Gemengdgehuwden

Volgens historicus Cees Haverhoek hebben gemengdgehuwden en hun halfjoodse kinderen recht op restitutie van joodse tegoeden (NRC Handelsblad, 31 juli). Ik beweerde in deze krant van 25 juli het tegendeel. Zonder dat met zoveel woorden te stellen wekt de heer Haverhoek de indruk dat ik niet zou weten waar ik het over heb.

Echter, in beginsel krijgen gemengdgehuwden en hun kinderen geen erkenning als vervolgingsslachtoffer in het kader van de Wet Uitkeringen Vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (WUV). In mijn bezit is de uitspraak van de Raadkamer WUV op het bezwaar dat een aanvrager van halfjoodse bloede maakte tegen de afwijzing als vervolgingsslachtoffer erkend te worden.

De Raadkamer wees het bezwaarschrift af omdat ,,door ons werd vastgesteld dat U geen vervolging in de zin der WUV heeft ondergaan. U bent geboren als kind uit een gemengd huwelijk. De vervolgingsmaatregelen van de Duitse bezetter waren in beginsel niet tegen kinderen uit deze bevolkingsgroep gericht.''

Eveneens stelt de Raadkamer dat het ,,van belang is dat Uw moeder en U de bescherming van de status van gemengd gehuwde vrouw met kind, respectievelijk kind uit een gemengd huwelijk bezaten en daardoor niet hoefden te vrezen (ook niet subjectief) voor maatregelen van de bezetter''. De Centrale Raad voor Beroep bevestigde de afwijzing van de Raadkamer, waarmee de rechtsmiddelen voor de desbetreffende aanvrager uitgeput waren.

Nu het kabinet akkoord is gegaan met het verdelingsvoorstel van het Centraal Joods Overleg, als gevolg waarvan ook gemengdgehuwden in aanmerking komen voor restitutie, heeft bovengenoemde aanvrager besloten de staat in kort geding te dagvaarden om alsnog een erkenning als vervolgde in het kader van de WUV te krijgen. Deze erkenning is hun tot dusverre van overheidswege onthouden. Als dat terecht is geschied heeft het kabinet de Tweede-Kamer heel wat uit te leggen. Want waarom zou die groep dan nu wel recht op restitutie hebben? Ik blijf van mening dat deze groep een erkenning terecht is onthouden en vermag dan ook niet in te zien waarom wel uit de restitutiepot moet worden meegedeeld. Men heeft ofwel op beide (erkenning WUV en restitutie) recht of op geen van beide.