Amsterdamse toestanden

Als het om politieke vernieuwing gaat heeft Amsterdam een zekere naam op te houden. Het is nu eenmaal de geboortestad van D'66 en Nieuw Links; de bewegingen waar het in de tweede helft van de jaren zestig allemaal mee begon. En, zo kan ruim dertig jaar later worden vastgesteld, waar het ook allemaal bij gebleven is. Maar dat was toen nog niet te voorzien. Op het politieke vlak bruiste Amsterdam in de jaren zestig. Met een variant op de hedendaagse terminologie: terwijl in Den Haag de oude politiek nog volop aan de macht was, maakte in Amsterdam de nieuwe politiek zich op voor de greep naar de macht.

Het liep dus wat anders. Er kwam geen confrontatie maar een milde acceptatie door de gevestigde orde. Volgens het model van de repressieve tolerantie werden de vernieuwers geleidelijk tot Het Systeem toegelaten. Er veranderde veel om het systeem heen, maar het systeem als zodanig bleef tot aan de dag van vandaag grotendeels intact.

En nu broeit het dan wederom in Amsterdam op het politieke vlak. De inzet is wat meer bescheiden dan destijds, want het gaat niet meer om het land, maar om de stad zelf. Mag Amsterdam de opvolger van de volgend jaar vertrekkende burgemeester Patijn zelf kiezen, of moet toch weer genoegen worden genomen met een door Den Haag benoemde bestuurder? Het is een kwestie die in elk geval de lokale media nu al maandenlang bezighoudt. Net zoals de plaatselijke afdeling van D66 die, bij gebrek aan de wettelijke mogelijkheid van een rechtstreekse verkiezing, ijvert voor het houden van een referendum over de nieuwe burgmeester. Een variant die materieel neerkomt op hetzelfde als een verkiezing.

Over de voors en tegens van de rechtstreeks gekozen burgemeester zijn al boekenkasten vol geschreven. Begin dit jaar kwam de Staatscommissie-Elzinga in haar rapport over de lokale democratie ten aanzien van dit punt niet verder dan een verdeeld advies. Een meerderheid sprak uit dat de burgemeesters van de vier grote steden rechtstreeks gekozen moesten worden, maar een niet geringe minderheid omarmde de huidige benoemingswijze.

Het idee van D66 om de wettelijke obstakels te omzeilen en de burgemeestersbenoeming aan een referendum te onderwerpen oogt op het eerste gezicht slim, maar heeft voor het overige niets te maken met een echte verkiezing. De bevolking zou zich moeten uitspreken over een aantal door de gemeenteraad voorgedragen kandidaten. Kortom een onversneden populariteitspoll met alle kwalijke gevolgen die daarbij horen. Een burgemeester die kan bogen op een direct mandaat van de bevolking heeft ook bevoegdheden nodig. Het kenmerk van het huidige systeem is nu juist dat de burgemeester deze bevoegdheden maar in beperkte mate bezit. Een gemeenteraad die zichzelf maar een beetje respecteert, kleedt de portefeuille van de benoemde functionaris zoveel mogelijk uit.

Zolang die situatie niet verandert is elke namaakverkiezing zoals een referendum fröbelwerk. Want wat voor campagne moeten burgemeesterskandidaten zonder bevoegdheden voeren? Rond de opvolging van Patijn worden regelmatig de namen van staatssecretaris van Justitie, Job Cohen en die van de Tilburgse burgemeester Stekelenburg genoemd. Allebei zijn ze lid van de PvdA. Bij een `verkiezing' is het voor de Amsterdammers van belang welk politiek programma zij wensen uit te voeren. Maar daarvoor zijn zowel Stekelenburg als Cohen afhankelijk van de raadsfractie van de PvdA. Zodoende draait een referendum over de burgemeester onherroepelijk uit op een `schoonheidswedstrijd'. Want bij gebrek aan inhoud resteren er voor de kiezers niets anders dan uiterlijkheden.

Gelukkig lijkt de meerderheid van de Amsterdamse gemeenteraad dit ook in te zien en bestaat daar weinig animo voor het plannetje van D66. Maar met behulp van een referendum willen D66-ers vermomd in het Amsterdams Burgemeestersreferendum Comité alsnog proberen een volksraadpleging over de nieuwe burgemeester te forceren. De benodigde 25.000 handtekeningen voor het verzoek om dit referendum te houden, zullen wel worden gehaald. Voor een beetje herrie in de tent zijn altijd wel voldoende Amsterdammers te vinden. Maar met echte invloed op het beleid heeft het weinig te maken.

Er is een troost voor alle teleurgestelden. Want op een andere manier komt de Amsterdamse gemeentepolitiek wel degelijk naar de mensen toe! Dezelfde gemeenteraad die niets voor het burgemeestersreferendum voelde besloot gisteren in overgrote meerderheid ook in de Amsterdamse binnenstad een deelraad in te stellen. Straks dus ook `herkenbaar' bestuur binnen de grachtengordel. Op zich is de instelling van een deelraad een logisch gevolg van het al jaren geleden doorgevoerde besluit de rest van Amsterdam op te delen in deelraden. Wie vindt dat Amsterdam-West een eigen, dichter bij de bewoners staand bestuur verdient, moet dat de binnenstad niet onthouden. Maar daarover wordt in het Amsterdamse binnenstadsgebied toch anders gedacht. De tegenargumenten verraden nogal wat eigendunk. ,,Wat er in de binnenstad gebeurt, is bijna altijd van invloed op de rest van Amsterdam en dus grootstedelijk'', scheven de VVD-raadsleden Huffnagel en Spier afgelopen maandag op de opiniepagina van de Volkskrant. Inderdaad, voor sommigen is de grachtengordel nog steeds het centrum van de wereld. Maar wie `vanuit de provincie' Amsterdam binnenrijdt ziet dat het echte geld wordt verdiend in Amsterdam-Zuid, met alle kantoren die daar verrijzen. Heel veel besluiten die Amsterdam-Zuid betreffen zijn dan ook grootstedelijk belang en worden dus ook door de overkoepelende gemeenteraad genomen. Anders gezegd, het probleem van het dubbele bestuur speelt in alle deelraden.

Het werkelijke probleem is dan ook niet de deelraad voor de binnenstad, maar het systeem van de deelraden als zodanig met zijn 340 bestuurders. De deelraden vormen daarmee één groot centrum voor werk en inkomen voor Amsterdamse politici. Amsterdam heeft in de jaren tachtig bestuurlijke decentralisatie verward met politieke decentralisatie. Het is een heel goede stap geweest om zaken als het stadsonderhoud per stadsdeel te organiseren. Maar waarom moesten de politici in die decentralisatie volgen? De politiek is hierdoor in elk geval geen stap dichter bij de burgers gekomen: politici waren onbekend en zijn onbekend gebleven. Al weer is een revolutie in Amsterdam in goede bedoelingen blijven steken.