Schandaal justitie Kosovo

In Kosovo zitten al sinds een jaar een Kosovo-Serviër en zijn twee zoons gevangen op verdenking van moord op een Kosovo-Albanees die in werkelijkheid is gedood door Amerikaanse soldaten van de vredesmacht KFOR.

Tijdens het proces tegen Mirolub Momcilovic en zijn zoons Jugoslav en Boban wordt vandaag een 130 pagina's tellend rapport ingebracht dat door de Amerikaanse autoriteiten is opgesteld. Daarin staat dat Momcilovic op 10 juli vorig jaar de moord die hem ten laste is gelegd, op Afrim Gagica, niet heeft gepleegd.

Het incident vond plaats enkele weken na de intocht van KFOR in Kosovo en op een hoogtepunt van Albanese wraakacties tegen Serviërs. Gagica kwam op de 10de juli naar de garage die Momcilovic in Gnjilane runt. Ze gaven de Servische familie opdracht naar buiten te komen en hun wapens in te leveren. Toen Momcilovic weigerde, brak een vuurgevecht uit. De Amerikaanse KFOR-soldaten, die in de buurt waren gelegerd, kwamen tussenbeide. Ze vuurden enkele granaten af. Na het incident werden twee lijken van Albanezen gevonden; een van de slachtoffers was gedood door een granaat die door de Amerikanen was afgevuurd. Het tweede slachtoffer zou echter door de Momcilovic' zijn gedood; zij werden gearresteerd en zitten sindsdien in de gevangenis.

Het Amerikaanse onderzoek, gebaseerd op een video-opname van de schietpartij, heeft nu uitgewezen dat ook het tweede slachtoffer, Afrim Gagica, een held uit de oorlog tegen de Serviërs, door een granaat van de Amerikanen is gedood. Het onderzoek concludeerde dat de Amerikanen in actie kwamen nadat er schoten waren gelost op hun observatietoren; de schutter – Gagica – vluchtte een schuur in. Hij kwam om toen de Amerikanen een granaat afvuurden.

Waarom het zo lang heeft geduurd voordat dit duidelijk is geworden, is onbekend. De betrokken Amerikaanse soldaten hebben Kosovo allang verlaten en bevinden zich nu in Duitsland. Maar al in april waarschuwde de internationale mensenrechtenorganisatie Amnesty International dat het proces tegen de Momcilovic' dreigde uit te lopen op een rechterlijke dwaling – dit nadat de Kosovo-Albanese rechters de betreffende video-opname als bewijsmateriaal van de hand hadden gewezen. De rechtbank die zich nu met de zaak bezig houdt wordt geleid door een Franse rechter.