`Als ik op de piano speel hoor ik een trompet'

Ramón Valle groeide op in een land waar jazz verboden was. Toch lukte het hem om in Latijns-Amerika een beroemdheid in dit genre te worden. Al kent in Nederland vrijwel niemand hem.

,,Als Cubaans muzikant in Europa heb je ruwweg twee problemen. Ten eerste moet je voortdurend bewijzen dat je wel echt uit Cuba komt. Mensen geloven dat namelijk zelden als je zelf hier naartoe bent gekomen in plaats van ontdekt te zijn in Havana. Het is net als met wijn; drinkers denken ook dat die authentieker is als ze `m zelf uit Frankrijk hebben gehaald. Het tweede probleem is de recente populariteit van Buena Vista Social Club. Ik gun die muzikanten absoluut hun succes, maar hun bekendheid maakt het voor mijn generatie heel moeilijk om het publiek ervan te overtuigen dat er meer komt uit Cuba dan alleen traditionele Son.''

Pianist Ramón Valle (Holguín, 1964) speelde in zijn geboorteland met alle Cubaanse grootheden, van Irakere-oprichter Chucho Valdés tot de vroegtijdig overleden Emiliano Salvador. Zijn naam stond in de programmaboekjes van alle grote festivals van Midden-Amerika en behoorde tot de gevestigde van de Latijns-Amerikaanse jazzscene. Inmiddels woont hij al drie jaar in Amsterdam, maar is hier, ondanks succesvolle optredens in Paradiso en op het festival Jazz in Duketown, enkel opgemerkt door een handjevol enthousiaste ingewijden. Een optreden op het North Sea Jazz Festival komende vrijdag moet hier verandering in brengen.

Zoals zoveel Cubaanse muzikanten kreeg Valle de muziek thuis met de paplepel ingegoten. Zijn professioneel musicerende vader zette hem al op zevenjarige leeftijd achter de piano om de akkoordenondergrond te verzorgen bij de jamsessies die hij na optredens in de huiskamer organiseerde. In eerste instantie wilde de jonge Ramón in vaders voetsporen treden en trompet spelen, maar toen de leiding van de provinciale muziekschool hem daar te jong voor vond, schakelde hij over op de piano, op welk instrument hij in 1985 afstudeerde aan de prestigieuze Escuela Nacional de Arte in Havana.

,,Maar als ik piano speel hoor ik nog steeds een trompet in mijn hoofd'', verklaart Valle. ,,Vooral het inlassen van pauzes om adem te halen heb ik in mijn pianospel opgenomen. Het gevaar met piano is namelijk dat je te gemakkelijk alsmaar doorspeelt. Dan draait het al snel vooral om snelheid en is het meer topsport dan muziek. Er moet ruimte zijn in je spel, ruimte om te ademen, om te luisteren naar je medemuzikanten. Als je dat niet doet dan word je een gevangene van de noten.''

Valle werd in Havana door Russische en Cubaanse docenten geschoold in een strikt klassiek repertoire. Jazz was in het Cuba van de jaren zeventig en tachtig absoluut verboden en conservatoriumstudenten die zich schuldig maakten aan een stukje swing werden direct naar huis gestuurd. Toch was Valle volledig op de hoogte van de nieuwste muziek van zijn idolen Herbie Hancock, Keith Jarret en Chick Corea. ,,Ik had een stokoud radiootje waarmee ik – als er niet teveel storing was en ik de antenne de juiste kant ophield – Amerikaanse zenders kon opvangen'', vertelt de pianist. ,,En Cubaanse muzikanten die in Europa optraden, namen altijd stapels platen mee. Zodra een van mijn vrienden weer terug was van een tour, belde hij meteen op en zaten we binnen de kortste keren alles op te nemen op cassettebandjes.''

Het belang dat in Cuba aan muziek wordt gehecht en de passie die ermee gepaard gaat, mist Valle soms wel in Nederland. ,,Toen ik met mijn opa en oom in een eenkamerappartenment in Havana woonde, oefende ik de hele dag en vaak ook `s nachts. Niemand in het gebouw die ooit klaagde. Sterker nog, de buurvrouw kwam af en toe vertellen dat de melodie die ik gisteren te pakken had de moeite waard was. Toen ik in Amsterdam een piano in huis haalde kreeg ik, nog voordat ik een toets had aangeraakt, te horen dat het heel leuk was dat ik speelde maar dat ik het wel moest doen tussen twee en vier.''

Anderzijds verbaast Valle zich weer enorm over die Nederlanders die nooit rechtuit kunnen zeggen dat ze iets gewoon slecht vinden. Cubanen zijn opener, vindt hij, en lanceert en passant een theorie waarin hij volksaard, muzikaal erfgoed en klimaat met elkaar verbindt. ,,Vanwege het mooie weer speelt in Cuba het leven zich af op straat en gaan mensen meer met elkaar om. Ook het componeren van muziek gebeurt op straat. Door de onderlinge communicatie en het feit dat niemand vooruit hoeft te plannen voor een barre winter, zijn die composities veel korter dan in Europa, waar alles gepland is en veel complexer in elkaar zit. Luister bijvoorbeeld naar dat beroemde hitnummer Chan Chan van Buena Vista Social Club; dat is vier akkoorden, meer niet. Ook het werk van de Cubaanse klassieke componisten wordt gekenmerkt door dat minimalisme; het thema is zelden langer dan een minuut. En dat is ook prima. Van Beethoven herinneren de meeste mensen zich ook alleen maar de eerste paar maten van zijn negende symfonie. De rest van zijn werk, hoe goed ook, schreef hij voor zichzelf en andere muzikanten.''

En van welke paar maten zou Valle graag hebben dat het publiek van hem zou onthouden? ,,Vlak voordat ik uit Cuba vertrok schreef ik een stuk dat Levitando heet. Een paar jaar later zag ik in de film Lagrimas Negras een klein meisje dat stuk spelen. Nou, als een kind het zich herinnert, dan moet het goed zijn, dan herinneren volwassenen het zich vast ook.''

Ramón Valle speelt op vrijdag 14 juli op het North Sea Jazz Festival in de Carel Willink zaal. Andere concertdata: 23/7 in Huis Marseille, 28/7 IJsbreker, 21/9 BIMhuis, Amsterdam. Recente cd van Valle: Ramón Valle: Piano... (Discmedi, DM 224CD)