Ouders: veroordeelde niet schuldig aan dood dochter

De ouders van de sinds 1991 vermiste Nymphe Poolman willen dat het onderzoek naar de zaak wordt heropend. Zij geloven niet dat de man die voor moord is veroordeeld, de dader is.

Een nieuwe getuigeverklaring is reden voor de ouders van de in 1991 verdwenen Nymphe Poolman om de Duitse justitie te vragen het onderzoek naar de vermissing te heropenen.

In 1993 werd in Duitsland Georg A. na een bekentenis veroordeeld tot elf jaar gevangenisstraf en tbs, voor de moord op het meisje en voor seksuele delicten bij twee andere Nederlandse meisjes.

Nymphes ouders geloven niet dat A. de werkelijke dader is. Het lichaam van het meisje is nooit gevonden en verscheidene getuigenverklaringen zijn niet te rijmen met zijn bekentenis, zegt Nymphes vader, Peter Poolman.

Al voor de zitting in 1993 verklaarde een getuige dat hij het meisje een uur na haar verdwijning had gezien op twee kilometer afstand van haar huis in het Groningse Vriescheloo. Ook Poolmans eigen verklaring van destijds was in tegenspraak met het verhaal van A. Die had verklaard dat hij acht à tien minuten in zijn Mercedes op zijn dochter had staan wachten bij het weggetje naar haar huis. Poolman had de auto, met Duits kenteken, in dat geval zeker moeten zien, vertelde hij tijdens de zitting. Zijn eigen verklaring en die van de getuige vond hij niet terug in het vonnis.

A. legde over de moord wisselende bekentenissen af. Aanvankelijk zei hij dat het meisje bij een aanrijding om het leven was gekomen, terwijl ze naast hem in de auto zat. Die lezing werd door een getuige-deskundige onderuitgehaald.

Later zei hij dat hij niets met de zaak te maken had. Vervolgens verklaarde hij dat hij het toen zevenjarige meisje seksueel had misbruikt, gewurgd en in een vat voor chemisch afval had gedumpt.

De Duitse psychiater Marianne Becker-Emner beschrijft in het uitvoerige psychiatrische rapport bij het politiedossier, hoe A. haar had verteld dat agenten voortdurend op hem in hadden gepraat ,,dat hij de dader was'' en dat het ,,een ongeluk geweest was''. ,,Telkens weer wees hij erop dat de rechercheurs hem tot deze bekentenis hadden aangezet, maar dat het niet conform de waarheid was. (...) Als gevolg van deze gesprekken had hij (...) een verhaal bedacht en zomaar iets verteld, wat hij daarover uit de media had vernomen.''

Op een zeker moment had de rechercheur gevraagd waar het meisje was. De psychiater beschrijft dat hij toen naar eigen zeggen een plek ,,moest beschrijven, waar hij zeker geweest was, maar waar men niets zou vinden. Hij heeft toen het verhaal met de deken, het vat en de trailer verzonnen.'' En: ,,Op het eind geloofde hij het zelf.''

In een brief aan de ouders van het meisje schrijft A. in 1997, vanuit de gevangenis: ,,Ik kan zeker alle bewijzen, die tijdens de zitting tegen mij werden aangevoerd, weerleggen. Onder meer door de prikklokkaart, waarop mijn werktijden precies staan aangegeven, maar de vraag blijft, WIE GELOOFT MIJ???''

Volgens Poolman heeft de Nederlandse justitie destijds nagelaten het bewijsmateriaal dat ontlastend was voor A., naar Duitsland te sturen. Slechts een ,,selectief deel'' van het dossier is in het vonnis betrokken, zegt Poolman. Waarom justitie dat heeft gedaan, weet hij niet.

De nieuwste getuigenverklaring, waarmee Poolman naar de Duitse rechter is gestapt, komt van een bekende van A. in Finsterwolde. De getuige, die zijn naam nog niet bekend wil maken, heeft A. ontmoet rond zes uur, op de dag van Nymphes verdwijning. Dat valt niet te rijmen met de verklaring van A. dat hij op dat tijdstip in Duitsland was om het dode meisje in een vat weg te werken. De getuige, die auto's repareert, verklaart dat A. die dag op weg was naar zijn buurman, van wie A. hasj betrok en voor wie hij goedkope, Duitse benzine meebracht. Onderweg was A. met zijn auto tegen een hek gebotst. Hij vroeg de autoreparateur om naar de schade te kijken. De getuige heeft daarop de jerrycans met benzine uitgeladen uit de achterbak – waar geen meisje in lag – en een nieuwe bumper besteld, die A. nooit meer is komen ophalen. De buurman van de getuige, die bevriend was met A., is vorig jaar overleden.

A. zit een straf uit voor meerdere zaken. Volgens de advocaat van Poolman, N. de Vries van het bureau Anker en Anker in Leeuwarden, zal A. daardoor weinig gemotiveerd zijn om uit zichzelf zijn verklaring in te trekken – zelf zal hij er niet veel profijt van hebben.

Poolman hoopt met zijn actie A. onder druk te zetten om meer te vertellen. Ook hoopt hij dat zich dan nieuwe getuigen melden. Maar hij heeft nog een doel: ,,Het formele feit dat Nymphe vermist is, en niet, zoals nu, dood is verklaard.'' Heeft hij dan nog hoop dat ze leeft? ,,Daar wil ik nu niet op ingaan. Nadat de zaak jaren heeft vastgezeten, ontstaat er nu ruimte waardoor er weer van alles mogelijk is. Die ruimte wil ik eerst zelf verkennen.''