Beter laat dan nooit

Tot de min of meer schilderachtige figuren in de Amsterdamse Jordaan behoort de oude-krantenman, een bebaarde intellectueel genaamd Theo, die grote plastic tassen vol oude kranten met zich meezeult op zijn dagelijkse tocht langs cafés en koffiehuizen. `Who wants yesterday's papers?' zongen de Rolling Stones. Theo!

Hij bewaart alle kranten en kan, naar men zegt, thuis geen bezoek ontvangen omdat de kamers van de vloer tot de zolder zijn volgestouwd met bedrukt papier. De oude-krantenman is dan ook voortdurend op zoek naar aanvullende opslagruimte. Zijn levenswerk schijnt het te zijn al die kranten ook daadwerkelijk van a tot z te lezen en wel in chronologische volgorde, wat het begrip Sisyphusarbeid een nieuwe dimensie geeft. Het valt niet bij te benen (psychologen spreken in dit verband van subjectieve tijd-acceleratie en Theo loopt voortdurend grotere achterstanden op in zijn eeuwige tijdrit met het dagelijks nieuws.

Living a life of constant change

Every day means a turn of a page

Ongeveer tien jaar geleden moet het alweer geweest zijn dat ik de oude-krantenman eens in grote opwinding aantrof op de Noordermarkt nadat hij bleek te zijn gestoten op het bericht van de eerste maanlanding. Onlangs nog gaf hij aan zijn particuliere leestafel in een openbaar etablissement in de Tweede Tuindwarsstraat een scherp analytisch commentaar op de val van het kabinet-Den Uyl.

Als ik even op vakantie ben geweest voel ik me meer dan ooit met Theo verwant. Wanneer een stapel van twee weken je al een machteloos gevoel geeft, welke tragiek moet dan niet voortkomen uit de wetenschap dat je nog decennia te gaan hebt alvorens in het heden te belanden, dit in de zekerheid dat de tijd je intussen vooruit blijft snellen? Nu geloof ik dat de oude-krantenman niet lijdt onder dit besef, hij leest gestaag door, maar mij brengt de oogst van een paar vrijwel nieuwsloze zomerweken al bijna tot wanhoop.

Daar komt bij dat de vervreemding van de dagelijkse nieuwsstroom dermate snel optreedt dat ik sommige dingen helemaal niet meer kan begrijpen. De Telegraaf doet in een paginabrede kop de oproep: STOP DE KINDERMOORDEN! Dat lijkt me een gedachte die steun verdient. Maar wat moet ik ermee? Tot wie is de oproep gericht? Is er een polemiek ontbrand die aan me voorbij is gegaan? Heb ik publicaties gemist waarin wordt opgeroepen tot het doorgaan met de kindermoorden of zelfs tot het opvoeren van de frequentie waarmee kinderen worden omgebracht? Richt de krant zich tot haar lezers, de (potentiële) moordenaars, politie en justitie, de Raad voor de Kinderbescherming? Of is het een loze kreet? Het laatste, valt te vrezen.

Ik sla de Volkskrant op en lees alweer zo'n oproep. `Srebrenica is een flagrante schande' staat erboven. Net als die kindermoorden! Ik zet me aan het lezen en verneem dat de enclave Srebrenica in door Bosnisch-Servische troepen bezet gebied, waar zich een Nederlands VN-bataljon bevond, door de Serviërs onder de voet is gelopen. Circa achtduizend moslims zijn vermoord en gelden officieel als vermist. Dat is een flagrante schande!

Plotseling sterk twijfelend aan mezelf kijk ik met een schuin oog naar de datumregel: dinsdag 11 juli 2000, staat er. Wat blijkt? Veertig oude-krantenmannen en -vrouwen zijn Theo vooruitgesneld en hebben dan nu eindelijk de krant van vijf jaar geleden onder ogen gekregen. Het nieuws uit Srebrenica schokte hun zeer.

De oproep is ondertekend door veertig schrijvers die geen minuut te verliezen hebben en NU actie van regering en parlement eisen. Hun inmenging in het publieke debat komt in ieder geval niet prematuur. Gelukkig krijgen zij steun van een commentator in dezelfde krant die zich met een feilloos gevoel voor de actualiteit afvraagt waarom de Nederlandse soldaten niet wat meer hebben gevuurd op de Servische troepen.

Oudere journalisten, daar reken ik mezelf toe, weten dat als je maar lang genoeg wacht al het nieuws ooit vanzelf wel weer eens langs komt. Alles gebeurt twee keer, betoogde Hegel al (waaraan Marx toevoegde: de eerste keer als tragedie, de tweede keer als klucht). In de trein uit Frankrijk, terugkerend van mijn vakantie, voerde ik een interessant gesprek met een Amerikaanse computerspecialist die zich voorstelde als Tom. Hij leest USA Today voor de aandelenkoersen, woont in Silicon Valley, verdient een topsalaris: geen slechte prestatie voor een Aziatische immigrant in de VS. Wat hij maar niet kon begrijpen was hoe al die zwarten in Amerika zonder over zijn opleiding en technologische kennis te beschikken in hemelsnaam aan hun verblijfsvergunning en green card waren gekomen. De uitleg van dit fenomeen verbaasde hem zeer. Met stijgende verontwaardiging moest hij van mij vernemen dat die zwarten oorspronkelijk uit Afrika waren gevoerd door slavenhandelaren. Really? Awful!

Pas in Amsterdam, na het verlaten van de trein, toen Tom alweer in het gewoel was verdwenen, realiseerde ik me ineens dat ik vergeten had erbij te vertellen dat de slavernij in Amerika in de negentiende eeuw is afgeschaft. Binnenkort komt er dus mogelijk een oproep van Tom in

USA Today. `Stop de slavenhandel! Slavernij is een flagrante schande!'