Zeebonk wordt priester

Zelf ziet hij weliswaar ,,een grote discrepantie'' tussen een kroegbaas en een priester, ,,maar vijandschap zeker niet''.

Vorige maand werd Willem van der Kooi (58) tot priester gewijd. De oude stamgasten uit zijn café The Jolly Roger sloegen in de Sint Bavo-basiliek de handoplegging door de bisschop gade. Ze vonden het ongelooflijk dat hun oude kroegbaas nu priester was geworden. Dat hadden ze nooit achter hem gezocht.

Voor Van der Kooi was het niet zo'n verrassing. Hij voelde de priesterroeping veel eerder.

Als protestants jongetje was hij een katholieke kerk ingelopen en hij had meteen geweten: hier hoor ik thuis. Later, vlak voordat hij zou gaan studeren, meldde hij zich aan bij het seminarie om de priesteropleiding te volgen. Maar aan zijn roeping durfde hij uiteindelijk toch geen gehoor te geven. ,,Ik was onzeker, bang dat ik was doorgeschoten in mijn enthousiasme.''

In de jaren daarna verdwaalde hij, naar eigen zeggen, volkomen. Hij had ,,een prachttijd'' tijdens een studie economie die hij voor de helft afmaakte, en hij had verschillende banen en baantjes. Toen zijn vader overleed, kreeg hij uit de erfenis net genoeg geld voor een klein café in de Amsterdamse Pijp.

Toch miste hij iets. Bier tappen en kaarten bleken geen levensvervulling. Het avontuur trok en Van der Kooi kocht een zeilboot om een wereldreis te maken. Geld verdiende hij met charteren, het illegaal overzetten van rugzaktoeristen en jonge gezinnen van het Canarische eiland Tenerife naar La Gomera, een eiland zonder vliegveld. ,,Niet dat ik nooit aan mijn geloof dacht, maar ik bad zelden. God was enorm ver weg in die tijd.''

Vijf jaar later kwam hij berooid terug naar Nederland. De horeca had zijn charme verloren. ,,Ik was een pessimist. Zag weinig heil meer in de wereld.'' Een hartinfarct bracht hem op het randje van de dood. In het ziekenhuis smeekte hij om de ziekenzalving. ,,Pas toen ik die had gekregen, werd ik rustig. Ik voelde dat God de hand had gehad in mijn genezing.''

Daarna hield het geloof hem stevig in de greep. Hij vond in de Onze Lieve Vrouwen-kerk in Amsterdam een priester die hem na dertig jaar dwaling wilde ,,bijspijkeren''. ,,Ik voelde me erg thuis in die kerk. Ik vroeg of ik niet aan de slag kon als vrijwilliger. Dat kon. Eerst als portier. Een soort uitsmijter, want midden in de stad komen er ook ongenode gasten de kerk in. En later als lector in de liturgie.''

De kerkelijke contacten smaakten naar meer. De rector van zijn kerk adviseerde hem langs te gaan bij monseigneur Bomers. Dacht Van der Kooi eventueel diaken te worden, Bomers vermoedde een late roeping en stelde de deeltijd-priesteropleiding voor. ,,`Maar monseigneur, ik ben 52 jaar!', riep ik nog uit. Maar hij zei: `Ik heb graag een diaken, maar veel liever nog een priester. Probeer het'.''

En nu, vier jaar later, zit Van der Kooi met een gesteven priestersboordje aan de houten tafel van zijn tuinkamer in een witte villa aan de rand van Heemstede.

Hoewel hij reuzetrots is op wat hij heeft bereikt, speelt de onwennigheid hem parten. ,,Ik mis de routine van de priesters die hun hele leven niets anders hebben gedaan. De eerste keer achter het altaar voelde ik me doodverlegen. Ik probeerde goed mijn hoofd erbij te houden om niets over te slaan. Toch vergat ik mijn handen te wassen tijdens het celebreren van de mis. Oei.''

Maar naast onhandigheid overheerst de vreugde. ,,Ik ben heel blij dat ik dit mag doen.'' Hij heeft plannen voor de toekomst. ,,De biecht moet weer meer geaccepteerd worden. Ik vind het een van de mooiste sacramenten. Als je gezondigd hebt, kun je jezelf dat zozeer kwalijk nemen dat je verwijderd raakt van God. Dat kun je tenietdoen in de biecht. Voor mij was het altijd een enorme opluchting. Dat zou ik anderen ook graag gunnen.''

Valt het celibaat hem zwaar? ,,Ach nee, ik heb genoeg gezien en gedaan in mijn leven.'' Maar juist daarom heeft hij er weer wél moeite mee. ,,Voor knapen die op jonge leeftijd besluiten priester te worden, is het celibaat echt een verzoeking. Een man van 58 kost het nauwelijks moeite om zich eraan te houden. Ik ben jaloers op die jonge mannen, ik wilde dat ik meer kon offeren.''