Nagasaki weigert tentoonstelling

De tentoonstelling `Nederlanders-Japanners- Indonesiërs' van het NIOD is verhuisd naar Japan. Gisteren was de opening in Kyoto. De `vredesstad' Nagasaki bedankte voor de eer.

Onverwachts neemt de 81-jarige Takashi Nagase het woord. Hij richt zich tot de Nederlandse ambassadeur. ,,Accepteer alstublieft mijn oprechte excuses. Ik was tolk bij de militaire politie aan de Birma-spoorweg en ik weet wat er allemaal tijdens de oorlog is gebeurd'', sprak hij.

Dit kleine intermezzo tussen formele toespraken vond gisteren plaats in Kyoto tijdens de officiële opening van de tentoonstelling `Nederlanders-Japanners-Indonesiërs – de Japanse bezetting van Nederlands-Indië herinnerd'. De excuses zijn typerend voor een land waar de interpretatie van de Tweede Wereldoorlog nog immer fel omstreden is. Sommigen, zoals Nagase, lopen te koop met hun ervaringen en hebben hun leven gewijd aan berouw. Anderen kroppen hun verhalen op of verkondigen juist dat Japan voor de goede zaak vocht.

De tentoonstelling `Nederlanders-Japanners-Indonesiërs' is opgezet door het Nederlandse Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) en was in de zomer van vorig jaar in het Rijksmuseum in Amsterdam te zien. De tentoonstelling had plaats in het kader van de viering van 400 jaar relaties tussen Nederland en Japan. Van meet af aan was de intentie van het NIOD de expositie ook naar Japan te brengen. Dat bleek echter makkelijker gezegd dan gedaan.

Al voordat er iets van de expositie in Nederland of Japan te zien was, opende de conservatieve Sankei Shinbun in april 1999 de aanval met een groot verhaal op de voorpagina. De strekking was dat mede met Japans geld een Nederlands overheidsinstituut bezig was met het opzetten van een tentoonstelling vol anti-Japanse propaganda, die nota bene ook in Japan zelf zou moeten worden geëxposeerd. Nederland werd het doelwit van Japanse ultranationalisten, hetgeen nog eens werd versterkt door heibel rond de excuses die de Japanse regering begin dit jaar uitsprak voor het tijdens de oorlog toegebrachte leed.

De tentoonstelling zou onder meer naar Nagasaki reizen, de stad die kan bogen op lange relaties met Nederland en zich ook graag afschildert als `vredesstad' wegens het leed dat de stad heeft moeten ondergaan door de atoombom. Zonder de tentoonstelling te hebben gezien annuleerde de burgemeester echter het plan. ,,Hij trilt uit angst voor de ultranationalisten'', meent een journalist uit Nagasaki die gisteren bij de opening in Kyoto kwam kijken waar alle stennis nu eigenlijk om ging. Tien jaar geleden pleegde een ultranationalist een aanslag op de toenmalige burgemeester van Nagasaki nadat deze zich had uitgesproken over de verantwoordelijkheid van keizer Hirohito voor de oorlog.

In de speurtocht naar locaties kwam het NIOD begin dit jaar in contact met het Museum voor Internationale Vrede van de Ritsumeikan Universiteit in Kyoto, het museum dat gisteren het spits afbeet. Het museum is gewijd aan de oorlog en toont daarbij ook de onderdrukking van de eigen bevolking en de daden van het Japanse leger in Azië. Een aantal jaren terug heeft het museum al eens een tentoonstelling gewijd aan Nederlandse kampslachtoffers en daarom had men aanvankelijk geen interesse in de NIOD-expositie.

,,Maar na de afzeggingen in andere plaatsen hebben we besloten het toch te doen'', zegt museumdirecteur Ikuro Anzai. ,,In Nagasaki en Hiroshima begint men laf te worden door de politieke druk. Men wil de geschiedenis niet meer aanraken.''

Anzai waardeert de tentoonstelling omdat persoonlijke ervaringen centraal staan. ,,Er zijn verschillende interpretaties van de oorlog mogelijk. Ik verschil bijvoorbeeld van mening met Oba (één van de Japanse veteranen die in de tentoonstelling aan het woord komen, red), maar Oba heeft bepaalde ervaringen die niet zijn te ontkennen. Het belangrijkste is het erkennen van deze feiten, niet welk land gelijk heeft.'' NIOD-organisator Erik Somers: ,,We proberen niet vast te stellen waar schuld en verantwoordelijkheid liggen. Maar respect voor elkaars mening kan het startpunt zijn voor verdere discussie.''

Eén plaats waar de discussie voortgaat, is Nagasaki. Een groep burgers heeft daar besloten een ruimte te huren en de tentoonstelling zelf naar de stad te halen. Een aantal van hen was gisteren ook in Kyoto aanwezig en Tsuyoshi Ogata legde hun motivatie als volgt uit: ,,Nagasaki profileert zich als slachtoffer van de atoombom en stad van vrede. Dit jaar zijn er veel festiviteiten rond de eeuwenoude band met Nederland maar alleen deze tentoonstelling heeft de stad geweigerd. Veel mensen zitten daarom met de vraag: wat betekent die `stad van vrede' dan?''

Een landelijke discussie heeft de NIOD-expositie vooralsnog niet los gemaakt. Tegenover het kabaal dat de conservatieve Sankei maakte voordat de expositie begon, staat nu een opvallende stilte. Landelijke kranten brengen het nieuws alleen op de pagina met regionaal nieuws in de Kyoto-edities, als ze zich al over de expositie uitlaten. De expositie reist door naar vier andere locaties en zal eindigen in een universiteitsmuseum in Tokio. Maar enkele hobbels zijn daarbij nog te nemen. Het NIOD heeft aan de oorspronkelijke expositie extra panelen toegevoegd om de Japanse bezoeker uit te leggen wat de Nederlanders eigenlijk deden in Indonesië.

,,In Tokio vindt men deze uitleg over de Nederlandse kolonisatie te positief'', zegt Erik Somers van het NIOD.

    • Hans van der Lugt