`Hé buurman!'

Lijstenmaker Wim de Jong heeft net een vernietigend rapport gekregen van de Arbo-dienst. Ze vinden zijn atelier een rommeltje. De werkplaats van Wim de Jong op de Amsterdamse wallen Ís ook een rommeltje. Maar hebben de ambtenaren van de Arbo-wet wel eens naar buiten gekeken? ,,Ze willen dat ik voorzieningen tref voor minder validen. Maar als ik naar binnen wil, struikel ik over de junks.''

De werkplaats kent een traditie die terug gaat tot het begin van deze eeuw. Kunstenaars Jan Sluijters, Jan Toorop en Carel Willink bestelden bij de vader en grootvader van Wim de Jong hun lijsten. Toen de vader van De Jong het pand van vier verdiepingen in 1963 kocht, stond het nog in een ,,gewone hoerenbuurt''. Nu is de omgeving een verzamelplaats van dealers, verslaafden, wildplassers en helers. Enkele jaren geleden gaf de politie De Jong een opschrijfboekje. Buurtbewoners konden met hun notities aan de opsporing bijdragen, was het idee. De boekjes werden nooit opgehaald, maar De Jong bleef schrijven.

Hij begint vandaag aan zijn derde boekje, het ligt al klaar op de tafel voor het raam op de derde verdieping vanwaar hij uitkijkt op het slagveld: coffeeshops aan de overkant en rechts de brug waar dealers en verslaafden elkaar ontmoeten. De laatste tijd komen buurtbewoners weer in actie tegen de overlast: overal hangen pamfletten dat ze het beu zijn. ,,Niemand gelooft de verhalen over wat hier gebeurt'', schreef De Jong in zijn eerste dagboek, augustus 1997. Zijn vader had acht jaar daarvoor een hartinfarct gekregen, na ruzie met een junk. ,,De dood van mijn vader doet nog altijd pijn''. 21 augustus: ,,De hele dag floreert de handel op de gracht.'' 10 oktober: ,,Jonge vrouw wordt lastig gevallen door een man als zij geld in de parkeerautomaat wil gooien.'' 21oktober: Een man verkoopt nieuwe schoenen met etiketten en prijsjes erop aan omstanders.'' 6november: ,,Op de brug staan ze tegen mijn auto aan te trappen.'' 13 juni: ,,Nummer van de extreme overlast gebeld. Klacht gedeponeerd op het antwoordapparaat.'' 7 oktober (1998): ,,Het schreeuwende volkje doet zich menigmaal horen. De radio hoor ik niet.'' 22juli: ,,De bolletjes gaan rap van de hand.'' 19 november: ,,Hele rijen staan te pissen.''

Als de regen voorbij is, komen de junks en de dealers weer langzaam tevoorschijn. Die man in de blauw met wit gestreepte trui, staat al vijftien jaar te dealen, zegt De Jong. En die met die rugtas is gebruiker, maar hij dealt soms ook. Een man in een zwarte leren jas pist tegen de gevel van restaurant Centra.

De Jong heeft nog geen moorden gezien, zegt hij, stelen durven ze niet van buurtbewoners. Maar het gevoel dat iedereen in de omgeving lak heeft aan je, is slopend. ,,Soms als ik over de brug loop, groeten ze me met: `hé buurman!'. Dan denk ik: ja, ja.''