Een kandidaatsexamen

Als de begeerte zo groot blijft als nu, zullen de Nederlandse burgemeesters over een paar jaar niet meer benoemd maar gekozen worden, zoals – dat verzekeren de voorstanders – in het geavanceerder buitenland sinds mensenheugenis gebruikelijk is. Gestimuleerd door het vertrek, volgend jaar, van burgemeester Patijn, is in Amsterdam de campagne alweer een paar maanden in volle gang. Loco-burgemeester J.van der Aa wilde om te beginnen een raadgevend referendum, maar heeft zich naar de partijdiscipline gevoegd, toen de Partij van de Arbeid de tijd niet rijp bleek te vinden. Inmiddels werd staatssecretaris J.Cohen al als de ideale kandidaat genoemd. Voelde hij ervoor? `Geen idee', zei hij. Zijn naam blijft circuleren. Vandaag wordt in de gemeenteraad gestemd over een voorstel van D66 om een `populariteitsstemming' te houden. De voormalige minister van Binnenlandse Zaken Bram Peper heeft tegen Het Parool verklaard dat `de Amsterdamse politiek niet bang moet zijn voor het volk, en zich sterk moet maken voor een burgemeestersreferendum'. De aandrang wordt met de maand groter.

Op zichzelf is er geen reden waarom een gekozen burgemeester beter of slechter zou zijn dan een benoemde. Sinds de oorlog heeft Amsterdam zeven burgemeesters gehad, Patijn meegerekend. Het bewind van Gijsbert van Hall is ongelukkig geëindigd, wat niet wegneemt dat hij een uitstekende burgemeester was tot hij `de geest van de tijd' niet meer bleek te begrijpen. Als Van Hall bij verkiezingen kandidaat was geweest zou hij, met zijn illegaal verleden en zijn verdiensten voor de stad (het redden van Artis, om eens een wapenfeit te noemen) geen slechte kansen hebben gehad.

Patijn is een uitstekende burgemeester, maar het heeft een poosje geduurd voor de Amsterdamse publieke opinie daarvan was overtuigd. Zou Patijn, komend uit Den Haag, gekozen zijn? Het was jammer geweest voor de stad als de kiezers het niet hadden gedaan. Maar ik had er niet mijn hand voor in het vuur durven steken.

De theorie wil dat `mondige burgers' het recht hebben hun eigen burgemeester te kiezen. Ja, waarom niet. Maar het gaat niet zozeer om het recht op zichzelf, als wel om de manier waarop het wordt uitgeoefend. Om te beginnen: hoe komt men op de lijst? Het is niet onwaarschijnlijk dat alle partijen hun eigen kandidaat naar voren willen schuiven. Goed beschouwd is dat hun plicht jegens hun kiezers, want allen willen dat zoveel mogelijk van hun programma zo goed en zo lang mogelijk wordt uitgevoerd.

Door een burgemeester te kiezen investeert men meer macht in één persoon (zoals Jacques Wallage op deze pagina onlangs heeft uitgelegd). Een krachtige persoonlijkheid die wordt gekozen, krijgt daardoor ook meer in haar of zijn partij te vertellen. Dat, zal men zeggen, is altijd het geval; maar bij een direct gekozen burgemeester in veel sterker mate. Zoals de verhouding tusssen de premier en de PvdA zich nog steeds verder ontwikkelt. Vergelijk het met de verhouding tussen Kok en de PvdA. Hij is op weg, of is daar al de Lodewijk XIV. De partijgebondenheid blijft, maar wordt meer beïnvloed door de persoonsgebondenheid. Of dat een bezwaar of een voordeel is, zullen we pas na zekere tijd merken. In ieder geval, het kiezen van de burgemeester, bedoeld om `de burger dichter bij de politiek te brengen', zou op den duur tot bijverschijnsel kunnen hebben dat het partijsysteem verder verzwakt.

Natuurlijk staat het niemand in de weg, zich als onafhankelijk kandidaat te melden. Een Ross Perot van Amsterdam, of een Hadjememaar, de dronkaard en bedelaar die als kandidaat van de Rapaljepartij in de jaren twintig op het programma `Vrij vissen en jagen in het Vondelpark en alles gekookt in jenever' tot raadslid werd gekozen maar zijn zetel niet kon innemen omdat hij in Veenhuizen werd opgesloten. Er is een aardige Amerikaanse film Bob Roberts (1992) waarin een begaafd artiest van de radio, tevens miljonair, het ver in de politiek brengt tot hij strandt in zijn beste bedoelingen. Vanouds is Amsterdam wat vatbaarder voor zulke experimenten.

Het denkbeeld van D66 om in de hoofdstad alvast een `populariteitsstemming' te houden lijkt me niet goed, omdat het in deze verplichtingsloze vormen de paljassen aantrekt, en ook al daardoor serieuze kandidaten afschrikt. Een personality contest, min of meer op zijn Amerikaans, zal onvermijdelijk zijn, maar dat is dan de laatste fase. Eerst zouden de kandidaten moeten worden getoetst op de minimale kennis van zaken die voor het burgemeesterschap nodig is. Wie in andere sectoren van het openbare leven leuk uit de hoek kan komen, heeft daarmee nog niet zijn geschiktheid bewezen. Enige bestuurservaring, kennis van de wet, moderne talen, op de hoogte zijn van buitenlandse toestanden, het is voor een burgemeester van Amsterdam nooit weg. Voor geringer betrekkingen dan deze wordt in het bedrijfsleven een profielschets gemaakt. Het is misschien een idee, dat eens ook bij wijze van experiment voor de burgemeester van Amsterdam te doen.

In geen geval zullen de kandidaten bindingen mogen hebben met een bijzonder stedelijk belang, zeker niet in Amsterdam waar de tegenstellingen zo scherp kunnen zijn. Dit stelt eisen aan de campagne: gelijke budgetten, geen voordeel op het gebied van televisiezendtijd, enz. Het Amerikaanse strijdtoneel valt in omvang niet met het Amsterdamse te vergelijken, maar dat hoeft niets te zeggen over de inzet van de belangen en de intensiteit van de strijd. De lobby's zitten al in de loopgraven.

Al een jaar of veertig onderwerpt Nederland zich, vaak bereidwilliger dan andere landen, aan allerlei radicale veranderingen. De politiek is daarin meegegaan – het totstandkomen van Paars – maar soms ook weer achtergebleven. Is het kiezen van de burgemeester een modieuze manoeuvre die moet bewijzen dat de schade wordt ingehaald? Een fusie tussen politiek en pret, eindelijk ook daar, denk je als je sommige voorvechters leest. Als het een goed denkbeeld is, wordt het slecht verdedigd.