Parijs belandt plotseling in Ivoriaanse crisis

Een opmerkelijke uitspraak van een Franse minister heeft heel Ivoorkust op de achterste benen gebracht.

Het was gisteren een ongebruikelijk tafereel in het ooit zo stabiele Ivoorkust: gewapende gendarmes dreven met traangas demonstranten uiteen. Ze drukten hen tegen de grond, ontkleedden vrouwen tot op de onderbroek en mannen nog verder. De demostranten hadden steun betuigt aan de Franse minister Charles Josselin (Coöperatie en Francofonie), die Ivoorkust vorige week had gewaarschuwd geen enkele kandidaat voor de presidentsverkiezingen op 17 september ,,op kunstmatige gronden'' uit te sluiten.

De waarschuwing van Josselin leidde vorige week tot felle anti-Franse protesten. Demonstraties werden afgewisseld met geklaag van politieke leiders over de ,,bemoeizucht'' van de voormalige koloniale macht. De junta die het land sinds december regeert, was in alle staten. ,,Meneer Josselin kent ons land niet'', riep generaal Robert Gueï, de juntaleider. Kapitein Herni Sama, minister van Communicatie, vond dat Frankrijk Ivoorkust nog steeds ,,beschouwt als zijn kolonie.''

Zo was Frankrijk plotseling beland in een crisis in het land dat veertig jaar lang een van de trouwste bondgenoten was in Afrika. Het was duidelijk wie Josselin op het oog had met zijn oproep niemand uit te sluiten: ex-premier Alassane Dramane Ouattara, de kandidaat die volgens zijn tegenstanders niet mee mag doen omdat hij geen echte Ivoriaan is (hij heeft lange tijd een paspoort van Burkina Faso gehad). Josselin maakte ook duidelijk dat Frankrijk het niet op prijs stelt als Robert Gueï zich kandidaat stelt voor de verkiezingen: ,,Het uniform en de democratie gaan slecht samen'', zei de `Monsieur Afrique' van de breedlinkse regering van Lionel Jospin.

Nu wáren de waarschuwingen van Josselin opmerkelijk, in het licht van de Afrikapolitiek die Parijs sinds het aantreden van Jospin in 1997 sluipenderwijs heeft ontwikkeld. De beide Jo's rekenden af met de Franse traditie van steun aan een wijdverbreide clientèle van niet altijd democratische leiders. ,,Niet meer ingrijpen in lokale conflicten'', werd het credo: de Afrikanen moeten voortaan hun eigen zaken regelen.

Jospin slaagde erin deze lijn op te leggen toen een staatsgreep vorig jaar in Ivoorkust een einde maakte aan het corrupte bewind van president Henri Konan Bédié. Parijs gaf Bédié asiel en gaf couppleger Robert Gueï te verstaan een snelle terugkeer naar de democratie te wensen. Verder hield Parijs officieel vast aan het beleid van behartiging van de eigen belangen gekoppeld aan bevordering van de democratie.

Er is in Franse ogen officieel dan ook niets aan de hand in Ivoorkust, waar de junta keurig een referendum heeft gehouden over een nieuwe grondwet die de terugkeer van democratie voorbereidt (86 procent van de Ivorianen stemde eind juli vóór), en Gueï netjes voor september presidentsverkiezingen heeft beloofd. Franse diplomaten hebben de afgelopen week hun best gedaan het ongewenste effect van Josselins opmerkingen weg te masseren. Francis Lott, de Franse ambassadeur in Abidjan, ging bij Gueï op bezoek om uit te leggen dat de weergave van Josselins uitspraken ,,in de verkorte vorm'' in de media het misverstand verklaarden. Frankrijk wilde alleen maar zeggen dat Ivoorkust snel ,,goed georganiseerde verkiezingen nodig heeft'', meldde ook het ministerie van buitenlandse zaken. ,,De ruzie gaat nergens over.''

Ook president Chirac buitte de ontstane opwinding nauwelijks uit: wel een beetje onhandige uitspraken van Josselin, maar er is geen verschil van mening tussen de president en de regering, liet hij in de Franse pers doorsijpelen.

Maar als het inderdaad onhandig was, zijn de gevolgen groter dan de Fransen zich kunnen wensen: in Ivoorkust gelooft niemand meer in de Franse afzijdigheid. Het weekje ruzie tussen Frankrijk en een van zijn naaste Afrikaanse zonen heeft zijn sporen achtergelaten: Gueï kan zijn tegenstander Ouattara nu ook nog verwijten aan de leiband van het bemoeizuchtige Frankrijk te lopen. En dat telt in dit West-Afrikaanse land dat zo graag volwassen wil worden: op eigen benen, met een eigen democratie. Al is het dan een legerleider die boodschap uitlegt. Maar dat was nog niet zo lang geleden in Frankrijk ook zo.

    • René Moerland