Broodje Horeca

In de Van Welderenstraat lag een man in de goot. Hij lag op zijn rug. Het regenwater stroomde als een beekje om hem heen in de richting van de lager gelegen Ziekerstraat. Er stonden wat mensen omheen. Van onder hun paraplu's bekeken ze het kleine drama. In het slachtoffer herkende ik mijn oude buurman van een paar deuren verder. Het was een zachtaardige, vriendelijke man die eens in de zoveel maanden een dag op stap ging, maar niet meer zo goed tegen drank kon. Samen met een agent heb ik hem thuis gebracht.

Eenmaal aangekomen in de bovenwoning in de Tweede Walstraat wilde hij naar het toilet. Tot onze stomme verbazing was dat nog een houten ton. Eind jaren zestig waren er in de binnenstad van Nijmegen nog woningen die niet op het riool waren aangesloten. Zelf woonde ik in de voormalige groentewinkel tegenover Broodje Horeca. De zes kamers die het pandje telde werden verhuurd aan studenten en al of niet werkende jongeren. Daar hadden we wél een watercloset, zij het buiten op een binnenplaatsje. Als het 's winters vroor moest je doorspoelen met emmers heet water. Tijdens de feesten – het huis had een naam op dat gebied – was het vaak dringen geblazen voor die ene wc. Behalve de keer dat we in de kelder een aantal rekken met grote glazen potten vonden, voorzien van schroefdeksels, afkomstig uit de oude winkel. De rekken werden buiten opgesteld en elke mannelijke aanwezige kreeg een eigen pot toegewezen. De hoger gelegen potten werden bereikbaar gemaakt met een stoel en een trapleertje. Een biologiestudent stelde voor na afloop alle potten af te sluiten en te kijken wie na twee maanden de mooiste schimmels zou hebben ontwikkeld. De resultaten overtroffen alle verwachtingen. De ene pot was dichtgegroeid met een roze suikerspinachtige substantie. Een ander had een grijze mossoort ontwikkeld, en in weer een andere pot was de vloeistof inktzwart geworden en dreven er kleine gifgroene eilandjes in. Kort daarop ben ik verhuisd. Ik kan me niet herinneren dat iemand de expositie heeft opgeruimd. Misschien staan ze er nog, al die kleurige rekken.

De Tweede Walstraat was niet bepaald de vlaggenstraat van de stad, maar er woonden interessante mensen en er was altijd wel wat te doen. Wat verderop woonde Hein Hintjes, dichter en gebedsgenezer. Hij was van top tot teen behangen met medailles en onderscheidingen, en in een van de huisjes daarnaast woonde Malle Pietje, althans zo noemden wij hem, de dorpsgek van het buurtje. Hij liep zomer en winter in hetzelfde grijze pak en stond regelmatig, op zijn manier, het verkeer te regelen op het piepkleine kruispuntje van Vlaamse Gas, Walstraat en Eilbrachtstraat. Vooral op vrijdag- en zaterdagavond was dat een hele toer. De Vlaamse Gas met zijn discotheken en cafés was dan een drukbezochte steeg. Vanuit mijn kamer had ik een prachtig uitzicht op het spektakel.

Een paar buurvrouwen hielden het woninkje van Pietje, dat niet eens was aangesloten op het lichtnet, een beetje bij en zorgden voor zijn bewassing. Hij at uitsluitend bruin brood en dronk enkel bruin bier. Je kon hem geen groter plezier doen dan hem door het raam aan de straatkant, dat altijd open stond, een paar flesjes `oud bruin' aan te reiken.

De straat zoals ze was zal vast niet meer bestaan. Ik ben er lang niet meer geweest maar Broodje Horeca is ongetwijfeld een coffeeshop geworden en er zal geen Malle Pietje meer op het kruispuntje staan om stoïcijns en molenwiekend het verkeer te regelen.

    • Gerrit Kolthof