Hongaren vinden na halve eeuw nog krijgsgevangene

Hongarije denkt zijn laatste krijgsgevangene uit de Tweede Wereldoorlog te hebben teruggevonden. Hij blijkt in een psychiatrische inrichting in Kotelnitsj, vijfhonderd kilometer ten oosten van Moskou te zitten.

Een paar weken geleden berichtten de media in Rusland dat er een man was gevonden die geen woord Russisch sprak. Vermoed werd dat het om een buitenlander ging die op een of andere manier in de doolhof van de Russische gezondheidszorg terecht was gekomen. De televisie toonde zijn foto.

Vorige week stelde de Hongaarse psychiater András Veer vast dat het om een Hongaar ging. Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn vele duizenden Hongaarse soldaten als krijgsgevangenen in de Goelag terechtgekomen, na de oorlog gevolgd door nog eens duizenden die werden gedeporteerd. Wie niet terugkeerde werd doodgewaand.

Veer reisde naar de kliniek en trof een argwanende man aan met wie hij aanvankelijk heel moeilijk contact kon leggen. Nadat hij langzaam zijn vertrouwen had weten te winnen begon de man kreten uit te slaan die leken op namen van dorpen en steden in Slowakije en Hongarije. Hij bleek een etnische Hongaar te zijn met de naam András Tamás.

Zelf weet Tamás zich weinig meer te herinneren. Ziekenhuispapieren wijzen uit dat hij al sinds 1947 in de psychiatrische inrichting verblijft. Daarvoor zat hij twee jaar in een kamp. Hij werd in het laatste oorlogsjaar opgepakt door het Rode Leger.

Veer wil de oud-krijgsgevangene nu naar Hongarije halen. Hij denkt dat de inmiddels 75-jarige man in een Hongaarse taalomgeving nog enigszins kan opbloeien. Tamás heeft Veer inmiddels verteld dat hij in eerste instantie met een groepje Hongaren in de psychiatrische inrichting zat. Sinds de laatste twintig jaar geleden stierf had hij met niemand meer gesproken.