Blauwbaards Burcht in een Fries weiland

Het Friese dorp Spanga bereidt zich opnieuw voor op een invasie van operaliefhebbers. Dit jaar staat `Blauwbaards Burcht' op het programma, Bartóks mysterieuze drama over een vrouwenvreter en een drammerige geliefde.

Hemelsblauw is de tent in het groene Friese weiland waarin op 15 juli de opera Blauwbaards Burcht van Béla Bartók in première gaat. Het is de achtste productie die regisseuse Corina van Eyk in het dorpje Spanga regisseert. Het blauw van de tent is toeval, zegt ze. Hij is uitgeleend door De Parade, het theaterevenement waarnaar de productie in augustus verhuist.

Er staan minder tentjes en caravans van medewerkers dan gewoonlijk op het erf van boer De Wolff, waar de opera zich al jaren afspeelt. Ook de grote tent is kleiner, er is plaats voor 350 toeschouwers. Anders dan anders krijgt het agrarische landschap in de opera geen rol: de tent is gewoon dicht en biedt geen uitzicht op de omgeving, maar benadrukt wel de beslotenheid van Blauwbaards onheilspellende burcht.

Bartóks eenakter wordt gebracht als een kleine, intieme productie van een uur en een kwartier. Het stuk, dat als hét meesterwerk van de Hongaarse opera wordt beschouwd, is geschreven voor slechts twee zangers. De bas Peter Michailov, een oudgediende en graag geziene gast in Spanga, neemt de vrouwenvreter Blauwbaard voor zijn rekening, mezzosopraan Klara Uleman maakt haar Spanga-debuut in de rol van Judith, diens veeleisende geliefde.

Blauwbaards Burcht is een ondoorgrondelijk drama vol psychologische en symbolische duidingen. De relatie tussen de twee hoofdpersonen blijft een mysterie. De burcht, `voor eeuwig donker', met de zeven gesloten deuren is Blauwbaards rijk en ziel tegelijk. Ondanks de huiver voor Blauwbaards mysterieuze verleden en de gruwelen die zij achter de deuren ontdekt, blijft Judith drammen, dreigen en verleiden tot hij alle deuren heeft geopend en ook zij in het eeuwig duister verdwijnt.

De opera wordt in het Hongaars gezongen. Om de teksten begrijpelijk te maken, leest een actrice van tevoren de vertaling voor. ,,Het is een geweldige tekst'', zegt Van Eyk. ,,Het gaat steeds over hetzelfde, maar je merkt dat ze elkaar nooit echt antwoord geven.''

Van Eyk gebruikt film om het verhaal een extra dimensie te geven. ,,Wat hij haar laat zien is niet echt, het is er niet. Met film kan ik dat benadrukken en ermee spelen.'' De zeven deuren van Blauwbaards slot en wat zij verbergen –de moorden, het meer van tranen, de vroegere vrouwen – worden voorgesteld door filmbeelden. De film maakte het ook mogelijk de bijbehorende dosis horror en erotiek aannemelijk te presenteren. Veel opnames zijn gemaakt in en om Amsterdam. Zo dalen de zangers af van de noodtrappen van de Bijenkorf – onherkenbaar voor wie het niet weet – en bedrijven ze de liefde op een opslagplaats van stenen, die is omgetoverd tot een veld van – op bloed gedijende – bloemen.

De zangers stappen als het ware van het toneel de wereld van de film in en andersom. ,,Het is een heel nieuwe conceptie van deze opera'', zegt Michailov. ,,De film dient niet alleen als decor maar heeft ook een ruimtelijke functie. Soms staat een van ons op toneel en de ander in de film en zo reageren we op elkaar. De film is eerst op de muziek gesneden, maar tijdens de voorstelling moeten wij ons weer houden aan het tempo van de beelden. Zo lijkt het alsof de muziek de expressie van het spel is en niet zoals normaal bij opera, waar de regie wordt gedicteerd door de muziek.''

Het gebruik van film maakt het de musici niet makkelijk. Ze moeten steeds synchroon met de beelden spelen en zingen. De dirigent, die in de in het weiland uitgegraven orkestbak achter het orgel zit, heeft een monitor voor zich waarop de tijdcodes zijn aangegeven.

,,Dat keurslijf past bij de hele thematiek van de opera'', zegt Van Eyk. ,,Het zijn korte momenten uit een huwelijk. Het gaat er heel heftig aan toe. In een uur maak je alles mee, van verliefdheid tot de dood. Zij is ongelooflijk baatzuchtig in de liefde en hij is een man die steeds weer dwangmatig naar de zoveelste vrouw moet. Het thema spreekt iedereen aan. Bij mijn andere opera's is nog nooit zo veel discussie over de inhoud geweest als nu. In mijn subsidieaanvraag aan het Fonds voor de Podiumkunsten heb ik geschreven dat het een soort `Who's afraid of Virginia Woolf' is voor één echtpaar. Niet dat het geholpen heeft. De aanvraag is afgewezen, omdat men De Parade geen geschikte plek vond voor zo'n kwetsbare opera. Terwijl ze er juist op aandringen dat we meer naar buiten treden. We hebben wel geld gehad van de provincie en de gemeente Weststellingwerf.'' Overigens heeft de opera in Spanga, `het Verona van Weststellingwerf', van het rijk een structurele subsidie van twee ton gekregen voor de komende kunstenplanperiode 2001-2004. Daardoor zal nu elk jaar een opera in Friesland worden opgevoerd, in plaats van om de twee jaar. Omdat de subsidiëring krap is (er was zes ton gevraagd) zullen grote en kleinere producties elkaar afwisselen.

Blauwbaards Burcht, Spangahoekweg 47, Spanga. van 15,t/m 24/7 om 21 uur. Res. (056) 1481848. De Parade, Martin Luther Kingpark, Amsterdam. 28/7 t/m 4/8. Res. 0900 0191.