhalve maand voor zijn afrekening met Montenegro, op zijn minst. Want na de Amerikaanse verkiezingen breekt daar een interregnum aan. De zittende president draagt zijn macht over aan de `president-elect'. De eerste zal zijn ambtsperiode niet besluiten met het deelnemen aan een oorlog in Europa, de tweede zal er zijn bewind niet mee beginnen. Europa zelf, dat weten we, is op z'n eentje niet veel mans, zelfs niet in een humanitaire oorlog uit de lucht.

Blijven over: de publieke opinie, de media, en niet te vergeten natuurlijk de schrijvers en de intellectuelen. In deze maanden heeft de publieke opinie ook vakantie, en voorzover geen komkommertijd, is het kampioenschappen- en festivaltijd. Het is klassiek: Miloševic is machtig door de onverschilligheid en de verdeeldheid van zijn tegenstanders. Het is zoals de International Herald Tribune maandag schreef: ,,Door intimidatie, politieke manipulatie en nationalistische retoriek vestigt hij zich als de Saddam Hussein van Europa, een man die zijn oorlogen verloren heeft maar niet zijn macht, nog lang niet.''