Praktisch in recht

Naar nu bekend is geworden is vorige week op 88-jarige leeftijd de strafrechtsgeleerde Ch.J. Enschedé overleden. Zijn naam is verbonden aan een geruchtmakend onderzoek naar de Amsterdamse provo-rellen en de tweespalt tussen de bestuurlijke en justitiële autoriteiten van de hoofdstad uit 1968. In 1979 adviseerde hij de regering in de affaire-Aantjes, de fractieleider van de ARP die aftrad na onthullingen over een episode uit de oorlog die hij had stilgehouden.

Na een loopbaan als rechter in Rotterdam stapte Enschedé als hoogleraar strafrecht over naar de Universiteit van Amsterdam om tenslotte terug te keren naar de rechterlijke macht als lid van de Hoge Raad. Later bezette hij in Leiden de prestigieuze Cleveringa-leerstoel. Als jurist stond Enschedé bekend als ,,functionalist''. Wat hem in het recht interesseerde, zei hij in een interview met deze krant bij zijn tachtigste verjaardag, was vooral ,,de vraag hoe het werkt, wat je ermee doet en wat je er mee kan doen''. De rationaliteit van de strafrechtspleging had zijn bijzondere belangstelling. Zo lanceerde hij in 1975 de gedachte van een ,,handboek straftoemeting'' om meer lijn te brengen op dit van oudsher onoverzichtelijke gebied. Deze idee leeft nog steeds.

Jarenlang was Enschedé voorzitter van de Raad voor de Journalistiek. Hij stond aan de wieg van de opleiding van rechterlijke ambtenaren. Het collegedictaat dat hij uitwerkte tot een helder leerboek Beginselen van strafrecht werd een bestseller. In 1970 waarschuwde hij voor een dreigende ,,justitiële crisis'' als gevolg van de toenemende vermenging van recht en politiek. Hij was bezorgd over de ,,ongehoorde'' toename van wetten en regels ,,waardoor zij niet meer te handhaven of zelfs te kennen zijn''. Hij vergeleek het met een huis op de Permafrost, het eeuwige ijs in Siberië, dat door zijn eigen warmte langzaam maar zeker door de bodem zakt.

In het euthanasiedebat verdedigde Enschedé de zogeheten ,,medische exceptie'', een categorische uitzondering voor artsen. De strafbepaling tegen euthanasie in het Wetboek van strafrecht is ook nooit voor hen bedoeld geweest, vond hij. In het interview met deze krant sprak hij zich uit voor de ,,pil van Drion'', het recht van oude mensen om op een gegeven moment zelf te beslissen ,,genoeg is genoeg''.

De ouderdom viel hem zwaar, voegde hij daar aan toe.