Vuilstortplaats wordt een `artistiek multiversum'

Beeldend kunstenaar Han Goan Lim heeft het initiatief genomen om devuilstortplaats in de Rotterdamse Noordoost-Abtspolder te veranderen in een cultuurpark. Op het 25 hectare grote terrein moeten paviljoens, ateliers, tuinen en installaties verrijzen.

Een golfbaan, een speelweide, een crossfietscircuit. Het ontbreekt de Nederlandse gemeenten niet aan creativiteit als het gaat om recreatief hergebruik van oude vuilstortplaatsen. Ook de opslagplaats voor vervuilde grond in de Noordoost-Abtspolder stond op de kaarten van de gemeente Rotterdam al aangegeven als recreatie/cultureel gebied. Toen de Floriade in 1994 hier niet doorging, lag er meteen een plan klaar om de vuilstort op de grens van Rotterdam-Noordwest en Middendelfland te transformeren in een 25 hectare groot Internationaal Kunst en Cultuur Park.

De initiatiefnemers van dit plan zijn geen ambtenaren maar buitenstaanders onder aanvoering van beeldend kunstenaar Han Goan Lim. In samenwerking met het landschapsarchitectenbureau Studio I.S. en de architecten Moen en Van Oosten ontwikkelde Lim een plan voor wat hijzelf afwisselend `een platform voor experimentele kunst', `een culturele proeftuin' en een `artistiek multiversum' noemt. De financiële degelijkheid van het zes tot acht miljoen kostende project is inmiddels bevestigd door een haalbaarheidsonderzoek van het Nederlands Economisch Instituut. Als de gemeente Rotterdam in het najaar de goedkeuring verleent, kan de aanleg van start en is het park in 2003 operationeel.

,,O nee, absoluut geen pretpark'', is Lims respons op de vraag of het Kunst en Cultuur Park een soort kunstzinnig Slagharen wordt. ,,Maar het wordt ook geen beeldentuin met om de honderd meter een sculptuur met een bordje. Het gaat om de bundeling van meerdere activiteiten op het gebied van kunst en cultuur. Maar de pretenties en commerciële inslag van een manifestatie als Expo 2000 in Hannover passen niet in ons plan. We mikken meer op de kleinschaligheid, diepgang en informaliteit van bijvoorbeeld De Parade. Het is misschien vergelijkbaar met Insel Hombroich bij Düsseldorf.''

Het zwaartepunt van het park zal liggen bij wat in de plannen wordt aangeduid als `proeftuin' of `vrijplaats'. Kunstenaars van verschillende disciplines zullen worden uitgenodigd om samen de nu nog kale vlakte te vullen met plastieken, land art of performances. Er komen ook zelfstandige projecten. Beeldend kunstenaar Joep van Lieshout zal op het terrein zijn AVL-ville, een volledig uit prefab constructies opgebouwd dorp, realiseren.

,,We streven naar een vermenging van beeldende kunst, architectuur en landschap en het plan van Van Lieshout past daar goed in'', vindt Lim. ,,We hopen dat ook architecten, vooral de jongere, de uitdaging aangaan om een paviljoen of folly voor het park te bouwen. Omdat het gestorte vuil is ingepakt mag er op het terrein niet worden geheid, dus het moeten lichtvoetige ontwerpen worden. Dat kan van alles zijn, van bouwpakket tot hightech. Het enige criterium is dat het vernieuwend moet zijn. Het is per slot van rekening een proeftuin.''

Naast landschappelijke proeftuinen zijn er ook echte tuinen, kavels van 25 bij 12 meter waarin hoveniers, kunstenaars en architecten een `galerie in de natuur' kunnen ontwerpen. Lim: ,,Tuinen hebben een lange traditie, kijk maar naar de Chinese en Japanse tuinen, Franse of Italiaanse parken. En de publieke aandacht voor tuinen wordt ook weer steeds groter: de gemiddelde Nederlander spendeert 38 gulden per jaar bij tuincentra en de populariteit van de Keukenhof is groter dan ooit. In de kunsttuinen die wij willen aanleggen kan worden voortgeborduurd op die interesse. Eigentijdse labyrinten, een bamboebos, land art; het kan allemaal. Kunstenaars kunnen natuurlijke en artificiële elementen als geluid, licht of beton gebruiken. Het is de bedoeling dat ieder jaar het aantal tuinen uitbreidt. Sommigen zullen na een tijdje vervallen en dan plaats maken voor iets nieuws. Maar dat past ook goed bij de laboratoriumfunctie van het park. Het publiek moet het creatieproces direct kunnen volgen.''

Het is de bedoeling dat de kunstenaars die op het terrein gaan werken er ook gaan wonen. Met de geplande dertig tot veertig ateliers zou het park het tekort aan werkruimte in de stad kunnen opvangen en plaats bieden aan gast-kunstenaars en curatoren uit het buitenland. Bovendien zou de concentratie van makers de levendigheid van de wat geïsoleerde locatie vergroten. Dat dit – al in 1993 ontworpen – plan naadloos aansluit bij de`culturele broedplaatsen' van staatssecretaris Van der Ploeg vergroot de politieke haalbaarheid, maar is volgens de initiatiefnemers een gelukkig toeval.

Lims voornemens houden niet op bij paviljoens, tuinen en ateliers. ,,Het initiatief begon ooit als voorstel voor een kunstambassadewijk en dat element heeft nog steeds een plaats in het huidige plan. In die wijk kunnen zowel organisaties als het Goethe Institut en Alliance Française als landen zichzelf presenteren. Maar dan wel op een eigentijdse manier. Dus geen folkloristische expositie maar een breed aanbod van vormgeving, beeldende kunst, theater, literatuur en gastronomie. Ik denk dat een samenballing van culturen heel goed past bij Rotterdam, waar bijna de helft van de bewoners van niet-Nederlandse komaf is.''

Niet alleen buitenlandse organisaties zullen worden uitgenodigd, ook Nederlandse musea en kunstenaarsinitiatieven zijn welkom. ,,Het zou heel mooi zijn als bijvoorbeeld Boijmans Van Beuningen, het Architectuurinstituut of Centrum Witte de With een tuin of paviljoen zouden inrichten. Daarin kunnen ze verwijzen naar hun eigen tentoonstellingen. Een visitekaartje in de polder of een etalage langs de snelweg; zo zou je het kunnen noemen.''

Bij wijze van voorproefje heeft Lim een kleine manifestatie gepland voor 2001, het jaar dat Rotterdam culturele hoofdstad van Europa is. ,,Op een strook van zes hectare tussen de vuilstort en de rivier De Schie willen we laten zien wat de mogelijkheden zijn. Dit project kan prima dienen als eerste aanzet. En daarna kan het uitgroeien tot wat ons voor ogen staat: een bedrijventerrein voor kunst en cultuur.''

    • Edo Dijksterhuis