Namenmonument

Gisteravond kwamen een kleine honderd mensen, joodse en andere Rotterdammers, bijeen bij het restant van een muur aan de Stieltjesstraat op de Kop van Zuid. Het muurtje, verscholen onder een grote boom, maakte deel uit van de omheining rond Loods 24, onderdeel van de al lang verdwenen Gemeentelijke Handelsinrichtingen. Vanuit Loods 24, een houten barak langs een goederenspoor, vertrok op 30 juli 1942 het eerste transport van 1074 Rotterdamse joden naar het kamp Westerbork, tussenstation op weg naar Duitse vernietigingskampen als Auschwitz en Sobibor.

De jaarlijkse herdenking had deze keer een bijzonder karakter voor de kleine joodse gemeenschap (ruim 600 mensen) in Rotterdam wegens de publicatie van het boek `Kaddisj', waarin de namen staan vermeld van de 6.302 joodse Rotterdammers die stierven tijdens de nazi-vervolging. Als eerste en waarschijnlijk laatste grote gemeente in Nederland staafde Rotterdam met dit boek het lot van de joodse stadgenoten die in de Tweede Wereldoorlog zijn gedeporteerd. Die deportatie verliep ,,beangstigend precies en voortvarend'', zei wethouder Peter van Dijk nadat hij het stijlvol uitgegeven boek had ontvangen.

`Kaddisj' – de titel verwijst naar een gebed bij overlijden en algemeen rouwbeklag is de uitkomst van een intensief onderzoek dat in 1966 begon. Uitgangspunt waren ruim 800.000 persoonskaarten in het archief van de dienst Burgerzaken van het stadhuis. Vijf vrijwillligers van de Stichting Comité Loods 24 stelden een lijst samen van de joodse oorlogsslachtoffers die uit Rotterdam zijn weggevoerd. Medewerkers van het Gemeentearchief, onder wie Albert Oosthoek die bij `Kaddisj' een historische inleiding schreef, belastten zich met de verificatie van de verzamelde gegevens.

In 1940 telde Rotterdam 13.000 joodse inwoners. Op 1 oktober 1941 waren dat er 11.000. Na het Duitse bombardement van mei 1940, dat 80.000 Rotterdammers dakloos maakte, waren veel joodse Rotterdammers en joodse vluchtelingen naar elders verhuisd. De nazi's registreerden uiteindelijk, met medewerking van punctuele Nederlandse ambtenaren en op onderduikers jagende politieagenten, 8.368 Rotterdamse `voljoden', van wie er volgens het onderzoek van Albert Oosthoek 6.790 zijn gedeporteerd. Weinigen keerden terug. Van de onderzochte persoonskaarten bleek in 262 gevallen onduidelijk of die Rotterdammers de oorlog hadden overleefd. Gebleken is dat 81 mensen uit deze groep de dood vonden en 144 de oorlog overleefden. Voor 37 gevallen geldt `vermist' of `lot onbekend'. Tachtig namen in `Kaddisj' komen niet voor in `In memoriam', het boek met een landelijke lijst van joodse oorlogsslachtoffers.

De namen in `Kaddisj' zijn een monument, 155 pagina's lang. Van Hendrik Salomon Aalsvel (geboren 1878) tot Rachel Ruth Zwick (geboren 1928), beiden omgekomen, op respectievelijk 19 en 15 oktober 1942, in Auschwitz.

    • Jan Gerritsen