Alle verlangens zijn vervuld

,,Alleen de verstoring van de huidige gelukzalige staat van de westerse wereld kan de kunst doen opleven'', vindt Frans Lisser. Met zijn tekst won hij de essayprijsvraag `Schaf de beeldende kunst af'.

Toen Masaccio in de Brancacci-kapel (ca. 1425) in Florence de wegzending van Adam en Eva uit het paradijs schilderde deed hij iets bijzonders. Hij schilderde dit tafereel op een nog nooit eerder vertoonde wijze, sterker nog op een wijze die mij – 575 jaar later – telkens opnieuw raakt. Nog steeds is de wanhoop van deze twee figuren zo overtuigend in beeld gebracht dat zonder enige verjaring deze emotie zich diep in mij laat nestelen. Niet het feit dat dit fresco een ontwikkeling initieerde in de kunst noch het feit dat het zo vakkundig is geschilderd interesseert me. Dat zijn voor mij geen bijzondere kwaliteiten. (Masolino en Filippino Lippi werkten ook in deze kapel, bijzonder vakkundig, dat wel, maar zonder dat bijzondere resultaat). Zijn `uitdrijving in het paradijs' veroorzaakt bij mij een innerlijke storm en geeft mij telkens opnieuw inzicht in mijn eigen desolaatheid en existentie. Het beeld treedt moeiteloos uit zijn tijd en plaatst zichzelf naast Munch, Sartre, Pinter, Babel en Bacon. Welk bewustzijn dreef deze schilder ertoe dit zo te schilderen? En hoe komt het dat dit werk niet direct na voltooiing door een woedende kerkgemeenschap werd vernietigd?

Masaccio leefde in een tijd waarin grote kenteringen plaatsvonden op bijna elk denkbaar terrein in een stad waar macht, geld en kennis naartoe stroomden. In een gebied waarin oorlog of politieke spanningen dagelijkse kost was. Verder zorgden een overvloed aan zinloos straatgeweld en de constante dreiging van ziekten en epidemieën voor een passend decor. Voor vrijwel ieder hedendaags mens zou zo'n wereld als uiterst onredelijk worden ervaren. Elke persoonlijke inspanning, die vanuit hedendaags perspectief als lotsbepalend wordt beschouwd, werd in het toenmalige Florence weggespoeld in een chaos van gebeurtenissen en nieuwe wereldbeschouwingen.

Is dit werk mede ontstaan doordat het voorzag in een behoefte, wens of verlangen, dat breed gevoeld werd? Had hij niet domweg herkend waarin ieder individu in leefde: een onbegrijpelijke en angstige wereld? Was het wegzenden uit het paradijs in de ogen van Masaccio een aan den lijve gevoelde metafoor geworden? Zijn werk bood inzicht, troost en herkenning. Het werk vulde een gat zonder het werkelijk te kunnen.

Het beschreven voorbeeld is niet uniek.

Er is een verband te herkennen tussen situaties à la Florence en het ontstaan van betekenisvolle kunstwerken. Het behoeft geen lang betoog: De Tweede Wereldoorlog heeft in de westerse wereld een politieke, economische, sociologische en filosofische aardverschuiving veroorzaakt, met name tussen 1945-1975, en in deze periode is er haast een onophoudelijke stroom van belangwekkende kunstuitingen waarneembaar.

In de essaystelling van Cornel Bierens wordt de huidige beeldende kunst getypeerd als `gemakzuchtig en lusteloos'. De oorzaak hiervan ligt binnen de kunst en de oplossing van deze situatie wordt ook geheel binnen de kunst gezocht. Eigenlijk bevestigt de geboden oplossing juist de kwaal, die de schrijver wil bestrijden. Het betoog van Cornel Bierens is in zekere zin egocentrisch: kunst kan zich kennelijk enkel met zichzelf verhouden.

Ik wil in mijn bijdrage een breder verband schetsen.

De val van de muur in 1989 heeft voor de westerse wereld een belangrijk psychologisch effect gehad. Het is vanaf 1989 duidelijk: we hebben gelijk. De westerse liberale democratie en de vrije markteconomie, zijn de enige juiste systemen in de wereld gebleken. De persoonlijke beleefde moraal kan zich nu succesvol verbinden met de grote wereld met een zelfde moraal. En dit geeft haast elk individu in het westen een groot zelfvertrouwen. Deze moraal of deze samenleving heeft de westerse mens teruggebracht tot een harde werker en een tevreden consument en zorgt ervoor dat hij een efficiënte economische participant blijft. Daarbij geeft de verbeterde vrije markteconomie `De Nieuwe Economie' de westerse mens bijna een goddelijke status. Nooit meer angst voor verlies en een permanente welvaartsgroei. Elke minuut van de dag waant hij zich verzekerd van geestelijke en lichamelijke voorspoed. Het laatste bastion is het lichaam, maar daar wordt aan gewerkt. Dood, ziekte en ellende is uitbesteed aan de Derde Wereld.

Het beste kan ik deze situatie samenvatten met de term: redelijk.

De westerse mens leeft, sinds de nederlaag van de grote tegenspeler in 1989, in een wereld die te begrijpen is en waarin de mens zichzelf herkent, waarin zijn lot niet beheerst lijkt te worden door onverklaarbare krachten. Of dat feitelijk zo is staat erbuiten, het is een emotionele beleving van het collectief. De vrije markteconomie, ingebed in een liberale democratie, regelt en verklaart elke menselijke handeling en waardebepaling en relateert alles aan de verhouding product/dienst en consument/verdiensten. Deze situatie is stabiel en maakt de samenleving overzichtelijk en lijkt enkel nog vlekkelozer te functioneren door internet. Er zijn de laatste jaren geen nieuwe inzichten ontstaan die het zelfvertrouwen zou kunnen schaden. Ik denk dat de sociale, economische en politieke ontwikkeling in het westen tot stilstand is gekomen. Het enige wat opvalt is een versnelde toename. De westerse mens wordt figuurlijk en letterlijk alleen

maar dikker in plaats van anders. Het huidige West-Europa oogt in bijna alles tegengesteld aan het vijftiende-eeuwse Florence. De redelijke tegenover de onredelijke wereld. Onredelijk in de zin van: een wereld die vanuit individueel standpunt onbegrijpelijk is en waarin de eigen lotsbestemming onverklaarbaar lijkt. Redelijk: de wereld is begrijpelijk voor het individu. Het eigen lot wordt beleefd als het resultaat van eigen keuze en kunnen. Dit laatste is mogelijk het meest ontwikkeld in de Nederlandse samenleving en dat veroorzaakt ook dat Nederland telkens in de top 3 verschijnt van de landen met de meest tevreden inwoners.

Kunst vult betekenisleemten op zonder dat echt te kunnen. Zij verzoent het individuele bestaan met zijn situatie in de wereld zonder dat echt te doen. Zij biedt geen oplossing, maar ontlast tijdelijk. Dat kan de kunst goed en daarvoor wordt zij gemaakt en dat wordt ook verlangd door de toeschouwer die leeft in een ondoorgrondelijke wereld. Als zij over schoonheid gaat, dan is het een schoonheid van paradijselijke allure, daar waar de mens nooit kan komen en waar eenieder zo naar hunkert. Dan geeft zij troost en dat verlangt de mens die woont in een lelijke en gevaarlijke omgeving. Zij raakt in topvorm wanneer de mens leeft in een maatschappij die hij niet kan begrijpen. De mens bestormt dan elke brug die zijn persoonlijke verlangen en ervaringen kan verbinden met zijn positie. De kunst treedt dan op als brug, trooster, verzoener, uitlegger zonder iets te bereiken en ontlast het individu tijdelijk van zijn onbegrip, eenzaamheid en nutteloosheid. Zij heeft bewezen geniaal te zijn in een onredelijke wereld, maar in een redelijke wereld lijkt haar rol uitgespeeld en ondergaat zij hetzelfde lot als de religie.

De westerse mens neemt geen genoegen meer met de illusie van onsterfelijkheid, goddelijke perfectie en totale schoonheid. Hij denkt het nu echt in handen te hebben. De werkelijkheid zelf vervult elk verlangen. In deze optimistische speeltuin kan de mens alles kopen! De markt voor kunst die ingaat op de onredelijkheid is klein en deze kunstenaars worden daardoor minder opgemerkt. De westerse mens is in zekere zin blind geworden voor deze beelden en stelt zich enkel open voor vermaak en vrijblijvende verbazing. En dat is dan ook het soort kunst dat onder de aandacht wordt gebracht.

Tevreden, zelfverzekerde, lusteloze en gemakzuchtige toeschouwers zonder existentiële ervaringen hebben eigenlijk geen kunst nodig. Echter, ondertussen blijft zij deze toeschouwers wel op maat bedienen met `gemakzuchtige en lusteloze' beelden. Welke functie vervult de kunst in de orgie van consumentengeluk en vermaak? En met name in een land dat elk ongerief wegmasseert? Waar men elk ongelukkig lot verdringt met een mix van `eigen keuze' en collectebusgiften? Waarin elke cultuuruiting ons moet `vergnügen'? Wat kan kunst? Wat biedt zij? Wat zoekt een redelijke samenleving, een tevreden mens in de kunst?

Dit zijn de vragen die centraal moeten staan in een debat!

Alleen de verstoring van deze gelukzalige staat kan de kunst doen opleven. Zodra de westerse mens merkt dat de vrije markteconomie en de liberale democratie niet werken en dat zijn lot toch wordt beheerst door willekeurige en onbeheersbare krachten en dat hij toch ziek wordt en ook nog dood gaat dan komt de verbluffend geniale beeldenstroom weer op gang.

Nee, ik pleit niet voor een ramp of een oorlog, maar gewoon de ogen open doen – met z'n allen tegelijk – en naar buiten kijken en vragen: waar ben ik beland? Wie ben ik? Wat doe ik hier? Wat betekent dit toch allemaal?

Helaas zal ieder dat afzonderlijk doen. Tijdens een donkere nacht zal hij pas gaan zien en erachter komen dat het allemaal niet klopt en dat het hopeloze waanzin is, maar dan zal er niemand meer zijn die hem nog horen kan.