NOU... TABÉ DAN

Het echte zeemanslied is de shanty. Maar wat er werkelijk in de loop der tijden door zeelieden aan boord van hun schepen is gezongen, bleef bij het grote publiek goeddeels onbekend. Veel meer gehoor vonden de liedjes van de landrotten die het zeemansleven bezongen. Ter gelegenheid van het aanstaande Sail-jubileum hebben Maarten Eilander en Harry Coster er 24 verzameld op een cd van het Theater Instituut Nederland. Het oudste – een nogal gewaagde satire van J.H. Speenhoff op het vermeende gebrek aan huwelijkstrouw onder zeelieden – dateert van 1905. Het meest recente – een smartlap van de vroegere humorist Kees Manders – is van 1950. Dat er daarna nog jarenlang volgens hetzelfde procédé over de woelige baren en de zilte zeeman is gezongen, blijft buiten beschouwing.

Maar het is al typerend genoeg wat hier wordt geboden, glashelder gerestaureerd en voorbeeldig aangevuld met alle opnamegegevens. Onder de charmezangers met hun geknepen geluid bevindt zich zo ongeveer iedereen die in de tussenliggende jaren aan de top stond: Willy Derby, Lou Bandy, Kees Pruis, Tholen & Van Lier, Louis Davids, Frans (Ketelbinkie) van Schaik, Max van Praag, Eddy Christiani en vele anderen. In hun walsjes en tango's, vaak voorzien van een accordeon, overheerst het geromantiseerde beeld van vrolijkheid, losse zeden en de hang naar drank. `Want van die zoute oceaan/ moet je aan wal weer drinken gaan', heet het. En in ieder stadje een ander schatje, dat spreekt vanzelf.

Het is, schrijft Ben Leenders in het begeleidende boekje, ,,de romantisering van het zeemansleven'' die in dit repertoire hoogtij viert. Met de werkelijkheid heeft het weinig te maken. Maar: ,,De oneigenlijke zeemansliedjes zijn even veel cultuurgoed als de eigenlijke.'' In elk geval hebben ze een beeld opgeroepen dat decennia lang onuitroeibaar bleef.

Nou... tabé dan. Favorite 1-95205 (Theater Instituut Nederland, Amsterdam)

    • Henk van Gelder