De strijd die Stone heeft gestreden

De gisteren vrijgelaten Michael Stone is vooral bekend van een bloedige aanslag op een begrafenisstoet in 1988. Toenmalig correspondent Hieke Jippes was erbij en zag hem later terug in de beruchte Maze-gevangenis. Deze week worden de laatste terroristen uit deze gevangenis losgelaten als onderdeel van een vredesregeling.

De man met het ernstige gezicht en de lange, grijsgevlekte paardestaart die gisterenmorgen door het draaihek van de Maze-gevangenis naar buiten stapte, leek nauwelijks op de fanaat die ik me herinnerde. Niet dat ik hem die middag op de zwaar nostalgische Milltown Cemetery, aan de rand van Belfast, van aangezicht tot aangezicht gezien had. Daarvoor stond ik net te ver af, want ik wilde – net als andere journalisten – niet aan de rand van de menigte staan die was komen opdagen om een IRA-held ten grave te dragen, maar vlakbij Gerry Adams, aan het graf.

Maar de gestalte van Michael Stone, kort en dikkig toen, in een pet en met een grijs jek aan, staat me nog op het netvlies gegrift. Zoals ik zonder moeite in mijn geheugen het geluid kan terugroepen van granaatinslagen, gevolgd door de droge knallen van het pistool. Tegen die tijd lag ik al plat op de grond, achter een IRA-grafsteen, naast David McKittrick van The Independent, die me naar beneden getrokken had en hoorde ik boven me de stem van Gerry Adams, de volksheld, die onverschrokken overeind bleef staan, aan het open graf, en alleen maar naar de begrafenisgangers riep: ,,Down, get down! Stay down! Please!''

Toen we uiteindelijk gehurkt overeind kwamen, hadden zich hier en daar tussen de graven klonten mensen gevormd, die schreeuwden. Daar lagen de slachtoffers, onder wie één man wiens halve hoofd was weggeblazen door de granaat maar die toch nog in leven was. Twee anderen waren al dood. Tientallen anderen, meer of minder gewond en bebloed, strompelden in onze richting. Maar aan de rand van de massa, van bovenaf goed te zien, maakten zich mensen los die achter die belachelijke, roekeloze, ongecoördineerd weghollende en -springende gestalte aanrenden.

De politiehelikopter, die voortdurend hoog boven ons gehangen had om te kunnen filmen wie hier naartoe waren gekomen om de laatste eer te betuigen aan drie republikeinse revolutionairen die door de Britse SAS in Gibraltar waren neergeschoten, zakte iets lager. Maar boven het geluid van de rotorbladen uit steeg het geluid dat tegen die tijd uit de menigte opsteeg: een hoog, dierlijk gehuil, bijna het geluid dat in Ierland keening heet. Want van de hooggelegen republikeinse sectie op Milltown Cemetery was duidelijk te zien, hoe de voorste achtervolgers van een aangroeiende zwerm Stone uiteindelijk te pakken kregen op de vluchtstrook van de lager gelegen M1, de snelweg Belfast-Dublin, die langs de begraafplaats loopt. Britse collega's om mij heen vloekten, omdat een lynchpartij onder het oog van een politiehelikopter een nieuw dieptepunt was. Uiteindelijk arriveerden er RUC-Landrovers. Stone was nog net niet dood.

Die avond stond zijn portret in alle kranten en flitsten de gebeurtenissen op de begraafplaats over televisieschermen door de hele wereld. Een nieuwe held voor de loyalisten, een nieuwe haatfiguur voor de republikeinen. Een beetje een dommig ogende jongen voor de oningewijde buitenstaander. ,,Een beetje een zonderlinge eenling'', schreven de collega's in Noord-Ierland.

De aanslag van Stone kwam in een jaar dat meer dieptepunten opleverde. De beelden van de priester die gebogen zit over het bebloede, naakte lichaam van een van twee Britse soldaten die kort daarop in een andere begrafenisstoet terecht kwamen en daar werden gelyncht, vloeiden rechtstreeks voort uit die dag op Milltown Cemetery. Niettemin, het Britse systeem weet hoe het zijn afschuw over een wandaad moet uitdrukken: Stone kreeg bijna 700 jaar gevangenisstraf, opeengestapelde sancties voor de moord op zes mensen.

Overeenkomstig zijn status verdween hij in de beruchte Maze-gevangenis, daar waar republikeinen en loyalisten elk hun eigen rijkje plachten te hebben, impliciete erkenning van hun status als `politieke gevangene' – al mocht dat van de Britse regering niet zo heten. Hier, in de Maze, waren gevangenen zo machtig dat ik een ambtenaar van het Northern Ireland Office, die een groepje buitenlandse journalisten begeleidde voor een bezoek aan de gevangenis, ooit heb zien wegkruipen in een zijkamertje – zó bang was zij dat ze herkend of geïdentificeerd zou worden als `instrument van de staat'.

We bezochten de republikeinse vleugel, waar de leider van de gevangenen daar de bewaarders de cel uitcommandeerde en zijn mindere goden opdroeg thee voor ons te zetten. We debatteerden een half uurtje met hem – Che Guevara keek vanaf de muur op ons neer – en aan het eind nam de opper-terrorist mij nog even apart. Of ik de groeten wilde doen aan zijn advocaat in Nederland, die hem ooit voor uitlevering had pogen te behoeden.

In de loyalistische vleugel stootte een bewaarder ons aan: die daar was Stone. De moordenaar van Milltown zei niet veel, maar luisterde mee naar wat zijn medegevangenen op hun beurt te vertellen hadden. Bijvoorbeeld hoe ze katholieken herkenden: ,,We kunnen ze ruiken!'' Elk van de gevangenen rekende de rest van zijn straf toen nog uit in tientallen jaren, zelfs met goed gedrag en ook al had je – een zeer verzachtende omstandigheid – in je cel ,,God gevonden''.

Stone, 45 jaar oud inmiddels, kwam gisteren uiteindelijk na twaalf jaar vrij. Hij is de eerste van een laatste reeks terroristen, die deze week zeer voortijdig de Maze-gevangenis zullen verlaten en daarmee het `H-block', de hongerstakingen en het `dirty protest' van de jaren zeventig en tachtig in de geschiedenisboekjes zullen bijschrijven. De inrichting wordt gesloopt. De vervroegde vrijlating maakt deel uit van het Goede Vrijdag Akkoord. Zij is de prijs die de overheid betaalt in ruil voor een politiek bestel, waarin de meeste republikeinen de meeste loyalisten in de ogen willen kijken. Een van de nabestaanden van de slachtoffers van Stone zei gisteren dat hij diens vrijlating kan billijken, ,,als dat de prijs is die we voor vrede moeten betalen. Maar krijgen we die vrede ook?''

De afgeslankte, goed-getrainde middelbare man die gisteren het gevangenishek uitkwam, zegt dat voor hem ,,de strijd voorbij'' is. Hij wil zijn tijd besteden aan ,,sociaal werk'' en aan zijn negen kinderen uit twee huwelijken en op den duur een bloemenwinkel beginnen met zijn nieuwe verloofde. Daar liep hij, door oostelijk Belfast, omgeven door breedgeschouderde aanhangers met kortgeschoren koppen.

Een verontschuldiging voor het aangedane leed had hij niet over zijn lippen kunnen krijgen, wel ,,begrip voor diegenen die mijn vrijlating zien met droefheid en met boosheid.'' Maar: ,,Er zijn geen woorden waarmee ik dat zeer kan wegnemen.'' Op de trottoirs stonden buurtgenoten te wachten op zijn thuiskomst. Twee vrouwen hadden elk een bos bloemen gekocht, die ze hem in de armen drukten. Toen kusten ze hem en hij kuste ze terug.