Vakantieboete

Het doet me terugdenken aan vroeger op school. Toen was er wel eens een juffie, meester of leraar die de hele klas straf gaf als één kind in hun ogen iets had misdaan. Ingegeven door gemakzucht, denk ik, in de kinderziel leidend tot een strijd tussen berusting uit solidariteit en verontwaardiging uit rechtvaardigheidsgevoel.

Een vergelijkbare verontwaardiging, maar nu zonder solidariteit, komt in mij op als ik hoor over de spijbelboetes die tegenwoordig worden gegeven aan ouders die hun leerplichtige kinderen enkele dagen de school laten verzuimen.

Autochtone Nederlandse ouders houden zich in het algemeen heel behoorlijk aan de leerplicht. Veel allochtone ouders waarschijnlijk ook. Er is echter een groep immigranten die de kinderen om de haverklap thuis houdt – vooral dochters – of niet toeziet op schoolbezoek – vooral zoons. Het zou goed zijn als de leerplichtambtenaren streng zouden toezien op die groep. Maar zo gaat het niet. Het nieuwe strenge beleid geldt tegenwoordig voor alle ouders, zonder aanzien des persoons. En dat is zacht gezegd zot.

Vooral in perioden van schoolvakanties wordt dat duidelijk. In Amsterdam moeten ouders die een of meer dagen eerder weggaan of later terugkomen 150 gulden per dag boete betalen. Ook ouders wier kinderen altijd trouw naar school gaan. Er kunnen echter ook voor hen af en toe goede redenen zijn om uitzonderingen te maken. Vroeger volstond dan een beleefd briefje met de mededeling over het waarom van het verzuim. Een pro forma vragen om toestemming. Zo niet nu. Terwijl juist tegenwoordig rondom vakanties het aantal redenen in combinatie toeneemt.

Neem de op zichzelf beschouwd verstandige vakantiespreiding. Neem echter ook families of bevriende gezinnen van wie de een boven en de ander onder de grote rivieren woont en die gezamenlijk met vakantie willen. (Leve de sociale cohesie!). De overlappende periode is dan slechts enkele weken. De kans dat de vier ouders ieder een werkkring hebben is tegenwoordig groot. Er moet dus ook rekening worden gehouden met verschillende werkroosters. Daarbij komt dan het gegeven dat de autoslaaptrein niet dagelijks op ieder uur rijdt en dat campings, hotelkamers en huisjes niet onbeperkt beschikbaar zijn. Dit mozaïek van factoren kan er toe leiden dat een kind enkele dagen niet op school komt, ook al is de officiële vakantie nog niet begonnen of al wel ten einde. Dat is natuurlijk in deze tijd van flexibilisering heel normaal. En geen enkele middelmatige leerling wordt daardoor in zijn of haar schoolcarrière geschaad.

En voor wie denkt dat kinderen toch al zo weinig les krijgen, zijn de gegevens uit een nog te publiceren rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau over vergelijkingen binnen Europa interessant. Enkele voorbeelden over het aantal lesuren aan kinderen van negen jaar: Nederland staat bovenaan met duizend uur per jaar, 25 uur per week en twaalf vakantieweken. Voor Duitsland zijn die cijfers respectievelijk 705, 18,8 en 14. Voor Frankrijk 822, 23,5 en 16. Denemarken staat onderaan met 660, 16,5 en 12.

Scholen hebben er wel een handje van om met onderwijskundige redenen tegen vakantieverzuim te protesteren. Men heeft het er dan over dat de klas geen duiventil moet worden. Afgezien van het feit dat het slechts om kortstondig in- en uitvliegen zou gaan, moet de school in het huidige tijdsgewricht misschien in het algemeen wel meer duiventil en minder eiland worden. Maar dat is een ander onderwerp. In verband met schoolverzuim rondom vakantieperiodes kan worden volstaan met een verwijzing naar de toenemende individualisering van het onderwijs, waarbij elke leerling zoveel mogelijk in eigen tempo door de leerstof gaat. Het argument dat hij of zij te veel achter zou blijven bij het missen van enkele dagen stamt uit de tijd van het klassikale lesgeven.

Maar het kan niet straffeloos. Omdat een groep allochtone ouders met de pet gooit naar de leerplicht, moeten alle ouders boeten. De angst voor discriminatie neemt onzinnige vormen aan. Toch staat discriminatie in de betekenis van onderscheid maken niet alleen aan de basis van efficiency en effectiviteit, ook aan die van zorg en steun op maat.

Kortgeleden was sprake van een vergelijkbare generieke maatregel, die eigenlijk alleen zin zou hebben voor een minderheid. Er is een groep allochtone kleuters, die pas als zij vijf jaar en leerplichtig zijn naar school komen. Ook zijn er die wel al met vier jaar komen maar die daarvóór geen gebruik gemaakt hebben van een peuterspeelzaal of van speciale voorschoolse programmas, waarin wordt geprobeerd een achterstand in cognitieve ontwikkeling en Nederlandse taal te voorkomen. Vooral ongeschoolde Marokkaanse ouders zijn er moeilijk toe te bewegen uit vrije wil hun peuters dagelijks naar zo'n voorschool en kleuterschool te brengen. Dus zou voor hen de leerplichtige leeftijd moeten worden verlaagd. Maar nee, dat zou discriminatie zijn. Daarom is in de Tweede Kamer in alle gemoede het voorstel besproken die leeftijd voor alle kinderen in Nederland te verlagen naar vier `desnoods drie' jaar.

Voor de meeste kinderen is dat echter helemaal niet nodig. Van de autochtone bevolking komt bijna honderd procent van de kinderen al sinds tientallen jaren onverplicht naar de kleuterschool. Voor de peuterspeelzaal geldt, dacht ik, tegenwoordig zeventig procent van de driejarigen. Maar een kind dat een dag of middag of week niet wil, hoeft dus niet. Omdat een kleine groep ouders het belang van spelend leren niet kan inzien, dan wel alleen doet wat hun wordt opgelegd, zouden alle kleintjes echter leerplichtig moeten worden. Dus niet meer af en toe lekker thuisblijven, en een boete voor wie zijn vierjarige op schooldagen mee met vakantie neemt.

De hele klas moet nablijven.