Relatief meeste doden op wegen Friesland

In de provincie Friesland zijn vorig jaar relatief de meeste verkeersdoden gevallen. Friesland neemt daarmee de positie over van de provincies Zeeland en Drenthe, die tot dusver de hoogste gemiddelden verkeersdoden hadden.

Friesland telde vorig jaar per 100.000 mensen twaalf verkeersdoden, vier meer dan het jaar ervoor. Zeeland komt op elf doden, evenveel als een jaar eerder.

Drenthe komt op negen, twee minder dan in 1998.

Relatief de minste verkeersdoden (vier per 100.000 inwoners) vielen in de provincie Zuid-Holland.

Deze cijfers zijn bekendgemaakt op de website van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer (AVV) van Rijkswaterstaat.

Een woordvoerder van de AVV benadrukt dat de provincie Friesland niet plotseling de verkeersgevaarlijkste provincie van Nederland mag worden genoemd. ,,De cijfers worden bepaald door vele variabelen die niet allemaal bekend zijn. Denk aan het aantal verkeersbewegingen'', aldus voorlichter H. Nobel van AVV.

Gemiddeld vielen in Nederland vorig jaar zeven verkeersdoden per 100.000 inwoners. Dat zijn er evenveel als het jaar ervoor. In absolute getallen gaat het om 1.090 doden in 1999 en 1.066 een jaar eerder.

Het aantal ziekenhuisgewonden door het verkeer is wel gestegen in verhouding tot het aantal inwoners. Per 100.000 inwoners gaat het om 79 mensen vorig jaar, vier meer dan een jaar eerder. In getallen betekent dit 12.388 gewonden in 1999 en 11.733 in 1998.

Wat verkeersgewonden betreft houdt Zeeland wel relatief het hoogste gemiddelde per 100.000 inwoners. Zeeland staat op 120 en Drenthe op 102. Opmerkelijk is dat Friesland hier een-na-laagste is met 62. Zuid-Holland kent met 61 het laagste gemiddelde van Nederland. Uit de gegevens van de Adviesdienst Verkeer en Vervoer blijkt verder dat het aantal doden onder autobestuurders vorig jaar iets is afgenomen. Daarentegen steeg het aantal slachtoffers onder brom- en snorfietsers.

Een andere verschuiving is te zien in de leeftijden van de verkeersdoden in Nederland. De dodelijke slachtoffers zijn vaker jonger dan 18 jaar of ouder dan 64. Minder vaak zijn ze tussen de 18 en 34 jaar.