Al dit hierzijn om niet

De dichter was veel ouder dan ik en ik bewonderde hem. Het was de eerste keer dat ik hem iets langer sprak. Onverwacht stelde hij zijn vraag, die klonk als dè vraag: ,,Waar gaat het jou nou eigenlijk om in het leven?'' Of het beschuldigend bedoeld was, of nieuwsgierig, of plagend, ik zou het niet weten. Hoe het ook bedoeld was, ik had geen idee hoe het antwoord zou kunnen luiden. Nog steeds, bijna twintig jaar later, is het een angstaanjagende vraag. Soms denk ik aan Leo Vromans gedicht `Voor wie dit leest' waarin de regel `liefde is het enige' voorkomt. Die regel lijkt soms een antwoord. Ik ken ook wel mensen die zeggen dat het erom gaat gelukkig te zijn. Zelf denk ik steeds vaker dat het erom gaat vrede te hebben met het leven.

Laatst las ik gesprekken met twee vrouwen die in Bosnië gevangen hadden gezeten en maandenlang geregeld verkracht waren. De ene was onvruchtbaar geworden, wat ze zelf haar redding vond, als ze een kind had moeten krijgen van een van haar verkrachters zou ze zelfmoord gepleegd hebben, zei ze. De andere was juist wel zwanger geworden en beschouwde dat als haar redding – het kind, een op de foto te zien allerliefst jongetje, was haar enige vreugde. Beiden werden door hun omgeving nogal eens voor `hoer' uitgemaakt, beiden wisten dat degenen die hun leven verwoest hadden zelf gewoon verder leefden. Weer terug veranderd in brave huisvaders misschien, mannen van wie hun vrouwen geen moment kunnen geloven dat ze tot zulke dingen in staat zouden zijn. Misschien zelfs kunnen ze zelf niet meer geloven dat ze tot zulke dingen in staat waren.

Yehudi Menuhin vertelde in zijn gesprek met Wim Kayzer dat hij veel momenten kende van extase, schoonheidservaring, geluk. Hij was gelukkig getrouwd, hij hoorde vaak de mooiste muziek die er op de wereld geschreven is en hij kon die bovendien zo vertolken dat die muziek nóg mooier leek. Maar, zei hij, ,,ik dwing mezelf om geregeld aan al die andere dingen te denken, aan de concentratiekampen, aan Tsjetsjenië, aan Rwanda, of aan de ellende veel dichter bij huis, om de hoek.'' In hetzelfde gesprek had hij gezegd dat mensen de enige soort vormen die in staat is te denken aan andere leden van de soort als ze niet vlakbij zijn. Hij sprak over de hyena's die in een groep jagen en voor elkaar zorgen. Prachtige beesten, vond hij. Maar hyena's in Afrika voelen geen enkele verantwoordelijkheid voor hyena's in Siberië. Mensen kunnen dat wel.

Dat is waar, wij kunnen in gedachten meeleven met mensen die we niet kennen. Maar wat maakt het uit? Wat is de zin ervan dat Menuhin soms stilstaat bij het lot van anderen? Het is misschien beter dan niets, misschien gireerde hij ook af en toe een bedragje. Dat moet trouwens niet neerbuigend klinken – mensen die (veel) geld geven aan goede doelen `doen' toch iets, iets anders dan meer vakanties boeken en een grotere auto kopen. Maar het gevoel van machteloosheid blijft, de zekerheid dat als er op de ene plek niet iets verschrikkelijks aan de hand is dan wel op de andere, dat veel geld te laat komt, dat mensen behalve dat ze aan elkaar kunnen denken ook elkaars leven kunnen vernietigen.

Menuhin vertelde dat hij toen hij jong was een droom had. Die kwam erop neer dat hij Bachs Chaconne zou moeten spelen in de Dom van Florence, in de koepel van Brunelleschi en dat als hij die dan volmaakt zou spelen, dat er vrede op aarde zou komen. Hij lachte er nu een beetje om. Er zijn geen feeën die het goed vinden dat je zo'n wens doet en hem dan in vervulling laten gaan. Toch was hij nog steeds bezield door iets van die gedachte – dat als hij nu maar heel mooi muziek zou maken de mensen beter zouden worden. Al was het maar voor vijf minuten.

Blijft de vraag `waar gaat het je nu om in het leven'. Liefde, vrede, geluk. Best. Voor alle mensen liefst, ook mooi. Maar als het je daar echt om ging, dan deed je misschien wel iets? Iets meer dan geld geven? Iets anders dan vioolspelen, gedichten lezen, genieten van een paddestoelachtige geur, van verse olijfolie, van een wolkenlucht boven Friesland, van een klein jongetje dat hardop tegen zichzelf zit te babbelen terwijl hij verzonken is in zijn spel, van een groene specht die `haha' roept terwijl hij voorbij vliegt. Iets meer dan soms plichtsgetrouw, soms onwillekeurig denken aan al die anderen wier leven er veel minder plezierig uitziet.

De dichter die de vraag stelde schreef zelf de regels:

En hoe weerloos ligt daar niet

tussen de varens langs de beek,

al zo verstrikt in zijn netten,

nog na te lachen een clown

om al dit hierzijn om niet.

Al dit hierzijn om niet. Maar zolang er gedicht wordt is het hierzijn niet om niet. Menuhin speelde ooit in Bergen-Belsen, een maand nadat het kamp bevrijd was. Het is makkelijk om te zeggen dat het in het leven niet gaat om vioolspelen, maar toen, daar, ging het leven daar wel om, ook, of juist, voor de toehoorders. Die Bosnische vrouwen gaat het daar ook om denk ik, om ontroerend mooie muziek, om iets lekkers te eten, om een kind, om momenten van vrede, schoonheid, aandacht. Misschien zijn zij, met hun afschuwelijke herinneringen, met hun levens die nooit meer helemaal heel zullen worden, toch het antwoord op de vraag waar het in het leven om gaat. Ze leven, en soms met graagte.