`Ceteco' zet aan tot verkopen in energiesector

Gemeenten en provincies hebben plotseling haast om hun energiedistributeurs te verkopen. Angst voor winkeldochters, maar ook de Zuid-Holland-affaire spelen daarbij een rol.

Aan de vooravond van wat een vechtmarkt voor de energie gaat worden, tonen de concurrenten zich op een punt eensgezind: de energiedistributeurs willen zo snel mogelijk overgaan van de gemeenten en provincies in particuliere handen. Het gasbedrijf in de Haarlemmermeer was dit voorjaar nog pionier met de verkoop aan een Duitse energiereus, maar de afgelopen weken is met belangrijke uitzondering van Eneco de kudde in beweging gekomen. Het energiebedrijf in Eindhoven komt in Spaanse handen, Essent wil volgend jaar naar de beurs en Nuon is bezig met de voorbereiding van een spoedige beursgang en Remu zoekt een buitenlandse eigenaar.

Nadat vorig jaar drie van de vier elektriciteitsproducenten zijn geprivatiseerd, wordt nu zo'n driekwart van de energiedistributie binnen afzienbare tijd particulier eigendom. ,,1999 was het jaar van de productie en 2000 wordt het jaar van de distributie'', zegt Pierre van Mierlo, analist bij Fortis. De vraag is alleen waarom de aanbieders van elektriciteit, gas, warmte en soms ook afvalverwerking en kabeldiensten nu ineens haast hebben.

De privatiseringsgolf is een uitvloeisel van de liberalisering van de energiemarkt, die gisteren voor het grootste deel wettelijk is afgerond. Begin dit jaar is de nieuwe elektricteitswet van kracht geworden en per 1 augustus ook de nieuwe gaswet. Het betekent dat na de grote bedrijven nu ook particulieren en kleine bedrijven binnen enkele jaren vrijelijk gas en stroom kunnen inkopen. Nederlandse distributeurs wacht daardoor een harde concurrentieslag; met elkaar en met grote buitenlandse partijen.

,,De bedrijven zijn begonnen met het verfijnen van de strategie en hebben behoefte aan goed ingevoerde aandeelhouders'', zegt Van Mierlo. ,,Dat zijn gemeenten en provincies niet. Overheden zijn niet gericht op waardecreatie op lange termijn.'' De analist wijst erop dat Nederlandse distributeurs onder het overheidsregime behoorlijk `vet' zijn geworden. ,,Energiebedrijven in Spanje – een land dat niet bekend staat als efficiënt – doen met de helft van de werknemers evenveel als de Nederlandse.''

Tegelijkertijd beginnen de lokale en provinciale bestuurders, die na de Ceteco-affaire in Zuid-Holland te horen hebben gekregen dat zij niet meer riscovol mogen beleggen, te beseffen dat zij met hun kleine bedrijven op een vrije markt de normale bedrijfsrisico's gaan lopen. ,,Energie wordt steeds meer business en het besef dat je risicokapitaal hebt wordt steeds manifester bij de aandeelhouders'', zegt energie-expert Kees Akkerman van KPMG. Annelies Huygen, onderzoeker bij het Nederlands Economisch Instituut (NEI), zegt: ,,Overheden hebben erg weinig controle over de bedrijven, maar lopen wel de risico's die ze door gebrek aan invloed zelf niet kunnen beperken.''

De potentiële opbrengst is daarbij ook een belangrijke stimulans voor de lagere overheden, die de afgelopen jaren al miljarden opstreken uit de verkoop van onder meer kabel-, stroom- en afvalbedrijven. De branche-organisatie EnergieNed schat de totale waarde van de distributiesector op ongeveer 30 miljard gulden, waarvan een substantieel deel in de kassen van gemeenten en provincies zal verdwijnen bij de verkoop. De overheden verliezen daarbij wel de inkomstenstroom van dividenden waarmee in veel gevallen de begroting sluitend wordt gemaakt, maar de vrije markt maakt hoe dan ook dat de omvang van het dividend zal gaan fluctueren.

Er lijkt wel enige haast te zijn bij het verzilveren van de nutsbedrijven. ,,Wie nu verkoopt kan een first movers-premie opstrijken'', zegt Akkerman. Op dit moment staan Nederlandse en ook buitenlandse partijen te trappelen om een positie te verwerven op de straks vrije markt en willen daarvoor bedrijven overnemen. Als eenmaal de markt verdeeld is, blijven overheden mogelijk zitten met een nutsbedrijf dat tussen wal en schip valt. Hoewel niemand het hardop zegt, denken veel deskundigen dat angst voor waardevermindering van het bedrijf een belangrijke verklaring is voor de huidige privatiseringsdrang bij de overheden.

De haast om te verkopen staat haaks op de uitspraken in de Tweede Kamer, die er – op nogal dubbelzinnige wijze – bij de gemeenten en provincies op aandringt om even te wachten. Het hete hangijzer zijn de netwerken (de elektriciteits- en gasnetten) die door nutsexperts worden gezien als cruciaal. Wie het net heeft, heeft de macht te bepalen wie en wat eroverheen gaat. De Kamer heeft bij de elektriciteit genoegen genomen met een constructie waarbij het regionale net juridisch wordt afgescheiden van de distributeur. Bij de behandeling van de gaswet trok de PvdA een amendement om de gasnetten voorlopig niet mee te laten verkopen met de distributiebedrijven te elfder ure in. Minister Jorritsma (Economische Zaken) heeft nu verordonneerd dat voorlopig alleen het economisch eigendom mag worden verkocht, het juridisch eigendom niet.

Een halfzachte regeling, meent Huygen, die niet begrijpt dat Nederland er niet voor heeft gekozen om net als in Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk het net te verpachten met vergunningen of concessies. ,,In een contract kun je voorwaarden opnemen en bovendien loopt een contract af'', zegt Huygen. ,,Hier worden de netwerken verkocht en de zaak rond de varkensrechten heeft wel geleerd hoe zwaar eigendom weegt. Het is heel moeilijk om politieke beslissingen door te voeren als iemand iets heeft gekocht.''

In de praktijk is een aparte netbeheerder volgens Huygen onvoldoende om op lange termijn het algemeen belang te regelen. ,,Stel dat je op een gegeven moment om milieuredenen geen stroom uit kernenergie wil, om een misschien wat populistisch voorbeeld te geven. Als een groot Frans bedrijf netwerken heeft gekocht waarover het veel goedkope atoomstroom wil distribueren, kan de overheid daaraan helemaal niets doen.''

    • Karel Berkhout