EPO-test deugt, maar IOC wacht af

De door Franse en Australische wetenschappers ontwikkelde testen op het gebruik van bloeddoping (EPO) krijgen van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) de voorkeur op de Olympische Spelen in Sydney. Dat heeft prins Alexander de Mérode, voorzitter van de medische commissie van het IOC, in Lausanne verklaard.

Of de testen daadwerkelijk tijdens de Spelen van Sydney worden toegepast, wordt pas later deze maand beslist. Het IOC onderzoekt momenteel de juridische consequenties. Een besluit wordt vermoedelijk genomen tijdens een bijeenkomst van het dagelijks bestuur van het IOC, op 28 en 29 augustus in Lausanne.

De goedkeuring volgde na een congres van twee dagen. Vijftien wetenschappers, onder wie prof. dr. Jo Marx van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, onderzochten in opdracht van de medische commissie de twee testen: de in het Franse Chatenay-Malabry ontwikkelde urinetest en de Australische bloedcontrole. Hun conclusie was dat de twee methodes samen een passend bewijs vormen voor het gebruik van bloeddoping. Atleten zullen aan beide testen worden onderworpen, sancties worden getroffen als in beide gevallen positief wordt getest.

Een dag eerder waarschuwde de directeur van de medische commissie van het IOC, Patrick Schamasch, voor al te veel optimisme over de betrouwbaarheid van de testen naar bloeddoping. De Franse test werd voor de Tour de France ongeschikt bevonden.