Vernis krabben

Het fascineert me altijd waarom de media over het ene veel uitgebreider berichten dan over het andere. Neem nu die recente `gijzelingscoup' in Fiji. Ik was aangenaam verrast door het feit dat die door alle belangrijke kranten zo uitgebreid werd verslagen – al werd het gaandeweg natuurlijk minder. Dat was overigens ook reeds het geval met een vergelijkbare staatsgreep in dat land in 1987. Fiji is weliswaar een van de grotere landen uit de Stille Zuidzee, het telt toch nog steeds minder inwoners dan bijvoorbeeld Brussel. Wie een beetje rondreist in de Stille Oceaan komt er wel snel terecht, aangezien de luchthaven van Nadi (spreek uit: Nendi) zowat de belangrijkste hub is in het gebied. Ook voor wie van snorkelen houdt, heeft Fiji veel te bieden. Maar de meeste toeristen laten zich gelijk van de luchthaven naar hun resort transporteren. En de lokale organisatoren zijn ondernemend genoeg om het leukste van de plaatselijke cultuur in de vorm van dans en zang of desnoods kava-ceremonies naar die plekken toe te brengen.

Persoonlijk vind ik dat soort toeristenoorden verschrikkelijk. Weliswaar probeer ik de meest barre situaties te vermijden – hetgeen niet altijd lukt –, maar het leuke aan reizen is toch vooral andere landen en culturen beter te leren kennen. Zo zijn we in Fiji wel eens in een hotelletje boven de vismarkt van de hoofdstad Suva een paar nachten wakker gehouden door een luidruchtige nachtwaker. Ook hebben we op het belangrijkste eiland Vitu Levu een oude gids gehuurd om het binnenland, waar je als individuele toerist niet eens zo maar binnen mag, beter te verkennen. Zoals in meer landen in de Stille Zuidzee, worden de dorpen er immers als privé-eigendom van de lokale gemeenschap beschouwd. Zonder de bemiddeling van een goede bekende, die je verder ook minimaal inwijdt in de welkomstrituelen, kom je daar dus niet in...

Als nieuwsjunk probeer ik ook de plaatselijke media te volgen. Leuk dus dat grote stukken van de wereldkranten in het Engels of Spaans verschijnen. In Fiji komt overigens elke dag het eerste dagblad ter wereld uit, de Fiji Times, want het nog dichter bij de datumlijn gelegen Tonga heeft geen dagblad. Meestal is de kwaliteit van dit soort kranten niet indrukwekkend, maar je leert er toch dingen uit die je anders nooit zou meekrijgen. Zo heb ik in Boliviaanse en Argentijnse kranten over grensconflicten met buurland Chili gelezen – meestal ging het over totaal onbereikbare stukken gletsjer in de Andes – die hoog werden opgespeeld maar waar je hier nooit iets over vernam.

Toen we in 1995 voor het eerst in Fiji kwamen, leken de betrekkingen tussen de autochtone Melanesisch-Polynesische en de generaties geleden geïmporteerde Indiase bevolking na een tijd van spanningen weer genormaliseerd. In de Stille Zuidzee heeft elk land een eigen karakter en in Fiji is dat die bijzondere vermenging van twee totaal verschillende culturen. Met name in de steden zou je je bijna in India wanen. De Indiërs zitten daar sterk in de detailhandel, vergelijkbaar met de Chinezen in andere landen. Ook in het noorden waar veel suikerriet verbouwd wordt, zie je veel Indiërs. Dat verklaart ook de sterke aanwezigheid van de Indiërs in de vakbonden.

Op het eerste gezicht wonen beide bevolkingsgroepen vreedzaam samen. Maar dan slaat opeens, zoals nu weer, de vlam in de pan... Op zo'n ogenblik merk je dat je als toerist, hoezeer je ook je best doet, nooit meer doet dan wat aan vernis krabben. Je komt in zo'n land, reist er met open oog en oor. Met name in Fiji lijken de mensen bijzonder aardig, begroeten je altijd met een vriendelijk `Mbula' (goededag), vragen geregeld belangstellend waar je vandaan komt... Je ziet natuurlijk dat die mensen het niet breed hebben. Ook die Indiërs, die de autochtonen zo rijk en bedreigend vinden, moeten stevig aanpoten om rond te komen. Met name op het platteland zijn de winkels stevig getralied – maar dat zul je in de Verenigde Staten ook wel eens tegenkomen. Dan blijkt opeens hoe reëel dit allemaal is, hoe achter die idyllische façade een kruitvat schuilgaat: van Indiërs die hard werken, maar geen grond kunnen kopen; van autochtonen die het land bezitten, maar schrik hebben daarover straks niet meer de baas te zijn; van mensen die tot elkaar veroordeeld zijn, door hun arbeidsdeling en door het feit dat ze samen de rijke buitenlandse toeristen te vriend moeten houden.

Het leuke aan (ver) reizen is dat telkens weer een ander land een bijzondere betekenis voor je krijgt. Als er daarna iets gebeurt, dan spel je de kranten met meer dan gemiddelde belangstelling. Soms merk je dat die kranten er nog minder van begrijpen dan jij in die korte tijd hebt geleerd. Maar geregeld komen zaken ook beter in perspectief te staan, lijk je met terugwerkende kracht dingen die je ter plekke gezien hebt, weer iets beter te begrijpen...