Gevallen voor de schoonheid

De kunst van Carl Andre nodigt uit tot grappen. In 1969 bijvoorbeeld, maakte Sigmar Polke een schilderij van een Delftsblauw-tegeltableau en noemde dat Carl Andre in Delft. Een paar jaar later, op Sonsbeek buiten de perken, bleek op een ochtend dat de bijdrage van Andre was verdwenen. Zijn beeld bestond uit zes stukken elektriciteitsbuis die in de vorm van een cirkel in het gras van park Sonsbeek waren gedrapeerd. De onderhoudsdienst onderkende de artistieke status ervan niet en gaf de buizen met de vuilnis mee.

Dit soort gebeurtenissen kunnen altijd rekenen op een vileine glimlach, het soort van lach dat het etterbakje van de klas krijgt als hij ook eens wordt gepest. Het minimalisme, de stroming waarvan Andre een prominente vertegenwoordiger is, is dan ook het etterbakje van de moderne kunst. Niet omdat het minimalisme provocerend is, of agressief – het zit `m vooral in de discrepantie tussen de eenvoud van de minimalistische beelden en de pretentie van hun makers. Minimalistische kunst bestaat uit eenvoudige, vaak geometrische vormen, uitgevoerd in metaal of hout. Kleur wordt gemeden. Toen het minimalisme in de jaren zestig opkwam, was het een anti-kunst, kunst die niet opdringerig wilde zijn, niet verleidelijk – het wilde vooral zijn, ongeveer zoals sommige monniken zich hun hele leven in hun cel kunnen opsluiten omdat ze bestaan in het oog van God. Wat dat betreft heeft het minimalisme een probleem: bij kunst is God nog steeds de gewone museumbezoeker en die had nogal wat moeite met kunst die zoveel dingen niet wilde. Nog steeds hoor je wel eens een cynicus mompelen dat als die minimalisten echt zo in hun theorieën geloven, ze beter iets anders kunnen gaan doen.

Alleen daarom al is het goed dat de Londense Whitechapel Art Gallery nu een Carl Andre-overzicht heeft georganiseerd – een tentoonstelling waarvan je veel kunt zeggen, maar niet dat het er leeg is. Toch komen de Andre-haters er ruimschoots aan hun trekken, vooral op de bovenste verdieping. Die is namelijk gevuld met zes van Andre's `plaatwerken', vloervullende `beelden' die bestaan uit metalen platen die als vloertegels of plintrichels op de grond liggen. De dikste is misschien anderhalve centimeter hoog en dus kijk je er zo overheen. De cynicus in je hoofd begint meteen luid te roepen dat deze beelden wel erg veel lijken op die metalen `overrijplaten' voor vrachtwagens op bouwplaatsen. Het aardigste effect van deze platen in een museumzaal is dat toeschouwers niet weten of ze er overheen mogen lopen. Sommigen mijden de platen eerbiedig, anderen banjeren er overheen alsof ze Donald Trump zelf zijn. De suppoosten grijpen niet in.

Hoe begrijpelijk de emoties van de cynicus bij zulke beelden ook zijn, spijtig is wel dat daarmee alle aangename kwaliteiten van Andre's werk worden genegeerd. De kunstenaar zelf mag dan van oudsher geen liefhebber zijn van `burgerlijke' esthetiek, feit is wel dat zijn overige beelden soms verbazingwekkend mooi zijn, op een rustgevende, noem het transcendente manier. Dat geldt het meeste voor de beelden waarin de vorm iets lijkt te willen zeggen over het materiaal waarvan ze gemaakt zijn. Een beeld als Karlsplatz (1992) bestaat bijvoorbeeld uit 84 stevige, rechthoekige stukken rode ceder, die afwisselend rechtop staan en plat op de grond liggen. Nog mooier is Wolke, 144 loden kubussen van 10 centimeter die schijnbaar willekeurig op de grond liggen verspreid. De tekening op het lood doet inderdaad aan wolken denken, maar doordat Andre de blokken zo verspreid heeft dat ze bijna lijken te zweven, heb je het gevoel dat het beeld de zwaartekracht uitdaagt.

Als er op deze tentoonstelling iets over Andre duidelijk wordt, dan is het dat de oorspronkelijke, nurkse minimalist voor de schoonheid is gevallen. Deze beelden zijn niet alleen meer, ze lonken ook, soms op een bijna wellustige manier. Glarus Copper Galaxy (1995) bijvoorbeeld, is een 2,20 meter lange koperen reep van een centimeter of 20 hoog, die opgerold op de grond ligt. Het koper glanst in het licht, dat door de rol overal anders op het koper valt. Je ziet geel, bruin en goud en waar het donkerder wordt zelfs een soort rood waar je diep in kunt verzinken. In zijn werk is Andre zijn oorspronkelijke bedoelingen allang voorbij geschoten, maar het is er wel een stuk aangenamer op geworden.

Tentoonstelling: Carl Andre. Whitechapel Art Gallery, 80-82 Whitechapel High Street, Londen. Metro: Aldgate East. Di t/m zo 11-17u, wo tot 20u. T/m 27 augustus.

    • Hans den Hartog Jager