Van wrange klanken tot ijsjesmuziek

Grote Russische componisten als Glinka, Dargomyzjski, Moesorgski, Balakirev en Rimski-Korsakov kwamen uit de provincie en konden hun kracht vooral putten uit de volksmuziek waarmee ze opgroeiden. Maar de Russische concerten die het Storioni Trio de afgelopen dagen speelde, lieten daarvan weinig horen. Tsjaikovski, Rachmaninov en Sjostakovitsj groeiden op in St. Petersburg. Zo volgde op de Bachweek in de Robeco Zomerconcert-serie een flamboyant Russisch tweeluik: meer post-Schumannesk dan folkloristisch.

Nederland bezit uitstekende jonge pianotrio's. Voorop het Osiris Trio dat het meest eigentijds is georiënteerd. Uitzonderlijk muzikaal is nog het Rembrandt Trio, maar ook de romantisch georiënteerde Escher- en Leonardo-Trio's hebben heel wat in hun mars. Het meest abitieus van alle lijkt het robuuste Storioni Trio, in 1995 opgericht en genoemd naar de viool van Wouter Vossen. Zijn broer Marc speelt cello, Bart van de Roer is de pianist.

Typerend voor de Russische muziekstijl is een epos van pijn, gehuld in elegische, meer zoetsmartelijke dan werkelijk wringende klanken. Sjostakovitsj is de uitzondering. Rachmaninovs Trio élégique in d verraadt in de titel al de grondstemming, maar ook Tsjaikovski's kolossale Pianotrio in a uit 1881-1882 groeit vanuit een Pezzo elegiaco. Het herinnert vooral aan Schumann, maar loopt anderzijds al vooruit op Richard Strauss. Nadezjda Philaretovna Frolovskaja, gehuwd met Karl Georg von Meck, ondersteunde de kunstenaars als Wieniawski en Debussy. Aan Tsjaikovski verzocht ze op 18 oktober 1880 vanuit Florence: ,,Waarom schrijf je geen pianotrio? Het is hier moeilijk om aan bladmuziek te komen. Zelfs het Trio van Schumann is niet te krijgen.''

Tsjaikovski zag er tegenop. De combinatie vond hij afschuwelijk. De piano vloekt met de strijkers, de klankkleuren stoten elkaar af. Maar met de dood van Anton Rubinstein kwam het er toch van en zo groeide een traditie om pianotrio's op te dragen aan overledenen. Rachmaninovs Trio is gecomponeerd ter nagedachtenis aan Tsjaikovski en Stostakovitsj eerde in zijn groots opgezet Trio in e uit 1944 zijn beste vriend Ivan Sollertinski, een Mahler- en Schönberg-kenner die liefst 20 talen beheerste. Zijn intiem dagboek schreef hij in oud-Portugees en Sjostakovitsj leerde van hem Duits en in ruil daarvoor kreeg Sollertinski pianoles.

Een kenmerk van de trio's van Tsjaikovski en Sjostakovitsj zijn de Schumanneske, danwel Mahleriaanse krachtsexplosies. Die ontbreken nog in het allereerste stuk dat het Storioni Trio speelde: Sjostakovitsj' onvoltooid gebleven eendelig Trio in C uit 1923, geschreven voor Tatjana Glivenko, zijn eerste grote liefde. Samen kuurden ze op de Krim. Het is nog maar een probeersel vergeleken bij het tweede Trio, dat een soort van muzikale parallel vormt met de Achtste symfonie. De finale is een dodendans, zoals Tsjaikovski's Trio uitsterft in een dodenmars. De klezmer-elementen werden aangebracht nadat de componist vernam hoe de nazi's de joden voor hun executie dwongen te dansen voor hun zelf gedolven graven.

Het Tsjaikovskiaans teder-elegische karakter, en meer nog zijn krachtig pathos, maar ook Sjostakovitsj' beeldend vermogen in een wonderlijk wrange toon, dat gaat dit trio allemaal goed af. Minder overtuigend vind ik de karaktertekening onder het mezzoforte, zoals in de charmerende delen in Tsjaikovski's Tema con variazioni. Dat is kinderijsjesmuziek. Maar misschien is het wel een compliment om daar niet van te willen likken, want gelikt klinkt het Storioni Trio allerminst.

Concert: Storioni Trio. Werken van Glinka, Tsjaikovski, Rachmaninov en Sjostakovitsj. Gehoord 30 en 31/7 Kleine Zaal Concertgebouw Amsterdam.

    • Ernst Vermeulen