Unster

Nog even en we schuifelen op het beeldscherm langs de schappen van onze favoriete grootgrutter en klikken aan wat en hoeveel we nodig hebben en de volgende dag, of een paar uur later, wordt de bestelde waar tot op het aanrecht afgeleverd. Vroeger bij ons thuis kwam Gerrits, de man van de Spar, één keer in de week de bestellingen opnemen. In zijn kakigele korte stofjas met een hele rits pennen in de borstzak zat hij aan de keukentafel en nam met mijn moeder, onder het genot van een kop koffie of thee, het boodschappenlijstje in het boodschappenboekje door. Tijdens deze zittingen werden naast de aanbiedingen (`het Sparretje van de week'), ook de laatste roddels en nieuwtjes uitgewisseld.

Naast de kruidenier bezorgden ook de bakker en de slager, met grote manden voor op hun fiets, aan huis. Vooral de bakkersknechten, vaak zonen of zoontjes, fietsten zich 's zaterdags uit de naad. Een gezin als het onze had voor de zaterdag en de zondag al gauw zo'n tien twaalf broden nodig.

De groenteboer met zijn paard en wagen kwam twee keer in de week. Als kleine jongetjes hoopten we telkens dat de schimmel van Top moest plassen. Een reusachtige stroom dampend en schuimend vocht zocht zich dan een weg rond zijn hoeven. Aandachtig keken wij toe hoe hij leeg liep, roerloos, en starend naar het weiland aan het eind van de straat. De geur van paardenzijk vermengde zich met die van kool en sinaasappels. Op een dag is hij geschrokken van de knalpot van iets en dood neergevallen voor de groentekar die hij een paardenleven lang had getrokken. Wij stonden erbij en keken ernaar.

Iedere week liep de schillenboer, zonder zich te melden, onze schuur binnen en leegde de schillenbak in een grote jutezak.

Een paar maal per jaar hoorden we de bel van de scharenslijper in de straat. De slijpstenen stonden op een houten kar met een kleurig versierd dakje. Er hing een houten balk onder de kar die met een voet op en neer kon worden bewogen. Dit bracht een wiel van zo'n 40 cm doorsnee in beweging dat op zijn beurt een nog veel groter wiel in beweging bracht waar een leren drijfriem omheen liep die de as, waar de slijpstenen op waren gemonteerd, aan het draaien bracht. Hij sleep messen scharen en bijlen en op een soort werkbankje was een bankschroef gemonteerd waarin hij zagen weer scherp vijlde.

Om de paar maanden kwam de lompenboer, ofwel de voddenman, de grote linnen zak die aan een haak in de schuur hing leeg maken. Maar eerst werd deze gewogen met een unster, een veerunster in dit geval. Een koperen en zwart metalen mechaniekje met een ring, een schaalverdeling, een trekveer en een haak. De haak werd door de zak geslagen waarna deze werd opgetild. Het aantal kilo's bepaalde de prijs. Mijn moeder vertrouwde die unster niet erg maar het ging om te kleine bedragen om er werk van te maken.

De voddenman komt niet meer langs de deur maar veerunsters worden nog steeds verkocht. Ik weet dat ze onder andere in de liftindustrie nog wel gebruikt worden om, gemonteerd op een soort hefboompje, de spanning van de staalkabels te meten.

Het meest keken we uit naar de komst van Kempe, handelaar in textiel. De Kempes hadden een klein winkeltje aan het begin van de Tonnendijk. Kempe zelf was meestal de boer op met een rijwiel van ongekende afmetingen met voorop een rek voor de enorme koffers waarin hij zijn koopwaar vervoerde. Sokken, ondergoed, `sporthemden', zak-, hand- en theedoeken. Onder het vertellen van sterke verhalen werd op de grote tafel in de huiskamer de inhoud van de ene koffer na de andere uitgestald. Hij droeg altijd een zware bruine leren jas die bijna de grond raakte. Als de koffers weer waren opgeladen en het verschuldigde bedrag verdwenen in de eveneens bovenmaatse geldbeugel met knip, besteeg hij weer dat trekpaard van een fiets en al dat krakend leer verdween langzaam om de hoek.