Particulier ondernemerschap in een verscheurd Somalië

Al tien jaar heeft Somalië geen centrale regering. Krijgsheren, wakend over de belangen van hun clans. Toch slagen kleine particuliere ondernemingen tegen de verdrukking in.

Bewaking is het grootste probleem voor de Somalische zakenman Abdulkadir Osoble Ali. Hij kijkt toe hoe stuwadoors bezig zijn met het lossen van zakken cement, meel en andere goederen. In deze privéhaven in El Ma'an liggen nog zes schepen te wachten om gelost te worden. De haven wordt van nature beschermd door een koraalrif. En door tweehonderd zwaarbewapende mannen. Ze zijn verdeeld over 25 met anti-luchtdoelraketten en met mobiele telefoons uitgeruste strategische posities.

De 38-jarige Abdulkadir Ali is uit Amerika teruggekeerd naar zijn geboorteland. Hij was taxichauffeur in Washington, nu heeft hij de leiding over de haven. Vierentwintig uur per dag worden van hieruit kamelen, koeien, geiten, bananen, wierook, meerschuim, gedroogde limoenen en houtskool uitgevoerd. En zowat al het andere ingevoerd.

Hoewel Somalië al sinds 1991, toen dictator Mohamed Said Barre werd verjaagd, geen regering meer heeft, is de handel nooit helemaal stil komen te liggen. Het land is uit elkaar gevallen. Een poging van de Verenigde Naties om de orde te herstellen liep in 1993 uit op een debacle. De VN-troepen van UNOSOM trokken zich in 1995 terug en sindsdien heersen in Somalië de krijgsheren, die waken over het belang van hun clans. De bevolking bestaat uit zes grote groepen die elk weer in subclans en subsubclans zijn onderverdeeld.

Na het vertrek van de VN ligt de moderne haven 35 kilometer ten zuiden van de hoofdstad Mogadishu er verlaten bij. De krijgsheren konden het niet eens worden over wie de haven mocht runnen. Ook al zou een nieuwe regering wellicht deze haven weer snel in gebruik nemen, en daarmee een belangrijke concurrent worden voor het privéhaventje van Ali, toch zou hij willen dat de situatie in Somalië snel normaliseert. Al was het alleen maar om de enorme kosten voor de beveiliging te drukken.

Ook andere zakenmensen hopen dat de vredesgesprekken die op dit moment gaande zijn in Djibouti succes hebben. Abi Mohamed Sabrie, investeerder in The Nation Group, bestaande uit ondermeer een kleine luchtvaartmaatschappij, een telecommunicatiebedrijf en een bedrijf voor landbouwproducten, vindt dat te veel van de winst nu gaat naar beveiliging, naar het oppompen van water (voor een pasta-productiebedrijf) en het genereren van elektriciteit. Allemaal zaken waar volgens Sabrie een normale regering voor dient te zorgen. Het ontbreekt in Somalië niet aan gezond ondernemerschap, vindt Sabrie, maar aan een goede infrastructuur. Door het ontbreken van een regering heeft Somalië bovendien geen centrale bank. Waardoor het voor zakenmensen moeilijk is om leningen af te sluiten, om transacties te verzekeren en om contracten internationaal erkend te krijgen.

Toch ziet Mohamed Mahmoud ook voordelen in de huidige situatie. Mahmoud runt een mensenrechtencentrum en een eigen bedrijfje. Volgens hem zijn kleine bedrijfjes als het zijne op dit moment vaak beter in staat de situatie in Somalië te verbeteren dan een centrale regering. Zijn bedrijf is verantwoordelijk voor de stroomvoorziening in een deel van Mogadishu. Hij bezit een generator voor 350 kilowatt, waarvoor hij 6.000 betalende klanten heeft. Moskeeën en de straten worden gratis verlicht. Er zijn nog vijf elektriciteitsbedrijven in Mogadishu. Van samenwerking is geen sprake, maar de klanten klagen niet.

Andere Somalische bedrijven werken wel steeds vaker samen. Het meest succesvol zijn bedrijven die de clan-grenzen overschrijden. Dat concludeert de Organisatie voor Onderzoek en Statistiek in Mogadishu, een onlangs door twee Somalische economen opgezet adviesbureau. Volgens het bureau is 63 procent van de vrouwen in de hoofdstad op een of andere manier betrokken bij een bedrijf. Vaak hadden ze niet meer dan honderd dollar als startkapitaal. Dit soort kleine bedrijven zijn inmiddels verantwoordelijk voor bijna de helft van de economische activiteit in Mogadishu.

Zeer succesvol zijn drie telecombedrijven. Ooit begonnen ze als servicecentrum voor satelliettelefonie. Maar inmiddels verzorgen ze ook mobiele telefonie en binnen de hoofdstad ook vaste telefoonlijnen. Geleidelijk wordt de mobiele dekking uitgebreid naar de rest van het land. De drie bedrijven, tot nu toe concurrenten, hebben onlangs besloten gezamenlijk internetdiensten aan te bieden. Een abonnement moet ongeveer tien dollar per maand gaan kosten. Dat is vijf keer goedkoper dan in buurland Kenia, waar de overheidsbedrijven verantwoordelijk zijn voor alle internetverbindingen. (AP)

    • Susan Linne