Jeugd Orkest tussen amechtig en uitbundig

Balakirev beschouwde de Fantasie-ouverture Romeo en Julia (1869) als het beste werk van de negentienjarige Tsjaikofski. Maar hij meende wel dat er te weinig `mystieke, innerlijke, geestelijke liefde' uit de `fantasie-ouverture' sprak, en het begin ervan deed hem teveel aan een kwartet van Haydn denken.

Omdat de blazers al bij de opening een prominente rol krijgen toebedeeld, is de vergelijking met Haydns strijkkwartetten een beetje eigenaardig. Maar Tsjaikofski's Romeo en Julia vraagt wel om een bijna kamermuziekachtige manier van musiceren, door die voortdurende afwisseling van pianissimo naar fortissimo, van langzaam naar snel, van verwachtingsvolle harmonieën naar heftige gestiek, van tedere lyriek naar donderende dramatiek. Bij teveel orkestraal geweld sneuvelen de subtiele overgangen.

Het Jeugd Orkest Nederland deed een dappere poging Tsjaikofski's ouverture overzichtelijk te verklanken, maar was nog niet helemaal opgewassen tegen die mengeling van verfijnd samenspel, solistisch vertoon en orkestrale uitbundighed waar de muziek om vraagt.

Wel wist het orkest zonder enig probleem de vurigheid van de liefde tussen Romeo en Julia (in de ogen van Tsjaikofski duidelijk een `aardse' liefde, in plaats van een `mystieke, innerlijke en geestelijke') tot uitdrukking te brengen. Het was te horen dat de deelnemers aan de `landelijke school voor orkestspel' zelf ook wel eens last hebben van zulke heftige gevoelens.

In het Celloconcert van Elgar liet soliste Quirine Viersen, zonder twijfel het grootste talent onder de jonge Nederlandse cellisten, zich horen van haar meest gevoelige kant. Ze speelde Elgars romantische muziek met veel empathie en verbeeldingskracht, en haar intense toon was indrukwekkend. Alleen verloor ze soms de doorstromende beweging van de muziek uit het oog, doordat ze in iedere frase zo ongeveer haar hele ziel en zaligheid wilde verklanken. Aanvankelijk was Viersens grote kracht nu juist haar spontane, natuurlijke muzikaliteit, waardoor alles `vanzelf' stroomde en vloeide. Nu neigt ze een beetje naar geëxalteerde articulaties om maar het summum uit iedere detail te halen, waardoor de muziek niet sterker, maar juist zwakker en soms een beetje amechtig gaat klinken.

Nadat het Jeugd Orkest Nederland met bewonderenswaardige inzet en Elgariaanse pathetiek de soliste had ondersteund, volgde een uitbundige vertolking van delen uit Prokofjevs Romeo en Julia. Ook in dit afwisselende werk wordt veel flexibiliteit van het orkest verwacht.

Mogelijk doordat Prokofjev formeel een overzichtelijker kader verschaft, lukte het nu beter om de wisselende gemoedsbewegingen van de verschillende balletscènes tot klinken te brengen. Roland Kieft dirigeerde zijn jonge musici met onverstoorbare helderheid en warme betrokkenheid, zodat kleine missers ruimschoots werden gecompenseerd door de muzikale strekking en emotionele intensiteit van het geheel.

Concert: Nederlands Jeugd Orkest o.l.v. Ronald Kieft m.m.v. Quirine Viersen (cello). Programma: Tsjaikofski: Fantasie-ouverture `Romeo en Julia'. Elgar: Celloconcert. Prokofjev: delen uit `Romeo en Julia'. Gehoord: 20/7 Concertgebouw Amsterdam.