De ideoloog van het familiegevoel

Marvin Olasky geldt bij de Republikeinen als de ideoloog van George W. Bush' `conservatisme met compassie'. Een van zijn inspiratiebronnen: de Nederlandse gereformeerde voorman Abraham Kuyper.

Zijn naam is bekend, de politiek van zijn partij is bekend, en toch moet George `Dubya' Bush de Amerikaanse kiezer het gevoel geven dat een stem voor hem niet een stem voor het verleden is. Het Republikeinse campagne-apparaat achter de Nationale Conventie, die vandaag in Philadelphia zijn derde dag ingaat, heeft daarom een nieuwe slogan bedacht: `compassionate conservatism', oftewel conservatisme met compassie.

De Grand Old Party of GOP, zoals de Republikeinen zich doorgaans noemen, wil daarmee afstand nemen van haar oude imago van rechtlijnig conservatief, gericht en geleid door de traditionele welstandige blanke klasse, gelieerd aan het kapitaal van de olie-industrie en de wapen- en tabaksindustrie. De taak waar de Texaanse gouverneur voor staat, is de kiezer het gevoel te geven dat de partij op een nieuw fundament staat. En daarom was vantevoren al duidelijk dat de Republikeinen hun conventie een `warme' uitstraling wilden geven. Geen ruziënde politici, geen tweedracht, maar een groep mensen, nee, een familie, waar iedereen wel bij wil horen.

Daarbinnen past ook het conservatisme met compassie. Maar het is niet slechts een slogan, betoogt Marvin Olasky, schrijver van een ruim tweehonderd pagina's tellend boek over dit concept. Olasky, een gebaarde en bebrilde professor in de journalistiek aan de universiteit van Austin, Texas, was gisteren aanwezig op het political fest, de Republikeinse politieke markt in het Pennsylvania Convention Center in het centrum van Philadelphia. Bezoekers kunnen er een kijkje nemen in het museum van oud-president George Bush senior. Men kan ook plaatsnemen in een replica van het presidentiële vliegtuig, Airforce One, of een foto van zichzelf laten maken in een nagebouwde Oval Office, de werkkamer van de Amerikaanse president.

Olasky zet uiteen dat hij al meer dan tien jaar met zijn concept rondloopt; in zijn boek maakt hij met zijn zoon Daniël een reis om toe te lichten waar dat allemaal om draait. Olasky heeft kortom geen zware politiek-filosofische verhandeling geschreven over de beginselen van zijn partij, maar geeft een reeks praktisch voorbeelden van wat hij verstaat onder conservatisme met compassie. Allemaal individuele burgers, of echtparen, die hij met zijn zoon tegenkomt. Mensen die zich inzetten voor hun medemens, bijvoorbeeld door het opzetten van gemeenschapshuizen en het beoefenen van andere vormen van praktische naastenliefde.

Op de vraag hoe het voelt ideoloog nummer één te zijn van gouverneur Bush, zegt Olasky ,,dankbaar te zijn'' dat hij heeft kunnen bijdragen aan diens campagne. ,,Maar het belangrijkste werk heeft Bush zelf gedaan. Hij heeft het begrip conservatisme met compassie op ieders lippen gebracht. Hij begrijpt dat mensen kunnen veranderen, zoals hijzelf veranderd is midden jaren tachtig.'' Olasky verwijst daarmee naar het feit, zoals ook beschreven in zijn boek, dat Bush in 1986 is opgehouden met het drinken van alcohol ,,omdat hij Jezus toeliet in zijn leven''. En dat laatste is relevant. Het doorkruist eventuele pogingen om George W. Bush onderuit te halen op grond van zijn drinkend verleden; de man is wederboren.

Olasky's eigen leven heeft daar ook alles mee te maken. Hijzelf zag zich in zijn jeugdjaren als een marxist, maar ook hij maakte een verandering door na kennismaking met Jezus. Olasky: ,,Ja, ik was bezig met mijn onderzoek voor mijn doctorsgraad, en daarvoor moest ik een buitenlandse taal leren. Ik koos Russisch, om te kunnen praten met mijn grote Sovjet-broeders. Alleen, op een zeker moment begon ik het Nieuwe Testament in het Russisch te lezen, een boek dat ik als een grap van een vriend had gekregen. Ik las het langzaam en grondig, en ik kwam tot de ontdekking dat ik pagina voor pagina dacht: dit is wáár wat hier staat.'' Olasky bereidde vervolgens een college voor over vroeg-Amerikaanse literatuur. ,,Daarvoor moest ik al die preken bestuderen. En het gekke was: ik had eerst gedacht dat de puriteinen enge reactionairen waren die erop uit waren ons onze vrijheid te ontnemen, maar ik ontdekte dat zij ons juist verlossen van onze zonden. Dus ik werd bekeerd door deze mensen die driehonderd jaar geleden leefden.''

Maar op de vraag of Olasky dan ook achter het hele verkiezingsprogramma van de Republikeinen staat – tegen abortus, tegen het aan banden leggen van de wapenverkoop, voor de doodstraf – zegt hij diplomatiek dat het te ver voert om in detail in te gaan op alle onderdelen. In zijn boek neemt Olasky afstand van de zogeheten fundamentalistische pro-life beweging, die het leven van de ongeboren vrucht laat gaan boven dat van de moeder. Hij gelooft dat compassie in dit geval betekent het overtuigen van de zwangere vrouw van de noodzaak dat er een betere oplossing is dan ,,de vrucht te doden''.

In zijn boek blijkt dat zijn ideeën voor een belangrijk deel teruggaan op de Reformatie en het systeem van diakenen die namens de kerken de zorg voor de minst bedeelden in de samenleving op zich namen. ,,Werk is beter dan bedelen, maar help degenen die daartoe niet in staat zijn, help de werkwilligen aan de slag te komen, maar help niet degenen die kunnen werken maar lui zijn: dat was het conservatisme met compassie van de Reformatie'', schrijft Olasky.

De Republikeinse ideoloog blijkt zeer geïnteresseerd in het verzuilde Nederland, dat hij als student in 1972 heeft bezocht. ,,Ik zou wel eens terug willen gaan. Speciaal om te bezien of overheidssubsidies aan categorale welzijnsvoorzieningen schadelijk zijn voor de signatuur van die voorzieningen.'' Op de boekenlegger voor zijn publicatie blijkt Olasky gekozen te hebben voor een citaat van de Nederlandse gereformeerde voorman Abraham Kuyper. ,,God kijkt uit over zijn uitgestrekte schepping, de dingen taxerend als een Kunstenaar die zijn duim uitsteekt om het perspectief te controleren, en zegt: `Er is geen duimbreed dat Mij niet toebehoort'.'' (`There's not a thumb's width that doesn't belong to me!')

DOSSIERwww.nrc.nl

    • Frank Vermeulen