Friese partij: wy dogge mei

De Fryske Nasjonale Partij wil in 2002 of in 2006 meedoen aan de Tweede Kamerverkiezingen. `Randstedelingen zijn oververtegenwoordigd.'

,,Wy dogge mei'' (Wij doen mee) aan de Tweede-Kamerverkiezingen. Dat staat voor de Fryske Nasjonale Partij (FNP) vast. Maar over het tijdstip wanneer – al over twee jaar of pas in 2006 – is binnen de partij een felle discussie losgebrand.

Een jaar geleden richtte FNP-hoofdbestuurslid Jan Lautenbach uit Nij Beets de actiegroep ,,Wy dogge mei'' op. Hij vindt dat de FNP rijp is voor een entree in de landelijke politiek en niet moet wachten tot 2006. Maar het hoofdbestuur vindt 2002 te snel. Binnenkort nemen de 1.200 leden op een partijvergadering een beslissing.

Tweespalt leek te dreigen in de anders zo hechte partij, maar inmiddels is het hoofdbestuur ,,on speaking terms'' met de actiegroep. Desalniettemin schreef fractiemedewerker Johannes Kramer uit Franeker deze maand in het partijblad Frijbûtser een venijnig stukje over de ,,koart-foar-de-kop''-manier waarop de actiegroep zich manifesteert. Deze houding kan de eenheid van de partij bedreigen, waarschuwt hij.

Impliciet hekelt Kramer de dubbelrol van Lautenbach, die als hoofdbestuurslid de actiegroep oprichtte. Kramer kondigt in het stuk de oprichting aan van een tegengroep die het hoofdbestuur steunt: ,,Wy dogge net mei te'n koste fan ús partij''.

Desgevraagd laat hij weten niet via de pers te willen discussiëren. ,,Anders komt er meer oproer.'' Zijn stuk was bedoeld om anderen een spiegel voor te houden, zegt hij. Lautenbach reageert laconiek op de aantijgingen. ,,Ach, Kramer is nog vrij jong. Hij is oprecht bezorgd over de partij. We verschillen van mening, maar de leden beslissen.'' Ook hoofdbestuurslid Cees van der Meulen tilt niet al te zwaar aan de meningsverschillen. ,,Die hoeven niet ten koste te gaan van de eenheid van de partij.'' Van polarisatie is geen sprake, onderstreept hij. ,,De actiegroep profileert zich en dat moet kunnen binnen het democratisch proces van een partij.''

De FNP werd in 1962 opgericht en strijdt voor versterking van de Friese taal en cultuur en voor de economische belangen van de provincie. In 1966 veroverden ze hun eerste Statenzetel. Inmiddels zijn dat er vier en bezit de partij 42 zetels in de diverse Friese gemeenteraden, vijf wethoudersposten en één burgemeester. De partij is via de Onafhankelijke Senaatsfractie vertegenwoordigd in de Eerste Kamer. Drie jaar geleden namen de leden het besluit om in principe mee te doen aan de landelijke verkiezingen. Dat kost geld en inzet, maar Lautenbach vindt het moment van voorbereiding daar. ,,Dog it mar'', (`Doe het maar') vindt hij. ,,Als je in 2002 meedoet, kan het succes in 2006 groter zijn.'' Geld is er nooit genoeg, meent hij. Maar wat heeft een Friese partij in het landelijk parlement te zoeken? Een heleboel, vinden Lautenbach en Van der Meulen. Want de belangen van de Friese taal, cultuur en economie dreigen nu onder te sneeuwen. ,,De grote landelijke partijen maken nooit een afweging ten gunste van de regio'', oordeelt Lautenbach. Bovendien is een enkele zetel al van groot belang voor de informatieverstrekking vanuit Den Haag naar de Friese Staten. Van der Meulen hoopt dat er van de aanwezigheid van een FNP'er een ,,signaal'' uitgaat naar de landelijke partijen, om meer Friezen op hun kieslijst te zetten. Want de FNP'ers zijn het erover eens dat de Randstedelingen nu ,,oververtegenwoordigd'' zijn. De FNP zoekt samenwerking met tien tot vijftien andere regionale partijen in het land, zoals de Onafhankelijke Partij Drenthe (OPD) en de partij Nieuw Limburg. Om de kiesdrempel te halen zijn 57.000 stemmen nodig. Bij de laatste Statenverkiezingen stemden 23.000 Friezen FNP.

Lautenbach: ,,Als beste resultaat bij raadsverkiezingen hebben we ooit 29.000 stemmen gehaald. Ik gok erop dat er minstens 10.000 Friezen buiten Friesland zijn die op ons zullen stemmen. Veel van hen zijn namelijk nog Frieszinniger dan de Friezen in Friesland.''