Vervagende grenzen tussen voedsel en farma

In de voedingssector verschijnen weinig nieuwe biotech-bedrijven. Grote bedrijven controleren de markt. De technologie voor genetische modificatie van voedsel is aanwezig, maar de consument is huiverig voor genetisch gemodificeerde voeding.

,,Zodra er hete dagen komen, zullen er waarschijnlijk weer een paar ouderen het slachtoffer worden van een salmonella-infectie'', zegt P. Tan, commercieel directeur van het in Groningen gevestigde biotech-bedrijf Microscreen. Daarmee wil Tan alleen maar aangeven hoe belangrijk het is om voedsel goed te testen op de aanwezigheid van pathogene micro-organismen.

Uit een onderzoek dat de Consumentenbond twee jaar geleden uitvoerde bleek dat bijna driekwart van de kipfilets bij supermarkten, slagers, poeliers en marktkramen besmet was met salmonella- of campylobacterbacteriën. ,,Melk, voorgesneden groente, je moet het allemaal testen. De Europese regels stellen ook steeds hogere eisen aan de voedselveiligheid'', aldus Tan.

Microscreen is in 1996 opgericht. Het ontwikkelt DNA-tests voor de snelle detectie van bijvoorbeeld salmonella, E. coli (stam O157), clostridium en campylobacter in voedingsmiddelen. ,,We helpen de bedrijven bij de implementatie van die tests, want ze zijn er niet bekend mee'', aldus Tan. Volgens hem werken veel voedselfabrikanten nog op de ouderwetse manier, via bacteriekweken. Die methode neemt dagen in beslag. ,,Met een DNA-test ben je in een paar uur klaar, maar fabrikanten zijn daar niet aan gewend'', zegt Tan. ,,Willen ze onze tests gebruiken, dan is daar weer speciale apparatuur voor nodig en daar moeten ze mee leren werken.''

Microscreen heeft de afgelopen jaren subsidies gekregen van een aantal fondsverstrekkers (onder andere de NOM). Hoeveel, wil Tan niet zeggen. Er werken inmiddels tien mensen. Microscreen zit nu ook in de milieu- en de medische hoek. Volgens Tan bestaat in veel sectoren vraag naar snelle methodes om micro-organismen te detecteren. ,,Ondertussen hebben we zoveel op ons bord dat we moeten gaan kiezen'', aldus de commercieel directeur. Een van de speerpunten van Microscreen zal de analyse van menselijke darmflora's – de bacteriën in het maagdarmsysteem – worden. ,,Bedrijven als Yakult en Mona willen graag weten of de samenstelling van de darmflora verandert na het eten van hun drankjes of yoghurts.'' Het Groningse bedrijf heeft voor die toepassing een techniek ontwikkeld die inmiddels in Europa en de Verenigde Staten is gepatenteerd.

In 1996 voorzagen onderzoekers van de Erasmus Universiteit Rotterdam dat in het jaar 2000 zo'n 10 procent van de Nederlandse voedingsmarkt (destijds 75 miljard gulden) aan biotechnologie gerelateerd zou zijn. Tan vraagt zich af of dat zoveel is. ,,Er zijn weinig startende biotech-bedrijven in de voedingssector. De markt wordt gecontroleerd door een aantal grote bedrijven. Bovendien is de consument nu nog huiverig voor genetisch gemodificeerd voedsel.''

Die angst van de Europese consument heeft er bijvoorbeeld toe geleid dat het Nederlands-Britse levensmiddelenconcern Unilever eind mei aankondigde te stoppen met de import van genetisch gemodificeerd voedsel. De blikken Unox-soep en de gehaktballen met sojasaus van Mora bevatten voorlopig dus geen transgene ingrediënten meer. Het bedrijf hamerde er bij die aankondiging trouwens op dat het zijn activiteiten in de biotechnologie niet zal stopzetten. Unilever, en ook Nestlé, hebben herhaaldelijk laten weten dat ze genetische modificatie van voeding als een van de belangrijkste technieken voor de 21ste eeuw zien, omdat de voedselproductie er beter en efficiënter door wordt. Minister Brinkhorst (Landbouw) heeft ook al een aantal malen uitspraken in die richting gedaan. ,,We werken bijvoorbeeld aan zonnebloemolie of raapolie met minder verzadigde vetzuren'', aldus de woordvoerder van Unilever. ,,De technologie is aanwezig. Misschien dat de markt over vijf jaar gunstiger is. Dan komen we er alsnog mee.''

Toch zal Unilever binnenkort waarschijnlijk een voedingsmiddel op de markt brengen dat via moderne biotechnologie is gemaakt. Een paar weken geleden kreeg het bedrijf namelijk toestemming om de cholesterolverlagende margarine Becel pro-activ op de Europese markt te brengen. De margarine is weliswaar niet via genetische modificatie tot stand gekomen, maar bij de productie zijn wel moderne chemische en biologische technieken gebruikt.

Met dit product zal de consument waarschijnlijk weinig moeite hebben. Dat blijkt uit de verkoop van Benecol van het Fins bedrijf Raisio, een concurrent van Becel pro-activ. Volgens een recent rapport van marktonderzoekbureau Information Recources heeft de markt voor `gezonde' margarines een stevige impuls gekregen door de komst van Benecol. In een jaar tijd is de vraag naar margarines met toevoegingen zoals calcium in de supermarkt met 74 procent gestegen tot een bedrag van 24 miljoen gulden.

Producten zoals cholesterolverlagende margarine zullen er steeds meer verschijnen. ,,De scheidslijn tussen voeding en geneesmiddel wordt vager'', aldus een woordvoerder van Unilever. Dergelijke producten, bekend onder de naam nutriceuticals, verschijnen steeds meer. Het Nederlandse bedrijf Nutricia, dochter van Numico, heeft in 1996 een voedingsmiddel voor te vroeg geboren baby's op de markt gebracht. Het bevat speciale vetzuren die door (genetisch gemodificeerde) schimmels en algen zijn gemaakt. De vetzuren stimuleren de botopbouw en de ontwikkeling van hersenen en maagdarmsysteem van de baby. De zuigelingenvoeding, verkocht als Nenatal, is alleen maar op doktersadvies verkrijgbaar bij de apotheek.

Nutriceuticals blijken niet altijd zo gezond als wordt gesuggereerd. Voedingsmiddelen met hoge doses caroteen lijken niet te beschermen tegen longkanker, extra calcium behoedt niet voor darmkanker. En van flavonoïden, veel voorkomend in groente en fruit, is het nog niet bewezen dat ze beschermen tegen een hartaanval. ,,Gezondheidsclaims moet je via wetenschappelijk onderzoek kunnen onderbouwen'', aldus een woordvoerder van Unilever. Vaak ontbreekt dat, langdurig en kostbaar onderzoek. Niet voor niets protesteerde het Britse wetenschappelijke tijdschrift British Medical Journal vorig jaar tegen de hoos aan nieuwe voedingsmiddelen waar de producent een gezondheidsclaim op legt. Dergelijke voedingsmiddelen zouden een zegen kunnen zijn voor de gezondheid, maar ze leiden vaak tot kwakzalverij.

Dit is het zesde en laatste deel over de biotech-industrie in Nederland. Eerdere delen verschenen op 22 maart, 15 april, 13 mei, 1 en 12 juli.