De liefde is heel het leven

Een halve eeuw geleden had je Françoise Sagan; wie tegen-

woordig op zoek is naar de betere jonge-vrouwenroman heeft keuze te over. Maar welk beeld geven de schrijfsters van nu van de moderne vrouw?

In het voorjaar van 1953 kwam de 17-jarige Françoise Quoirez naar huis met de mededeling dat ze schrijfster was geworden. Haar manuscript, Bonjour tristesse, was zojuist door uitgeverij Julliard geaccepteerd. Haar moeder antwoordde haar dat ze er goed aan zou doen voortaan op tijd aan het diner te verschijnen en beval haar haar haren te kammen alvorens haar soep op te eten.

Een jaar later waren er meer dan tweehonderdduizend exemplaren van het boek verkocht – een unicum voor een vrouwelijke auteur. Françoise Sagan, die haar pseudoniem had ontleend aan haar favoriete personage in het werk van Proust, de prince de Sagan, had met deze eerste roman een boek geschreven waar een hele generatie jonge vrouwen van zou smullen. Haar taalgebruik was eenvoudig en ook de intriges van haar volgende romans, waarin rijke, verveelde jonge vrouwen spanning in hun leven brachten door hartstocht aan de Méditerranée, waren uitermate romantisch. Haar vrouwelijke personages waren uitdagend, vaak lichtzinnig en vooral verliefd. Voor veel vrouwen betekende het lezen van Sagan een welkome ontsnapping aan het brave keurslijf van huwelijk en opvoeding in de jaren vijftig. Dat haar werk door de literaire kritiek wat neerbuigend tot de betere damesroman werd gerekend, liet haar koud.

Een halve eeuw later is de emancipatie van de vrouwelijke auteur zo goed als voltooid. Niemand kijkt meer op van een vrouwelijke bestsellerauteur. Niemand zal het meer in zijn hoofd halen een boek dat door een vrouw is geschreven bij voorbaat af te doen als een damesroman – ook de herenkritiek niet. Het zijn nu vooral vrouwen die boeken kopen, die hun vrije tijd aan lezen besteden en het zijn steeds vaker vrouwen die succesvolle boeken schrijven. De lezer op zoek naar prettig proza voor the happy house-wife, in de geest van Sagan, heeft tegenwoordig keuze te over. Maar wat voor vrouwen zetten de schrijfsters van nu neer? Welk beeld geven zij van de moderne vrouw? Zijn het nog steeds de gepassioneerde, leeghoofdige intrigantes waar Sagan haar fortuin aan dankt?

Nee, zo leert een willekeurige greep uit vier verschillende taalgebieden. De vrouwelijke hoofdpersoon van nu is weliswaar nog steeds vaak verliefd en op zoek naar de ideale man, maar heeft ook een hectische baan, reist de wereld rond en heeft een grote schare aan vriendinnen om zich heen. Jeanne bijvoorbeeld, de hoofdpersoon uit A quoi bon souffrir?, de derde roman van de Franse nieuwslezeres en mediaster Claire Chazal is een jonge, ambitieuze journaliste. Ze zoekt een evenwicht tussen hard egoïsme, nodig om in de mediawereld carrière te maken, en een innerlijke zachtheid bij de gratie waarvan liefde kan gedijen. Na door haar vriend verlaten te zijn, vertrekt ze naar Rome voor een reportage over de Villa Médicis, een centrum voor kunstenaars, waar een jonge schilder haar helpt haar leven weer op de rails te zetten. Een romantische setting, liefdesverdriet, een poging tot zelfmoord, een kunstzinnig milieu – alle ingrediënten voor een schmierende Sagan-roman zijn aanwezig en toch werd A quoi bon souffrir een integer, journalistiek geschreven, goed geconstrueerd verhaal over een stevige, herkenbare hoofdpersoon, die duidelijk het plan heeft iets van haar leven te maken.

Aan de haak

Het doel dat de vrouwelijke hoofdpersoon uit Tama Janowitz' Een gevaarlijke leeftijd voor ogen staat, is een stuk meer down-to-earth: een rijke man aan de haak slaan – voor het te laat is. Dat wil zeggen, voor ze te oud is, boven de 35. De Amerikaanse Janowitz werd in 1986 voor een korte periode wereldberoemd met haar verhalenbundel Slaves of New York, waarin zij, net als haar generatiegenoten Bret Easton Ellis en Jay McInerney de zeden van New York op de korrel nam. In zekere zin doet ze in Een gevaarlijke leeftijd hetzelfde, maar dan vijftien jaar later. Dit keer is haar hoofdpersoon Florence Collins, die na de dood van haar moeder haar erfenis besteedt aan pogingen vaste voet aan de grond te krijgen in het land der Newyorkse rijken. Ze huurt een onbetaalbaar appartement, schaft een peperdure garderobe aan en spijkert zich cultureel bij zodat ze aan een diner uit de voeten kan. Haar slecht betaalde baan stelt haar in staat rijke kunstverzamelaars te ontmoeten, op wie ze schaamteloos haar charmes loslaat. Maar de rijken van Janowitz zijn koud en slechts vervuld van geldzucht en eigen ego. Een lelijk eendje als Florence Collins heeft geen enkele kans te overleven in deze kille wereld. Het maakt Een gevaarlijke leeftijd tot een meedogenloze satire op een Newyorkse elite.

Van een wat bredere maatschappelijke kijk is geen sprake in De gelukkige huisvrouw van Heleen van Royen. Haar hoofdpersoon is Lea, een lekker ding, een `gelukkige huisvrouw', die `alles heeft wat haar hartje begeert' en `daarvoor geen dag hoeft te werken'. `Want werken, dat doet mijn man.' Lea is heerlijk fulltime in de weer met het effect dat haar `prammen', haar `poes' en haar `doos' op het mannelijk geslacht sorteren. Verder amuseert ze zich met het uitgeven van het geld, dat manlief Harry `met scheppen' verdient. Harry zit `in het vastgoed, is nooit thuis en toch worden alle rekeningen betaald'. Dan is het natuurlijk wel even schrikken, als je ineens een zoon krijgt. Het moederschap is tenslotte een `imago-killer van jewelste'. Je krijgt zomaar `levenslang'. Plotseling is het afgelopen met de exclusieve aandacht van mannelijke zijde. Opeens kijkt Harry ook wel eens naar zijn zoon in plaats van naar zijn geile vrouw. Genoeg reden voor een postnatale depressie, een mislukte poging tot moord op haar kind en veelvuldig psychiaterbezoek aan jawel, dokter Beau.

Nee, het gaat hier niet om het zoveelste doktersromannetje, maar om een boek van een literaire uitgeverij waarvan volgens de advertenties 25.000 exemplaren verkocht zijn. Niets dan clichés, eendimensionale dialogen en rechtlijnige karakters – om nog maar niet te spreken van het aan de haren erbij gesleepte einde en de huilerige wijze waarop hier een jonge vrouw wordt afgeschilderd. Wie moeder is zal huiveren bij de liefdeloze beschrijving van zwangerschap en bevalling, maar verder blijft de lezer, dankzij het grenzeloze egocentrisme van de hoofdpersoon, die ultieme domheid paart aan een volledig gebrek aan fijnzinnigheid, van iedere emotie verstoken. De gelukkige huisvrouw is niet meer dan pulp in hard-cover, en daarmee niet het eerste boek dat de literaire erkenning die vrouwelijke auteurs in de loop der tijd zo hard hebben bevochten, weer gevaarlijk op de tocht zet.

Gelukkig bewijst de Britse schrijfster Helen Fielding met Het nieuwe dagboek van Bridget Jones, dat vrouwelijke auteurs fabelachtig kunnen variëren op oude stijlvormen, dat ze vernieuwend en geestig kunnen zijn in hun taalgebruik en origineel in het verwoorden van tijdloze thematiek. Haar eerste bestseller, Het dagboek van Bridget Jones, werd – terecht – een kassucces en inspireerde een hele reeks nieuwe Britse schrijfsters, waarvan Melissa Banks Vrouw zoekt man ongetwijfeld het geslaagdste voorbeeld is.

Calorieën

In Het nieuwe dagboek van Bridget Jones laat Helen Fielding ons weer van dag tot dag, en soms van minuut tot minuut, op zeer geestige wijze meegenieten met de ups and downs van een `singleton', een vrije vrouw van in de dertig. Iedere dag noteert Bridget het aantal verorberde calorieën, opgestoken sigaretten en weggeklokte eenheden alcohol, het aantal vriendjes (nul of één) en andere activiteiten, die ze voor die betreffende dag relevant vindt. Als redacteur van een dagelijks televisieprogramma over zaken die de Britse bevolking bezighouden, oppert ze tijdens brainstormsessies onderwerpen als `een Gedragscode voor contacten tussen singles' (`Na seksueel contact mag het als ongepast worden aangemerkt als men de verdere nacht niet samen doorbrengt') en suggesties voor `het bevorderen van de Voldane Echtelijke Staat' (`leer alle jongens dat een gelijke verdeling van huishoudelijke taken meer inhoudt dan alleen de eigen vork onder de kraan houden'). De items die ze voorstelt verdwijnen meestal in de prullenbak, maar dat deert haar niet. Bridget maakt deel uit van een uitgebreid netwerk van vriendinnen, die elkaar van advies dienen in alle zaken van het hart. Voeg daarbij de 37 zelfhulpboeken die zij regelmatig raadpleegt (Wat willen mannen? Van een gescheiden man houden zonder je verstand te verliezen. Hoe blijf ik niet alleenstaand. enz.) en je krijgt een goed beeld van de onzekere, jonge, ontwapenende vrouw, die zichzelf elke dag bemoedigend in de spiegel toespreekt: ik ben een onafhankelijke, invoelende vrouw, met inhoud. Bridget is een ambitieus en springerig Sneeuwwitje, die het bos verkent en hoopt op de kus van de prins op het witte paard. In de tussentijd amuseert ze zich kostelijk. En als hij verdwaalt, is het ook geen ramp.

Claire Chazal: A quoi bon souffrir? Plon, 222 blz. ƒ44,10

Tama Janowitz:

Een gevaarlijke leeftijd.

Uit het Amerikaans (A Certain Age) vertaald door Barbara de Lange.

De Bezige Bij, 324 blz. ƒ34,90

Heleen van Royen:

De gelukkige huisvrouw.

Vassallucci, 298 blz. ƒ34,90

Helen Fielding: Bridget Jones,

Het nieuwe dagboek.

Uit het Engels (Bridget Jones: The Edge of Reason) vertaald door Gerda Baartman en Tjadine Stheeman.

Prometheus, 364 blz. ƒ34,90