Het Felderhof-effect

Wonen in een verpleeghuis voor zieke en demente bejaarden lijkt me op zichzelf al erg genoeg. Maar om dan ook nog weerloos te zijn tegen Rik Felderhof, is helemáál een hels vooruitzicht.

Het zal je immers maar gebeuren, in al je kwetsbaarheid aan den volke te worden vertoond zonder dat dit enig aantoonbaar doel dient. Daar loopt hij door het beeld, ditmaal zonder hoed, ontspannen maar toch doelbewust, met de rechterhand in de broekzak, op weg naar... Ja, naar wat? Bezoekuur heet het programma dat hij deze zomer maakt. Felderhof, die in zijn villa een warm nestje voor Bekende Nederlanders bouwde en daardoor nu ook zelf door het virus van de roem is aangestoken, kuiert door diverse tehuizen en klinieken en stelt hier en daar zo'n quasi-invoelende vraag als: ,,Heeft u uzelf een beetje vergeten, de laatste tijd?''

Geen gesprekje duurt langer dan enkele minuten. Niemand wordt met enige reden geportretteerd. Alles is willekeurig. Soms schemert in één zin een leven door waarover urenlang te vertellen zou zijn, maar dat is de bedoeling niet. ,,Doet u maar alles wat gezellig is'', adviseert de presentator, om gauw weer iemand anders op te zoeken. Het is pure zendtijdvulling, een programma zonder kop of staart dat in een halfuurtje voorbij kabbelt.

Het zou dus ook onbesproken kunnen blijven, ware het niet dat Felderhof zich af en toe deerlijk laat kennen. Hij filmt een dappere man die al jarenlang naast het ziekbed van zijn vrouw zit. Die vrouw is nauwelijks tot spreken in staat, maar raakt, zo te zien, enigszins van streek door de tv-ploeg bij haar bed. ,,Stelt u uw vrouw maar even gerust'', maant Felderhof op zijn menselijke toon. ,,Zegt u maar dat het goed is.'' De man doet gehoorzaam wat hem door die meneer van de televisie wordt opgedragen. Hij zegt haar dat het goed is – maar goed voor wat, voor wie? Ja, goed voor Felderhof.

Even later dringt de programmamaker zich zalvend op aan een vrouw die haar dementerende moeder bezoekt. ,,Ik kan haar niet echt bereiken'', zegt die dochter, ,,maar dat was vroeger eigenlijk ook al zo.'' Wat er precies aan de hand is geweest, blijft onvermeld. De dochter zegt het nog een keer. Dit is echter niet de situatie om er verder op in te gaan. En steeds zit de moeder ernaast, ingesponnen in haar eigen gedachten. Niemand weet wat er van het gesprekje tot haar doordringt. Wat hier gebeurt – praten over iemand die er bij zit en niet meer adequaat kan reageren – is uitgesproken ongemanierd. Ook tot Rik Felderhof blijkt allengs iets van dit ongemakkelijke gevoel door te dringen. Maar dan komt zijn meesterzet. ,,Vindt u het niet moeilijk over uw moeder te praten terwijl ze daar zo bij zit?'' vraagt hij. Daarmee heeft hij zichzelf in één klap vrijgepleit; het is niet meer zijn schuld dat de oude vrouw in haar bijzijn wordt vernederd, het ligt aan de dochter, die weliswaar beaamt dat dit moeilijk is, maar toch beleefd antwoord blijft geven.

De ontmoeting duurt alles bij elkaar slechts een paar minuten. Dan laat hij hen weer achter. Op naar de volgende. Eens kijken of daar nog wat emoties vallen los te woelen.

Langzamerhand begint er iets te slijten van het ontzag van `gewone mensen' voor televisie-medewerkers. Het medium wordt zelf ook steeds gewoner. Niet alleen omdat iedereen zichzelf tegenwoordig op de eigen vakantievideo's op het tv-scherm kan zien, maar ook omdat heel veel mensen inmiddels al eens in een `echt' programma in beeld zijn geweest. En toch is het nog steeds niet helemaal over. Een tv-meneer die goed kan veinzen dat hij oprecht belangstellend is, vindt nog altijd weinig hindernissen op zijn pad. Hij krijgt beleefd antwoord op zijn vragen, ook als het slachtoffer niet eens precies weet waaraan het zich blootstelt.

Iemand in een kuuroord vertelt binnen de kortste keren dat hij homoseksueel is. Zodra het babbeltje voorbij is en hij zich onbespied waant, vraagt hij zijn vriend wie die man eigenlijk was. ,,Van de tv'', zegt deze. ,,Met die hoed.'' Oh, die! Ja, dan zal het wel goed zijn.

    • Henk van Gelder